Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Exam (elaborations)

Psychopathologie 2020 Incomplete (!) samenvatting - Tilburg University

Rating
-
Sold
-
Pages
41
Grade
A+
Uploaded on
27-11-2025
Written in
2025/2026

Psychopathologie 2020 Incomplete (!) samenvatting - Tilburg University

Institution
Course

Content preview

Psychopathologie 2020 Incomplete (!)
samenvatting - Tilburg University

Psychopathologie Tentamen: 100 Vragen & Antwoorden

Deel 1: Algemene Begrippen en Classificatie

1. Vraag: Wat is het verschil tussen "geestelijke gezondheid" en "psychopathologie"?

o Antwoord: Geestelijke gezondheid is een toestand van welzijn waarin een
individu zijn eigen capaciteiten kan realiseren, kan omgaan met de normale
spanningen van het leven, productief kan werken en in staat is een bijdrage te
leveren aan zijn of haar gemeenschap. Psychopathologie is de wetenschappelijke
studie van psychische aandoeningen, inclusief hun symptomen, oorzaken en
behandeling.

2. Vraag: Noem de vier D's die vaak worden gebruikt om afwijkend gedrag te definiëren.

o Antwoord: Dysfunctionaliteit, Distress, Deviatie (afwijking van de norm) en
Gevaar (Danger).

3. Vraag: Wat is het belangrijkste doel van het DSM-5 classificatiesysteem?

o Antwoord: Het bieden van een gestandaardiseerd systeem voor het
diagnosticeren en classificeren van psychische stoornissen op basis van
observeerbare symptomen, om zo de betrouwbaarheid en communicatie tussen
clinici te verbeteren.

4. Vraag: Wat is het cruciale verschil tussen de begrippen "validiteit" en
"betrouwbaarheid" binnen de diagnostiek?

o Antwoord: Betrouwbaarheid verwijst naar de consistentie van een meting (bijv.
of twee verschillende artsen dezelfde diagnose stellen). Validiteit verwijst naar de
mate waarin een diagnose daadwerkelijk meet wat hij beoogt te meten (de
onderliggende stoornis).

5. Vraag: Wat is het verschil tussen een "signs" en "symptoms"?

o Antwoord: Symptoms (symptomen) zijn de subjectieve klachten die een patiënt
zelf rapporteert (bijv. "Ik voel me verdrietig"). Signs (tekens) zijn de objectieve,

, observeerbare indicatoren van een stoornis (bijv. trage motoriek, geagiteerd
gedrag).

6. Vraag: Wat wordt bedoeld met "comorbiditeit"?

o Antwoord: Het gelijktijdig voorkomen van twee of meer stoornissen bij dezelfde
persoon.

7. Vraag: Noem een belangrijk kritiekpunt op het DSM-systeem.

o Antwoord: Het medicaliseren van normaal menselijk lijden, de afhankelijkheid
van categorische in plaats van dimensionale diagnoses, of het risico op
stigmatisering.

8. Vraag: Wat is het verschil tussen "etiologie" en "pathogenese"?

o Antwoord: Etiologie verwijst naar de oorzaken van een stoornis. Pathogenese
beschrijft het ontstaansproces en het verloop van de stoornis.

9. Vraag: Welke drie factoren worden in het bio-psycho-sociale model als verklaring voor
psychopathologie gezien?

o Antwoord: Biologische factoren (genen, neurobiologie), psychologische factoren
(gedachten, emoties, persoonlijkheid) en sociale factoren (omgeving, cultuur,
levensgebeurtenissen).

10. Vraag: Wat is een "differentialdiagnose"?

o Antwoord: Het systematisch overwegen van alternatieve diagnoses die dezelfde
symptomen kunnen verklaren, voordat een definitieve diagnose wordt gesteld.

Deel 2: Angststoornissen en Obsessieve-Compulsieve Stoornis

11. Vraag: Wat is het kernverschil tussen angst en vrees?

o Antwoord: Vrees is een emotionele reactie op een reële, directe dreiging. Angst
is de anticiperende reactie op een toekomstige, diffuse of onbekende dreiging.

12. Vraag: Noem drie lichamelijke symptomen van een paniekaanval.

o Antwoord: Hartkloppingen, zweten, trillen, gevoel van stikken, pijn op de borst,
misselijkheid, duizeligheid.

13. Vraag: Bij welke stoornis is de angst niet gebonden aan een specifieke situatie (vrij
rondzwevend)?

o Antwoord: Gegeneraliseerde angststoornis (GAS).

, 14. Vraag: Wat is het essentiële kenmerk van een specifieke fobie?

o Antwoord: Een uitgesproken en aanhoudende angst voor een specifiek object of
situatie (bijv. spinnen, bloed, hoogtes), die excessief of onredelijk is.

15. Vraag: Welke twee componenten zijn nodig voor de diagnose sociale angststoornis?

o Antwoord: 1) Angst in sociale situaties waarin men mogelijk beoordeeld wordt.
2) De angst om negatief beoordeeld te worden of zich vernederend te gedragen.

