HC5: prosociaal gedrag, vooroordelen & discriminatie
Prosociaal gedrag: is een helpende actie die een ander een voordeel oplevert zonder dat
de helper daar een voordeel van heeft.
Geloof jij in altruïsme? = Het verrichten van een handeling ten gunste van een ander
zonder daar zelf enig voordeel bij te hebben.
Evolutionaire psychologie
Normaal stellen we: survival of the fittest → degene met de beste genen overleeft.
● Verwantschapsselectie: we doen prosociaal, maar voornamelijk naar mensen waar
wij onze genen mee delen. Waar wij (onze broers, ouders, familie) ons bloed mee
delen. We willen dat onze genen doorgegeven worden, door onze familie te helpen
worden de genen doorgegeven.
● Wederkerigheidsnorm: verwachting dat het helpen van anderen, de kans vergroot
dat zij ons in de toekomst ook zouden helpen. Wederkerigheid, ik help jou, jij helpt
mij.
● Groepsselectie: Als je in een groep leeft de kans groter is dat je - je genen
doorgeeft. Als je in een groep leeft heb je een grotere kans om te overleven.
Sociale uitwisselingstheorie
Wanneer delen we?
- Kosten-Batenanalyse: mensen proberen in hun relaties met anderen de kosten tot
een minimum te beperken en de baten te optimaliseren (handelen volgens
eigenbelang, zo veel mogelijk uit een ander halen en zo min mogelijk investeren).
Altruïsme bestaat wel op voorwaarde van empathie (= vermogen om je in een ander te
verplaatsen). Is er geen sprake van empathie? → dan principes van sociale uitwisseling.
Empathie-altruïsme hypothese (Batson)= het idee dat wanneer we empathie voelen voor
iemand, dat we die persoon puur om altruïstische redenen proberen te helpen, ongeacht of
dat ons iets oplevert. Dus, als we ons kunnen verplaatsen in iemand anders, kunnen we
echt voor iemand anders (zonder eigenbelang) iets goed doen, dus altruïstisch.
Voorwaarden:
● Opmerken/beseffen dat iemand hulp nodig heeft.
● Degene die hulp nodig heeft een warm hart toedragen.
● Het vermogen hebben om je in die ander te verplaatsen.
Determinanten (= omstandigheden die meespelen, versterken of verzwakken):
● Veilige hechting.
● Recente ervaring met betrekking tot opgenomen worden in een groep.
● Buitengesloten worden > minder empathie omdat mensen tijdelijk minder voelen.
Prosociaal gedrag: is een helpende actie die een ander een voordeel oplevert zonder dat
de helper daar een voordeel van heeft.
Geloof jij in altruïsme? = Het verrichten van een handeling ten gunste van een ander
zonder daar zelf enig voordeel bij te hebben.
Evolutionaire psychologie
Normaal stellen we: survival of the fittest → degene met de beste genen overleeft.
● Verwantschapsselectie: we doen prosociaal, maar voornamelijk naar mensen waar
wij onze genen mee delen. Waar wij (onze broers, ouders, familie) ons bloed mee
delen. We willen dat onze genen doorgegeven worden, door onze familie te helpen
worden de genen doorgegeven.
● Wederkerigheidsnorm: verwachting dat het helpen van anderen, de kans vergroot
dat zij ons in de toekomst ook zouden helpen. Wederkerigheid, ik help jou, jij helpt
mij.
● Groepsselectie: Als je in een groep leeft de kans groter is dat je - je genen
doorgeeft. Als je in een groep leeft heb je een grotere kans om te overleven.
Sociale uitwisselingstheorie
Wanneer delen we?
- Kosten-Batenanalyse: mensen proberen in hun relaties met anderen de kosten tot
een minimum te beperken en de baten te optimaliseren (handelen volgens
eigenbelang, zo veel mogelijk uit een ander halen en zo min mogelijk investeren).
Altruïsme bestaat wel op voorwaarde van empathie (= vermogen om je in een ander te
verplaatsen). Is er geen sprake van empathie? → dan principes van sociale uitwisseling.
Empathie-altruïsme hypothese (Batson)= het idee dat wanneer we empathie voelen voor
iemand, dat we die persoon puur om altruïstische redenen proberen te helpen, ongeacht of
dat ons iets oplevert. Dus, als we ons kunnen verplaatsen in iemand anders, kunnen we
echt voor iemand anders (zonder eigenbelang) iets goed doen, dus altruïstisch.
Voorwaarden:
● Opmerken/beseffen dat iemand hulp nodig heeft.
● Degene die hulp nodig heeft een warm hart toedragen.
● Het vermogen hebben om je in die ander te verplaatsen.
Determinanten (= omstandigheden die meespelen, versterken of verzwakken):
● Veilige hechting.
● Recente ervaring met betrekking tot opgenomen worden in een groep.
● Buitengesloten worden > minder empathie omdat mensen tijdelijk minder voelen.