Verschil gepaard en niet-gepaard gepaard is als een individu aan beide groepen meedoet
(eerst licht en dan donker, of zalf A op linkerpoot en zalf B op rechterpoot, of hond meten voor het
sporten en na het sporten). Niet-gepaard is één individu heeft zalf A en ander B of één individu zit
in het licht en één in het donker.
T-toets van één groep als je het gemiddelde van één groep wil vergelijken met een
bepaalde verwachte of theoretische waarde. Df = n-1
Voorbeeld: Of kuikens zwaarder worden dan de standaardgroei van 100 gram na een week.
- T-toets voor twee onafhankelijke groepen als je het gemiddelde van twee
verschillende, onafhankelijke groepen wilt vergelijken. Df = n1 + n2 - 2
Voorbeeld: Je verdeelt kuikens in 2 hokken: licht en donker. Na een week vergelijk je het
gemiddelde gewicht van de 2 groepen.
- T-toets voor gepaarde waarnemingen als je twee metingen doet op hetzelfde
individu, bijv. voor en na een behandeling. Df = n – 1.
Voorbeeld: Je onderzoekt of een nieuwe hoefzalf (zalf A) de kwaliteit van de hoeven
verbeterd. Je meet de hoefelasticiteit voor en na de behandeling bij hetzelfde paard.
Sd/wortelN = SE(d)
- Proportie toets voor één groep als je het aantal successen (of proportie) in één groep
vergelijkt met een verwachte proportie. Geen df.
Voorbeeld: Je verwacht dat bij 50% van de kuikens een gen tot expressie komt, in je
steekproef zie je bij 65 van de 100.
- Chi2-toets voor onafhankelijke waarnemingen als je wil onderzoeken of er een
verband bestaat tussen 2 categorische variabelen bij onafhankelijke groepen. Df =
(rows-1) x (columns-1)
Voorbeeld: Je wilt weten of het type stal (open vs gesloten) samenhangt met het voorkomen
van hoestklachten (ja/nee) bij paarden.
, - Chi2-toets voor gepaarde waarnemingen (McNemar) als je categorische data
vergelijkt voor en na bij dezelfde individuen. Df = 1
Voorbeeld: Je test of een vaccin bij runderen de aanwezigheid van een bepaald antigeen
verandert. Je test voor vaccinatie en na vaccinatie bij dezelfde dieren.
- Test7 = een Chi2 met een continuiteitscorrectie, is een toets voor proporties van 2 groepen.
Formules bepaalde variabelen (Griekse letters = POPULATIE, normale letters =
STEEKPROEF)
Standaarddeviatie: gemiddelde van afwijkingen van rekenkundig
gemiddelde.
Variantie: bepaald door afwijking van observatie van gemiddelde
SE van proportie: SD van steekproefverdeling van proportie (kleiner bij grote proef)
Z-waarde: aantal SD’s van het gemiddelde
SE: standard error, hoe zeker je bent van je geschatte waarde
Boxplot:
Linksscheef: linkerarm breder, mediaan meer naar
links
Rechtsscheef: rechterarm breder, mediaan meer naar
rechts.
Type I fout: H0 verwerpen als dat niet moet
Type II fout: H0 niet verworpen als dat wél had
gemoeten
Studieopzetten:
1. Meta-analyse samenvatting van bestaande studies (meta combineert het tot 1
onderzoek), niet origineel onderzoek
2. Systematic review samenvatting van bestaande studies (systematic beschrijft allemaal
de onderzoeken), niet origineel onderzoek.
3. RCT (random controlled trial) vereist randomisatie en controlegroep, onderzoek
gebeurt in natuurlijke omgeving/stal
4. Cohortstudie vergelijk je blootgestelde en niet-blootgestelde groepen in de tijd, je
onderzoekt op risicofactoren
5. Case-control studie start met een uitkomst (cases vs controls) en kijk terug naar
blootstelling, je kiest een case en een controle groep.
6. Cross-sectional studie 1 meetmoment van een groep dieren, random gekozen dieren
(bijv. 100 koeien random)
7. Case serie beschrijving van een groepje dieren (geen controlegroep, allemaal dezelfde
behandeling)
8. Case studie/report beschrijving van 1 enkel dier en behandeling