Farmacologie – Hoorcollege 1.a: algemene
farmacologie
Wat is farmacologie
De wetenschap die zich bezighoudt met de effecten van chemische stoffen op de functie van levende
systemen
- Wat doen de stoffen op ons lichaam. Dit onderzoeken we.
- Hoe kunnen we die functie beïnvloeden en welke stoffen hebben we daarvoor nodig?
Geschiedenis
- Eerste geneesmiddel: aspirine (Bayer 1859)
1. Werd geïsoleerd van de bast van de witte wilg en onkruid
2. Later werden er veranderingen aangebracht
Belang van geneesmiddelen
- Medicatiefouten is doodsoorzaak nummer 3 in Nederland.
1. Verkeerd voorschrijven van geneesmiddel
geneesmiddelen in mondzorgkunde
,Belang van farmacologie voor mondzorgkunde
Geneesmiddelen veroorzaken cariës. Niet door het geneesmiddel zelf maar doordat geneesmiddelen
glucose of suikerachtige stoffen als draagmiddel in de pil zitten, wat slecht voor de tanden is. Je krijgt
een droge mond en medicatie die maagzuursecretie bevorderen, hebben een eroderend effect op de
mond.
- Geneesmiddelen hebben een anticholinerge werking en veroorzaken minder
speekselsecretie.
- Geneesmiddelen kunnen reflux veroorzaken (calciumantagonisten) en dat veroorzaakt weer
erosie in de mond. / poeder van inhalator.
Twee deelgebieden
1. Farmacodynamiek Wat doet het geneesmiddel met de patiënt
2. Farmacodinetiek Wat doet de patiënt met het geneesmiddel
= rationele farmacotherapie
De werkzame stof gaat oplossen in de
farmaceutische fase. Hierdoor is het farmacon
beschikbaar voor opname door de patiënt.
Het middel wordt opgenomen en
geabsorbeerd, getransporteerd naar de plek
waar het moet werken. Ook moet er voldoende
middel op die plek komen. Dit gebeurt in de
farmacokinetische fase. Het farmacon is
beschikbaar voor de werking in lichaam.
In geneesmiddel zitten eiwitten, die zijn een
receptor voor de stof in het middel. Dit is de
farmacodynamische fase. (wat doet
geneesmiddel met de patiënt)
, Farmacodynamische fase:
- Eiwitten waar een geneesmiddel aan bindt, noem je al een receptor.
- Voorbeeld: de ene receptor (voor adrenaline) stimuleert de hartfrequentie, de andere
receptor (voor acetylcholine) verlaagt juist de hartfrequentie
-
Receptoren zijn een aangrijpingspunt van geneesmiddelen
Agonisten en antagonisten
- Agonist: geneesmiddelen die aan de receptor binden en de receptor áánzetten
- Antagonisten: geneesmiddelen die een receptor blokkeren zodat lichaamseigen stoffen níet
meer aan die receptor kunnen binden en die dus niet meer aan kunnen zetten.
- Als je in je lichaam te veel agonisten hebt, kan je een antagonist als medicatie voorschrijven
zodat de receptor het effect niet meer door zal geven of zodat de agonist niet meer kan
binden aan de receptor.
Dezelfde receptoren komen in verschillende organen voor Nadeel: dit zorgt voor bijwerkingen
farmacologie
Wat is farmacologie
De wetenschap die zich bezighoudt met de effecten van chemische stoffen op de functie van levende
systemen
- Wat doen de stoffen op ons lichaam. Dit onderzoeken we.
- Hoe kunnen we die functie beïnvloeden en welke stoffen hebben we daarvoor nodig?
Geschiedenis
- Eerste geneesmiddel: aspirine (Bayer 1859)
1. Werd geïsoleerd van de bast van de witte wilg en onkruid
2. Later werden er veranderingen aangebracht
Belang van geneesmiddelen
- Medicatiefouten is doodsoorzaak nummer 3 in Nederland.
1. Verkeerd voorschrijven van geneesmiddel
geneesmiddelen in mondzorgkunde
,Belang van farmacologie voor mondzorgkunde
Geneesmiddelen veroorzaken cariës. Niet door het geneesmiddel zelf maar doordat geneesmiddelen
glucose of suikerachtige stoffen als draagmiddel in de pil zitten, wat slecht voor de tanden is. Je krijgt
een droge mond en medicatie die maagzuursecretie bevorderen, hebben een eroderend effect op de
mond.
- Geneesmiddelen hebben een anticholinerge werking en veroorzaken minder
speekselsecretie.
- Geneesmiddelen kunnen reflux veroorzaken (calciumantagonisten) en dat veroorzaakt weer
erosie in de mond. / poeder van inhalator.
Twee deelgebieden
1. Farmacodynamiek Wat doet het geneesmiddel met de patiënt
2. Farmacodinetiek Wat doet de patiënt met het geneesmiddel
= rationele farmacotherapie
De werkzame stof gaat oplossen in de
farmaceutische fase. Hierdoor is het farmacon
beschikbaar voor opname door de patiënt.
Het middel wordt opgenomen en
geabsorbeerd, getransporteerd naar de plek
waar het moet werken. Ook moet er voldoende
middel op die plek komen. Dit gebeurt in de
farmacokinetische fase. Het farmacon is
beschikbaar voor de werking in lichaam.
In geneesmiddel zitten eiwitten, die zijn een
receptor voor de stof in het middel. Dit is de
farmacodynamische fase. (wat doet
geneesmiddel met de patiënt)
, Farmacodynamische fase:
- Eiwitten waar een geneesmiddel aan bindt, noem je al een receptor.
- Voorbeeld: de ene receptor (voor adrenaline) stimuleert de hartfrequentie, de andere
receptor (voor acetylcholine) verlaagt juist de hartfrequentie
-
Receptoren zijn een aangrijpingspunt van geneesmiddelen
Agonisten en antagonisten
- Agonist: geneesmiddelen die aan de receptor binden en de receptor áánzetten
- Antagonisten: geneesmiddelen die een receptor blokkeren zodat lichaamseigen stoffen níet
meer aan die receptor kunnen binden en die dus niet meer aan kunnen zetten.
- Als je in je lichaam te veel agonisten hebt, kan je een antagonist als medicatie voorschrijven
zodat de receptor het effect niet meer door zal geven of zodat de agonist niet meer kan
binden aan de receptor.
Dezelfde receptoren komen in verschillende organen voor Nadeel: dit zorgt voor bijwerkingen