16. Vraag: Wat is het verschil tussen een obsessie en een compulsie bij een OCD?

o Antwoord: Een obsessie is een aanhoudende, intrusieve gedachte, impuls of
voorstelling die angst veroorzaakt. Een compulsie is een repetitief gedrag of
mentale handeling die men moet uitvoeren om de angst veroorzaakt door de
obsessie te neutraliseren of te voorkomen.

17. Vraag: Noem een veelvoorkomende obsessie en bijbehorende compulsie bij OCD.

o Antwoord: Obsessie: angst voor besmetting. Compulsie: excessief handen
wassen.

18. Vraag: Wat is het belangrijkste kenmerk van agorafobie?

o Antwoord: Angst om op plaatsen of in situaties te zijn waar ontsnappen moeilijk
of gênant zou zijn, of waar geen hulp beschikbaar zou zijn in geval van een
paniekaanval of panieksymptomen.

19. Vraag: Welke cognitieve fout ligt vaak ten grondslag aan een paniekstoornis?

o Antwoord: De catastroferende interpretatie van lichamelijke sensaties (bijv. het
denken dat hartkloppingen een hartaanval betekenen).

20. Vraag: Welke angststoornis wordt vaak voorafgegaan door een specifieke, stressvolle
gebeurtenis?

o Antwoord: De posttraumatische stress-stoornis (PTSS).

Deel 3: Trauma- en Stressorgerelateerde Stoornissen

21. Vraag: Wat zijn de vier clusters van symptomen bij PTSS?

o Antwoord: 1) Herbeleving, 2) Vermijding, 3) Negatieve veranderingen in
cognities en stemming, 4) Verhoogde prikkelbaarheid en arousal.

22. Vraag: Wat is het verschil tussen PTSS en een acute stressstoornis (ASS)?

, o Antwoord: De duur. Bij ASS duren de symptomen 3 dagen tot 1 maand na het
trauma. Bij PTSS duren de symptomen langer dan 1 maand.

23. Vraag: Wat is een "trigger" bij PTSS?

o Antwoord: Een interne of externe stimulus die herinneringen aan het trauma
oproept en leidt tot een stressreactie of herbeleving.

24. Vraag: Noem een belangrijk symptoom van aanpassingsstoornis.

o Antwoord: Het ontstaan van emotionele of gedragsmatige symptomen als
reactie op een identificeerbare stressor, binnen 3 maanden na het begin van de
stressor. De symptomen zijn klinisch significant maar voldoen niet aan de criteria
voor een andere stoornis.

25. Vraag: Welke stoornis wordt gekenmerkt door aanhoudende negatieve stemming,
prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen bij kinderen die zijn blootgesteld aan trauma?

o Antwoord: Trauma-gerelateerde stoornis van de hechting (DSM-5: "Reactive
Attachment Disorder" of "Disinhibited Social Engagement Disorder" zijn verwante
stoornissen, maar de beschrijving past het best bij "Posttraumatische stress-
stoornis bij kinderen met een specifieke vermelding van prikkelbare en
woedende stemming").

Deel 4: Depressieve Stemmingsstoornissen

26. Vraag: Noem vijf symptomen van een depressieve episode volgens de DSM-5.

o Antwoord: 1) Depressieve stemming, 2) Anhedonie (verlies van interesse of
plezier), 3) Significante gewichts- of eetlustverandering, 4) Slaapstoornissen, 5)
Psychomotorische agitatie of remming, 6) Vermoeidheid, 7) Gevoelens van
waardeloosheid of schuld, 8) Concentratieproblemen, 9) Gedachten aan de dood
of suïcide.

27. Vraag: Wat is het kernverschil tussen een depressieve episode en een dysthyme stoornis
(Permanente Depressieve Stoornis)?

o Antwoord: De ernst en duur. Een depressieve episode is ernstiger maar korter
(minimaal 2 weken). Dysthymie is milder maar chronisch (minimaal 2 jaar bij
volwassenen).

28. Vraag: Wat is anhedonie?

o Antwoord: Het onvermogen om plezier te ervaren in activiteiten die voorheen
als plezierig werden ervaren.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 27, 2025
Number of pages
41
Written in
2025/2026
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers

Subjects

$11.99
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
FocusFileExamLibrary
3.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
FocusFileExamLibrary Teachme2-tutor
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
6 months
Number of followers
0
Documents
507
Last sold
3 weeks ago
FocusFile Exam Library – Your Exam Success Hub

Welcome to FocusFile Exam Library, your go-to destination for exam-ready success! Dive into a carefully curated collection of verified answers, study guides, and smart summaries designed to make learning faster, easier, and more effective. Whether you’re prepping for big exams, brushing up on class notes, or mastering challenging topics, FocusFile Exam Library gives you the tools to study smarter, focus sharper, and achieve top results. Every resource is crafted for clarity, simplicity, and maximum impact—helping you unlock your full potential with confidence.

Read more Read less
3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions