Marketing (25 vragen)
1. Vraag: Wat is het primaire doel van marketing?
Antwoord: Het primaire doel is om waarde te creëren voor de klant, om zo klantbehoeften te
bevredigen en de doelstellingen van de organisatie te behalen.
2. Vraag: Noem de 4 P's van de marketingmix.
Antwoord: Product, Prijs, Plaats (Distributie) en Promotie.
3. Vraag: Wat is het verschil tussen een marktsegment en een doelgroep?
Antwoord: Een marktsegment is een identificeerbare groep consumenten met gedeelde
behoeften of kenmerken. Een doelgroep is het specifieke segment dat de onderneming kiest om
te bedienen.
4. Vraag: Definieer 'Merkenwaarde' (Brand Equity).
Antwoord: De meerwaarde die een merk toevoegt aan een product, gebaseerd op
merkbekendheid, kwaliteitsperceptie en klantloyaliteit.
5. Vraag: Wat is een SWOT-analyse?
Antwoord: Een strategisch planninginstrument om Sterktes, Zwaktes, Kansen en Bedreigingen
in kaart te brengen.
6. Vraag: Wat wordt bedoeld met de 'Buyer's Journey'?
Antwoord: Het proces dat een potentiële klant doorloopt, bestaande uit de fases: Awareness,
Consideration en Decision.
7. Vraag: Noem twee voordelen van digitale marketing ten opzichte van traditionele marketing.
Antwoord: 1) Meetbaarheid en precisie. 2) Lagere kosten en betere targeting-mogelijkheden.
8. Vraag: Wat is het verschil tussen B2B en B2C marketing?
Antwoord: B2B (Business-to-Business) richt zich op andere bedrijven, met vaak complexere
beslissingsprocessen. B2C (Business-to-Consumer) richt zich rechtstreeks op de eindconsument.
9. Vraag: Wat is de definitie van 'marktaandeel'?
Antwoord: Het percentage van de totale omzet in een markt dat door één onderneming wordt
behaald.
10. Vraag: Noem drie demografische variabelen voor marktsegmentatie.
Antwoord: Leeftijd, geslacht en inkomen.
,11. Vraag: Wat is een 'Unique Selling Proposition' (USP)?
Antwoord: Het unieke kenmerk of voordeel van een product/dienst dat het onderscheidt van
de concurrentie.
12. Vraag: Welk marketingconcept richt zich op het bouwen van sterke, langdurige relaties met
klanten?
Antwoord: Relationship Marketing.
13. Vraag: Wat is de rol van verpakking (packaging) in de marketingmix?
Antwoord: Het beschermt het product, maar dient ook als marketinginstrument om de
aandacht te trekken en informatie te verstrekken.
14. Vraag: Definieer 'Customer Lifetime Value' (CLV).
Antwoord: De totale netto winst die een bedrijf naar verwachting zal behalen van een bepaalde
klant gedurende de hele relatie.
15. Vraag: Wat is het belangrijkste doel van een public relations (PR) campagne?
Antwoord: Het opbouwen en behouden van een positief imago en een goede reputatie bij het
publiek.
16. Vraag: Noem twee pricing strategies.
Antwoord: Cost-plus pricing en value-based pricing.
17. Vraag: Wat is 'omgekeerde logistiek' (reverse logistics)?
Antwoord: Het proces van het terugnemen van producten van de klant, bijvoorbeeld voor
retourzendingen, recycling of reparatie.
18. Vraag: Wat is content marketing?
Antwoord: Een strategische marketingaanpak gericht op het creëren en verspreiden van
waardevolle, relevante en consistente content om een duidelijk publiek aan te trekken en te
behouden.
19. Vraag: Noem de vijf stadia in het adoptieproces van een innovatie (Rogers).
Antwoord: Kennis, Persuasië, Beslissing, Implementatie en Bevestiging.
20. Vraag: Wat is een 'marketingplan'?
Antwoord: Een schriftelijk document dat de marketingactiviteiten voor een specifieke periode
beschrijft, inclusief doelen, strategieën, tactieken en budgetten.
21. Vraag: Wat is het verschil tussen push- en pull-strategieën?
Antwoord: Push: de producent "duwt" het product via distributiekanalen naar de klant (bijv.
handelsbeurzen). Pull: de producent richt marketing op de eindconsument, die het product zelf
"trekt" uit het kanaal (bijv. reclame).
, 22. Vraag: Definieer 'Positionering'.
Antwoord: Het proces waarbij een merk een duidelijke, onderscheidende en gewaardeerde
plaats in de gedachten van de doelgroep probeert in te nemen ten opzichte van concurrerende
merken.
23. Vraag: Wat is een 'sales funnel'?
Antwoord: Een model dat het klantverwervingsproces weergeeft, van eerste bewustwording tot
uiteindelijke aankoop.
24. Vraag: Noem een belangrijk ethisch dilemma in marketing.
Antwoord: Het gebruik van consumentengegevens (privacy) of misleidende advertenties.
25. Vraag: Wat meet de Net Promoter Score (NPS)?
Antwoord: De bereidheid van klanten om een bedrijf of product aan te bevelen aan anderen.
Het is een maatstaf voor klantloyaliteit.
Organisatiekunde & Management (25 vragen)
26. Vraag: Noem de vier managementfuncties volgens Henri Fayol.
Antwoord: Plannen, Organiseren, Leiden en Controleren.
27. Vraag: Wat is een organisatiestructuur?
Antwoord: De formele manier waarop taken en verantwoordelijkheden binnen een organisatie
worden verdeeld en gecoördineerd.
28. Vraag: Wat is het verschil tussen centrale en decentrale besluitvorming?
Antwoord: Centraal: beslissingen worden aan de top genomen. Decentraal:
beslissingsbevoegdheid wordt lager in de organisatie gedelegeerd.
29. Vraag: Beschrijf de hiërarchie van behoeften van Maslow.
Antwoord: Een motivatietheorie met vijf niveaus van behoeften: fysiologisch, veiligheid, sociaal,
waardering en zelfactualisatie.
30. Vraag: Wat zijn de drie rollen van een manager volgens Mintzberg?
Antwoord: Interpersoonlijke rollen, informatieve rollen en beslissingsrollen.
31. Vraag: Definieer 'organisatiecultuur'.
Antwoord: De gedeelde normen, waarden, overtuigingen en gedragspatronen die bepalen hoe
mensen binnen een organisatie handelen en denken.