Artikel 1
Wat is opvoeding eigenlijk? (Basisboek opvoeding theorie en praktijk) door H. Malschaert en M.
Traas
1.1 inleiding
Langeveld beschrijft opvoeding als 'omgang tussen volwassenen en kinderen' met de invloed om het
kind te helpen mondig te worden. Met een kleine wijziging komt dan de volgende definitie:
Opvoeding is een bepaalde vorm van omgang tussen volwassenen en jeugdigen die erop gericht is
steun en richting te geven aan het proces van volwassenwording. Opvoeding is gebaseerd op
verantwoordelijkheid en wordt bepaalt door culturele context. We onderscheiden doelstellingen,
middelen, voorwaarden en omstandigheden. Opvoeden volgens Langeveld: er vind omgang plaats
tussen kinderen en volwassenen. Er moet invloed uitgeoefend worden. Deze gaat uit van
volwassenen(geen wisselwerking dus). Volgens Langeveld is opvoeding dus altijd intentioneel!!
1.2 is opvoeding nodig?
Deze vraag is eigenlijk niet goed, een betere vraag zou zijn: kunnen we ons aan opvoeding
onttrekken? Overal waar volwassenen en kinderen met elkaar worden geconfronteerd ontstaat
opvoeding. Dit kan goed of slecht gebeuren maar niet NIET gebeuren. Een andere vraag is of er
verschil is tussen verzorging en opvoeding. Het antwoord hierop is ja, bij onderzoeken waar het
contact beperkt bleef tot lichamelijke verzorging was er een negatief effect op de ontwikkeling van
de kinderen.
1.3 opvoedingsmilieu en omstandigheden
Opvoeding heeft een maatschappelijke context, vaak staan we hier niet bij stil, maar veel instituties
bemoeien zich met de opvoeding. Denk hierbij aan de leerplicht of kinderbescherming. De overheid
voelt zich medeverantwoordelijk voor de opvoeding van kinderen, schept voorwaarden en grijpt
actief in. Opvoeding is dus ook een politiek item. Toch is het belangrijkste kader van de opvoeding
het gezin. De structuur van een gezin kan heel verschillend zijn en vooral de laatste jaren is dit erg
veranderd, denk aan de rolverdeling binnen een gezin. Onze samenleving is ook steeds meer een
onderhandelingshuishouding geworden waar gezagsverhoudingen niet meer vanzelfsprekend zijn.
Ook de school is een belangrijke roldrager in het opvoedingsproces. Hier vind niet alleen onderwijs
plaats maar ook socialisatie. Buurt en leeftijdsgroepen zijn ook van groot belang. We spreken van
peergroup als het gaat over groepen leeftijdsgenoten die samen hun vrije tijd doorbrengen. Vooral
tijdens de puberteit spelen deze groepen een belangrijke rol. We spreken van jeugdcultuur als het
gaat over maatschappelijke stromingen voor jongeren. Dit gebeurt vaak door muziek en kleding.
Deze groepen en culturen spelen een grote rol in het vinden van een eigen identiteit en het losmaken
van het ouderlijk milieu.
1.4 opvoedingsdoelen
Er zijn verschillende soorten opvoeding, goed, slecht, bewust, onbewust. Zodra men gaat nadenken
over de opvoeding kom je tot de conclusie dat opvoeding intentioneel is: de opvoeder wil iets
, bereiken, een belangrijk verschil met verzorging. Opvoeding heeft dus doelstellingen. Enkele
hoofdgroepen van opvoedingsdoelen zijn de volgende:
Kinderen leren zich handhaven, ze houden rekening met anderen maar komen ook voor
zichzelf op. Ze passen zich aan en blijven zichzelf. Verantwoordelijkheid is belangrijk.
Kinderen ontplooien zichzelf, hun mogelijkheden en kwaliteiten. Belangrijk is dat kinderen
verantwoordelijk zijn en zelf beslissingen nemen.
Kinderen ontwikkelen hun eigen identiteit
De nadruk is per opvoeder verschillend maar alle elementen worden wel gebruikt. Ook tijd en plaats
spelen een rol bij de opvoedingsdoelen die er gelden (cultuur en tijd). Doelen die er altijd zijn: de
mens is een nestblijver en de ouders hebben een natuurlijke band en natuurlijke verzorgingsdrang.
Volgens Langeveld is het belangrijkste opvoedingsdoel MONDIG WORDEN! Dus dat je nee kan leren
zeggen en dat je zelfstandig kan zijn. Zelfverantwoordelijke zelfbepaling wil zeggen dat je zelf de
consequenties overziet van je daden en dat je zelf kunt beslissen.
1.5 opvoedingsvoorwaarden
Om de doelen te bereiken zijn er ook voorwaarden: omstandigheden die door opvoeders worden
geschapen om de opvoeding mogelijk te maken. Ook wel middelen genoemd. Verzorging van
kinderen kan een voorwaarde zijn. In de eerste plaats gaat het om een opvoedingsrelatie:
wederzijdse betrokkenheid en respect. Hierbij is verantwoordelijkheid belangrijk. Als er iets mis gaat
in de opvoeding ligt dit vaak aan de opvoedingsrelatie. Een andere voorwaarde van opvoeding is
veiligheid, het gevoel dat een kind op zijn opvoeders kan rekenen. Nog een voorwaarde is uitdaging,
er moet ruimte zijn voor risico's, ervaringen en ontwikkelingen. Een laatste voorwaarde is echtheid,
een opvoeder kan namelijk ook alleen met zichzelf en de buitenwereld bezig zijn waardoor je een
narcistische opvoeding krijgt.
1.6 opvoedingsmiddelen
De grens tussen opvoedingsvoorwaarden en middelen is lastig. Bekende middelen zijn belonen en
straffen. Ook het stellen van regels of juist vrijheid kunnen gezien worden als middelen.
Onderhandelen net zo. Voorwaarden gaan over in middelen en omgang gaat over in opvoeden.
Vakanties worden middelen als er de intentie is om het kind andere culturen te laten zien.
1.7 historische en culturele context
Ideeën over opvoeding zijn producten van de historische ontwikkeling van de samenleving. In de
middeleeuwen was de opvoeding erop gericht om kinderen zo snel mogelijk volwassen te laten
worden. In de 18e eeuw, de moderne industrie, ging men kinderen juist isoleren uit de
volwassenenwereld en beschermen tegen seks en geweld. Er ontstond een beschermend jeugdland.
In onze tijd word dit steeds meer aangetast, beschermen tegen de invloeden van buitenaf is steeds
moeilijker en ook proberen volwassenen zolang mogelijk jong te blijven. Er komt dus steeds minder
een scheiding tussen volwassenen en kinderen. De opvattingen over opvoeding van dit moment zijn
nog een beetje vaag: oude structuren vervagen maar er zijn nog geen duidelijke nieuwe. Onze
cultuur legt veel nadruk op individualiteit en autonomie. Ook speelt religie bij ons niet een heel