Hoofdstuk 1
Bestuursrecht gaat over bestuursorganen. Zij voeren bestuurstaken uit, zoals het nemen van beslissingen.
Het beslissen op een dergelijke aanvraag heet een besluit en is gebonden aan de regels van het
bestuursrecht.
Participatiesamenleving is een samenleving waarbij een actieve opstelling van de burgers wordt verwacht.
Met actief wordt bedoeld dat de burger zoveel mogelijk zelf doet en bij de sociale kring aanklopt, voordat hij
een beroep doet op de overheid.
Een bestuursorgaan kenmerkt zich doordat zij een deel van de bestuurstaak uitvoert. In de sociale zekerheid
wordt het begrip uitvoeringsorgaan gebruikt. Vaak maakt een uitvoeringsorgaan deel uit van een gemeente,
provincie of is het deel van de landelijke overheid (Rijk).
De belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks is betrokken bij een besluit van een
bestuursorgaan.
Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan. Een beslissing is een besluit als:
1. Het een schriftelijke beslissing bevat
2. Het afkomstig van een bestuursorgaan
3. Een publiekrechtelijke rechtshandeling bevat (rechten en plichten)
De overheid heeft die kerntaken
1. Wetgeving
2. Rechtspraak
3. Bestuur (goede gang van zaken)
Hoofdstuk 2
Een beschikking is een besluit van een bestuursorgaan. Niet elke brief van een bestuursorgaan is een
beschikking. Een beschikking bevat altijd een recht en/of plicht.
- Een beschikking is vaak reactie op een aanvraag
- In een beschikking staat omschreven of de aanvraag is toegekend of niet + de wetten waarop de
aanvraag is gebaseerd.
- Verplicht te beslissen binnen de beslistermijn van 8 weken. De beslistermijn gaat in zodra de aanvraag
van het bestuursorgaan is binnen gekomen. Beslistermijn kan worden verlengd met 2, 4, 6 of 8 weken,
alleen als er bijvoorbeeld informatie mist.
Een belanghebbende heeft recht op een dwangsom niet tijdige beslissing als het bestuursorgaan te laat
reageert op de aanvraag. Dit kan door het uitvoeringsorgaan in gebreke te stellen. Het uitvoeringsorgaan
heeft daarna nog 2 weken om alsnog een besluit te geven.
Hoofdstuk 5
Nederland is een verzorgingsstaat. Iedereen heeft recht op een bestaansminimum en dit bestaansminimum
moet gerealiseerd worden.
, Het stelsel van de sociale zekerheid bestaat uit
1. Sociale voorzieningen
- Participatiewet
- TW
- Wajong
2. Sociale verzekeringen
- Volksverzekeringen
Wlz, Aow, Anw, AKW
- Werknemersverzekeringen
WIA, WAO, WW, ZW
Voor sociale verzekeringen betalen we premie. Iedereen die een inkomen, uitkering of pensioen betaalt mee
aan de sociale verzekeringen, bijvoorbeeld door middel van loonbelasting.
Volksverzekeringen
- Zijn voor iedere ingezetene
- Worden betaald door middel van verplichte premies
- Iedereen kan aanspraak maken op de volksverzekeringen
- Worden uitgevoerd door de gemeenten en de SVB
Werknemersverzekeringen
- Alleen voor werknemers met een Nederlandse werkgever
- Betaling door iedere werknemer
- Uitvoering door het UWV
Sociale voorzieningen geven een bestaansminimum als die geen inkomen hebben en ook geen aanspraak
(meer) kunnen maken op een andere uitkering. Een soort vangnet.
- Worden betaald door belastingen
- Worden uitgevoerd door gemeenten en UWV
Naast de sociale verzekeringen heeft bijna iedereen aanvullende verzekeringen, zoals een
aansprakelijkheidsverzekering.
De zorgverzekeringswet is een verplichte sociale verzekering. Deze wet bepaald dat iedere ingezetenen
vanaf 18 jaar zich moet verzekeringen voor een basispakket van ziektekosten.
- De verzekerde mag zelf bepalen bij welke zorgverzekering hij zich aansluit
- Zorgverzekeraars hebben het recht om verzekerden te weigeren.