HC4: zelfkennis
Zelfconcept - wie ben ik?
● Jonge kinderen: concrete dingen → bv. ik ben (naam), en ik heb (kleur) haar en
(kleur) ogen.
● Adolescenten: opvattingen, gedachten, gevoelens, eigenschappen
Wij mensen zijn de enigen die zelfbewustzijn hebben. Rond de 12-18 maanden komt het
zelfconcept op.
Zelfconcept: zelfkennis
Culturele verschillen in zelfdefinities
➔ Westers: onafhankelijk zelfbeeld.
◆ Deze cultuur is veelal onafhankelijk, kijken erg naar onszelf en we zijn minder
bezig met de cultuur/collectivisme.
➔ Aziatisch: onderling afhankelijk zelfbeeld.
◆ Deze cultuur kijkt naar wie zij zelf zijn in de relatie naar anderen.
Genderverschillen in zelfdefinities
➔ Vrouwen: relationele onderlinge afhankelijkheid.
➔ Mannen: collectieve onderlinge afhankelijkheid.
Hoe leren wij onszelf kennen?
Introspectie:
Het proces waarbij we naar binnen kijken (naar jezelf) en onze eigen gedachten, gevoelens
en motieven onderzoeken. Waarom vind ik iets leuk?
● Naar binnen kijken: ter evaluatie of ter vergelijking van ons gedrag met onze
waarden en normen.
Zelfobservatie:
● Zelfperceptietheorie: wanneer onze attitudes en gevoelens onzeker of ambigu zijn,
baseren we onze conclusies daarover op observatie van gedrag en de situatie
waarin dat gedrag voorkomt. .
● Motivatie:
○ Intrinsieke motivatie: innerlijk, wezenlijk → plezier in de activiteit zelf
○ Extrinsieke motivatie: uiterlijk, van buitenaf → activiteit leidt tot ander doel
(beloning)
Overrechtvaardigingseffect = de oorzaken van gedrag zoeken in extrinsieke motivaties
(beloning) waardoor invloed van intrinsieke redenen onderschat wordt (eigen motivatie).
→ Een beloning kan dus schadelijk zijn voor intrinsieke motivatie.
Denkkaders - hoe verklaren we onze eigen talenten en capaciteiten?
● Vast denkkader = idee dat we een bepaalde capaciteit in een bepaalde mate bezitten
en dat dit gegeven onveranderlijk is.
● Vormbaar denkkader = het idee dat onze capaciteiten kneedbare kwaliteiten zijn die
we kunnen cultiveren en ontwikkelen.
→Dit bepaalt hoe je een mislukking interpreteert en hoe je daarop reageert.
Zelfconcept - wie ben ik?
● Jonge kinderen: concrete dingen → bv. ik ben (naam), en ik heb (kleur) haar en
(kleur) ogen.
● Adolescenten: opvattingen, gedachten, gevoelens, eigenschappen
Wij mensen zijn de enigen die zelfbewustzijn hebben. Rond de 12-18 maanden komt het
zelfconcept op.
Zelfconcept: zelfkennis
Culturele verschillen in zelfdefinities
➔ Westers: onafhankelijk zelfbeeld.
◆ Deze cultuur is veelal onafhankelijk, kijken erg naar onszelf en we zijn minder
bezig met de cultuur/collectivisme.
➔ Aziatisch: onderling afhankelijk zelfbeeld.
◆ Deze cultuur kijkt naar wie zij zelf zijn in de relatie naar anderen.
Genderverschillen in zelfdefinities
➔ Vrouwen: relationele onderlinge afhankelijkheid.
➔ Mannen: collectieve onderlinge afhankelijkheid.
Hoe leren wij onszelf kennen?
Introspectie:
Het proces waarbij we naar binnen kijken (naar jezelf) en onze eigen gedachten, gevoelens
en motieven onderzoeken. Waarom vind ik iets leuk?
● Naar binnen kijken: ter evaluatie of ter vergelijking van ons gedrag met onze
waarden en normen.
Zelfobservatie:
● Zelfperceptietheorie: wanneer onze attitudes en gevoelens onzeker of ambigu zijn,
baseren we onze conclusies daarover op observatie van gedrag en de situatie
waarin dat gedrag voorkomt. .
● Motivatie:
○ Intrinsieke motivatie: innerlijk, wezenlijk → plezier in de activiteit zelf
○ Extrinsieke motivatie: uiterlijk, van buitenaf → activiteit leidt tot ander doel
(beloning)
Overrechtvaardigingseffect = de oorzaken van gedrag zoeken in extrinsieke motivaties
(beloning) waardoor invloed van intrinsieke redenen onderschat wordt (eigen motivatie).
→ Een beloning kan dus schadelijk zijn voor intrinsieke motivatie.
Denkkaders - hoe verklaren we onze eigen talenten en capaciteiten?
● Vast denkkader = idee dat we een bepaalde capaciteit in een bepaalde mate bezitten
en dat dit gegeven onveranderlijk is.
● Vormbaar denkkader = het idee dat onze capaciteiten kneedbare kwaliteiten zijn die
we kunnen cultiveren en ontwikkelen.
→Dit bepaalt hoe je een mislukking interpreteert en hoe je daarop reageert.