HC 1- Cultural Diversity – Romijn
Superdiversiteit in Nederland:
Toename van diversiteit migratie en globalisatie
Migratie in NL
o 28% van de populatie van Nederlandse origine
o Niet gelijk verdeeld over het land
Verschillende migratiegroepen: Marokko, Turkije, Polen
Verschillende redenen: betere leefomstandigheden, onderwijs/carrière,
familie, asielzoekers.
Superdiversiteit: groter dan het land van oorsprong, verschillende
eigenschappen die interacteren.
Verschillende perspectieven diversiteit: etniciteit, SES, religie,
taaldiversiteit, familie samenstelling, gender/seksualiteit,
landelijk/stedelijk, fysieke eigenschappen.
WEIRD (Western, educated, industrialized, rich, democratic) steekproeven
conclusies op basis van deze landen/groepen, is dit wel te generaliseerbaar?
Cultuur:
Geen eenzijdige duidelijke definitie, veel verschillende perspectieven op
wat cultuur is.
4 Theoretische kaders/modellen over cultuur:
o Ecologische theorie van Bronfenbrenner
o Socioculturele theorie (Rogoff et al.)
o Individualisme vs. Relationalisme/collectivisme (Kagitcibasi)
o Developmental niche (Super & Harkness)
Vélez-Agosto et al.:
Bronfenbrenner’s ecologische perspectief: individuele en culturele
processen als afzonderlijke entiteiten.
o Cultuur in het macrosysteem verbind mensen samen en vormt
onze maatschappij.
Reactie van auteurs op basis van 4 andere onderzoeken:
o Vygotsky: cultuur als systeem waarin elke menselijke (dagelijkse)
activiteiten zijn gerealiseerd en internaliseert (microsysteem)
o Weisner: internalisatie van culturele scripts (routines) als actieve
actor i.p.v. passieve ontvanger (kind-niveau)
o Rogoff: Cultuur als gemeenschapsparticipatie i.p.v. interalisatie
jij bent de cultuur.
Nieuwe model met cultuur als inherent onderdeel van alle settingen
(dichtbij en veraf)
,
Cultuur is een altijd veranderend systeem dat bestaat uit praktijken in
sociale gemeenschappen en interpretatie van deze praktijken door taal
(specifieke patronen en woorden)
Verschillende culturele contexten in verschillende settingen.
Rogoff et al.:
Cultuur omvat levenswijzen (manier van denken/oriënteren) van
generaties mensen in gemeenschappen, individuen zijn betrokken en
dragen bij aan het in stand houden en wijzigen van de gemeenschappen.
Transactioneel proces jij wordt gevormd door cultuur, en vormt de
cultuur.
Je kan een kind niet los zien van zijn cultuur manier van ontwikkeling
onderzoeken is fout, want je moet ze in hun eigen context onderzoeken.
Model Kagitcibasi:
Kritiek: is het nog nuttig, hoe trek je hier algemene conclusies over?
o In literatuur gebruikt om culturen de classificeren
overgeneralisatie en simplificatie.
o Globalisatie en migratie veranderd de cultuur van een samenleving.
Individualistische oriëntatie vs. Collectivistische oriëntaties hoe
zien families eruit, wat doen ze?
, o Individualistisch: welvaart naar beneden verdeeld grootouders
sparen voor kleinkinderen.
Kind is onafhankelijk en autonomisch
o Collectivistisch: welvaart naar boven verdeeld kleinkinderen
sparen voor grootouders
Kinderen zijn onderling afhankelijk van anderen, sterke
relaties met anderen, groeps-/familie loyaliteit.
Model kan gebruikt worden om ouderlijke oriëntaties te bepalen, maar
beide oriëntaties kunnen in samen bestaan in een samenleving en individu
verschilt per context/situatie.
o Ouderlijke oriëntaties: wat vinden ouders belangrijk?
o
(B
erns, 2016)
Individualistisch Collectivistisch
Autoriteit rol Bereikt, egalitair Toegeschreven,
hiërarchisch
Relaties Competitief Coöperatief
Communicatie Direct, verbaal, face-to-face, Indirect, non-verbaal,
onafhankelijk van context afhankelijk van context
Vertonen emoties Open met iedereen of alleen Buiten (fysiek) of
met intieme anderen binnenin (persoonlijke
aftand)
Discipline/ Leren door te doen, instructie & Gehoorzaamheid,
begeleiding redeneren, gevoel van imitatie, plichtsbesef
onafhankelijk
Focus skill Beslissingen maken, Delen, helpen,
individuele prestatie, interactie,
zelfexpressie, persoonlijke groepsloyaliteit
keuze & verantwoordelijkheid
Super & harkness:
Developmental niche:
3 subsystemen/componenten die gericht zijn op homeostase, beïnvloed
worden door de larger culture/grotere maatschappij, interacteren met en
beïnvloed worden door elkaar.
De 3 subsystemen hebben allemaal invloed op hoe een kind ontwikkeld.
Fysieke aspecten van ‘setting’: fysieke en sociale aspecten van de
omgeving