Jurisprudentie, Collegedictaat, Antwoorden
Ondernemingsrecht Deel A – 100 Examenvragen & Antwoorden
Deel 1: Rechtsvormen & Oprichting
1. Vraag: Noem de vier belangrijkste kenmerken van een Eenmanszaak.
Antwoord: 1) Geen rechtspersoonlijkheid; 2) De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor alle
schulden; 3) Geen verplicht startkapitaal; 4) Oprichting vindt plaats door uitoefening van een
bedrijf.
2. Vraag: Wat is het primaire juridische verschil tussen een BV en een NV?
Antwoord: Een BV heeft een notariële akte en een beperkt kapitaal (geen aandelen op
toonder), terwijl een NV een notariële akte heeft en vaak een groot, vrij verhandelbaar kapitaal
(met aandelen op toonder).
3. Vraag: Wat is de definitie van een "Rechtspersoon"?
Antwoord: Een rechtspersoon is een door het recht erkende entiteit die zelfstandig rechten en
verplichtingen kan hebben, onafhankelijk van de natuurlijke personen die er deel van uitmaken.
4. Vraag: Welke twee soorten Vennootschappen onder Firma (VOF) zijn er?
Antwoord: De openbare VOF (elk vennotenschap is kenbaar) en de stille VOF (een
vennotenschap is niet kenbaar naar buiten).
5. Vraag: Wat is het essentiële oprichtingsdocument voor een BV?
Antwoord: De notariële akte van oprichting, waarin de statuten zijn opgenomen.
6. Vraag: Noem twee verplichte onderdelen van de statuten van een BV.
Antwoord: 1) De naam en het doel van de vennootschap; 2) De gegevens over het geplaatste en
gestorte kapitaal.
7. Vraag: Wat is het verschil tussen "geplaatst kapitaal" en "gestort kapitaal" bij een BV?
Antwoord: Geplaatst kapitaal is het kapitaal waarvoor aandelen zijn uitgegeven. Gestort
kapitaal is het deel dat daadwerkelijk door aandeelhouders is betaald.
8. Vraag: Wat is de wettelijke minimumhoogte van het kapitaal voor een BV?
Antwoord: Sinds de invoering van de Flex-BV is er geen wettelijk minimumkapitaal meer.
, 9. Vraag: Wat is een "aandeel op naam"?
Antwoord: Een aandeel waarvan de eigenaar bij naam in de aandeelhoudersadministratie van
de vennootschap staat geregistreerd.
10. Vraag: Welke rechtsvorm biedt de meeste bescherming tegen persoonlijke
aansprakelijkheid?
Antwoord: De Besloten Vennootschap (BV) en de Naamloze Vennootschap (NV), omdat het
rechtspersonen zijn.
Deel 2: Bestuur & Bevoegdheden
11. Vraag: Wie is het bestuursorgaan van een BV?
Antwoord: Het bestuur, bestaande uit een of meer bestuurders.
12. Vraag: Wat is de "Hengelo-doctrine" (of concernfinancieringsleer)?
Antwoord: De leer dat een moedervennootschap die een dochter bestuurt, een zorgplicht heeft
om tijdig in de financieringsbehoefte van de dochter te voorzien of anders tijdig faillissement
aan te vragen.
13. Vraag: Wat zijn de drie kerntaken van het bestuur?
Antwoord: 1) Het vormen van de wil van de vennootschap (beleid); 2) Het vertegenwoordigen
van de vennootschap; 3) Het toezicht houden op de organisatie.
14. Vraag: Wat is het verschil tussen interne en externe bevoegdheid?
Antwoord: Interne bevoegdheid gaat over wie binnen de vennootschap mag handelen. Externe
bevoegdheid gaat over wie de vennootschap jegens derden mag vertegenwoordigen.
15. Vraag: Kan een BV worden gebonden door een handeling van een bestuurder die buiten
zijn bevoegdheid trad?
Antwoord: Ja, op grond van art. 2:9 BW. Tenzij de wederpartij te kwader trouw was (wist of
behoorde te weten van de bevoegdheidsoverschrijding).
16. Vraag: Wat is een "Besluit van Geschillen" (BvG)?
Antwoord: Een besluit waarbij geschillen tussen bestuurders en/of commissarissen worden
voorgelegd aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor een bindende uitspraak.
17. Vraag: Wat is de rol van de Raad van Commissarissen (RvC) in een
structuurvennootschap?
Antwoord: De RvC houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algene gang van zaken,
benoemt en ontslaat bestuurders, en stelt de jaarstukken vast.
18. Vraag: Wanneer is een BV verplicht een Raad van Commissarissen te hebben?
Antwoord: Als de BV voldoet aan de criteria voor een "structuurvennootschap" (o.a.: geplaatst