Model (Kagitcibasi): Ont. Onderzoek moet meer kijken naar ‘lived
experiences’ van kinderen leren en ont. Komt
voor in dagelijkse activiteiten en gebeurtenissen
van culturele gmnschp.
Cultuur: leefwijze van generaties mensen in
gmnschp.
Participatie: oberservatie, bijdragen, beslissingen,
inspanningen, ideeën & acties.
Participatie theorie: voor het individu zijn
context/cultuur wederzijds vormende aspecten van
het levensproces.
Participatie perspectief: kinderen leren & ont. In de
beslissingen van de sociale omgeving.
Vygotsky: ont. Is proces van internalisatie en
participatie.
Culturele aspecten (dagelijkse routines, waarden,
opvoedpraktijken) zijn essentieel om ervaring te
begrijpen.
Onwetendheid van alledaagse leven zorgt voor
Individualistisch: individuele ont., onafhankelijkheid, autonomie, overgeneralisatie van culturele groepen (WEIRD
welvaart naar beneden. steekproeven).
Collectivistisch: relaties met anderen, interdependentie, loyaliteit,
welvaart naar boven. -Kinderen navigeren tussen verschillende contexten
Ouderlijke oriëntaties (Berns): en leren hun handelingen te onderscheiden per
context strategieën om incongruentie aan te
pakken.
-Om aanpassing te onderzoeken moet je kijken
naar lived experience en niet laboratorium setting.
-Dagelijks leven en culturele
-Super & Harkness, 1986- (Developmental niche)
DN: kader voor onderzoeken naar effecten van
culturele kenmerken op de opvoeding van kinderen
in microsysteem.
Scientific method: menselijke geest bestuderen in
isolatie van laboratorium.
-Vélez-Agosto et al., 2017)- (Herziening Bronfenbrenner)
Model voor psycho-cultureel onderzoek (Whiting):
Bronfenbrenner had kritiek op wetenschap toentertijd vreemd
psychologische en fysiologische effecten door
gedrag, vreemde situatie, vreemde volwassenen in korte periode.
kenmerken van geschiedenis en natuurlijke
Ecologische theorie: studie van menselijke ont. in context van
omgeving van maatschappij.
voortdurende omgeving (upper layer/immediate setting &
Freud & sociale leertheorie: individueel volwassen
supportive layer).
gedrag gevormd door rituelen en overtuigingen.
Later herziening met 5 systemen cultuur in macro- en
Bronfenbrenner: (in)directe omgeving van kind
mesosysteem (ideologie) homogenisering van diversificatie van
heeft invloed op ont. ecologische
menselijke ervaring.
systeemtheorie.
3 theorieën die laten zien dat cultuur niet in het macrosysteem Kessen: focus op kind-in-context.
behoort:
3 subsystemen bemiddelen individuele
Socioculturele theorie (Vygotsky): Cultuur medieert menselijke
ont.ervaring binnen grotere cultuur continuïteit
ervaring, dagelijkse activiteiten, ontstaan kindertijd, interacties en
van ene naar andere fase, sociale en cognitieve
activiteiten microsysteem.
regels binnen cultuur.
Ecoculturele theorie (Weisner): culturele gmnschp bied ont.paden,
overtuigingen, praktijken, ervaringen en instituten, relatie tussen ‘Setting’ (fysieke & sociale omgeving): omgeving
individuele processen en socio-contextuele voorwaarden cultuur van dagelijks leven, interacties met mensen &
zit in individu, actor van eigen ont. en niet passieve ontvanger. sociale instituties, dagelijkse routines. Gemedieerd
Transformatie van het participatieperspectief (Rogoff): participatie door culturele aanpassing van opvoedpraktijken.
in socioculturele activiteiten, gemeenschappelijke routines, cultuur ‘Customs’ (opvoedpraktijken): aangepast aan
in elk aspect van het leven microsysteem. ecologische en culturele omgeving, wat natuurlijk
voelt om te doen, dagelijkse rituelen/routines &
Cultuur centrale rol in alledaagse acties en directe context voor ont.
gedragsstrategieën. kan bewust en onbewust.
praktijken van sociale gmnschpn.
‘Caretaker psychology’ (opvoedvisie):
Interactie verschilt per context-Systemen
internaliseren
vloeienculturele
van een waarden
interactie overtuigingen/geloven en waarden over opvoeding
en praktijken elke ervaring uniek voor ont. diversiteit aan
in een andere. gereguleerd door cultuur, etnotheorieën over
omgeving waarmee interactie is.
-Culturele microsysteem gevormd door gedrag, ont. en belangen, gmnschpsdoelen,
sociale relaties en activiteiten binnen effectieve opvoedtechnieken, mijlpalen, ouderlijke
bepaalde culturele definities. ambities voor kind.
-Socialisatie binnen culturele
alledaagse activiteiten, routines en
Theoretische definitie cultuur: deel van dagelijkse
paden.
routines en praktijken die geobserveerd wordt in
-Cultuur verbind instituties door
families, peers, kinderopvang en schoolomgeving.
creëren van praktijkgmnschpn.
-Spiraal beweegt door het
chronosysteem van de cultuur die
bestaat binnen verschillende settings.
, -Vélez-Agosto et al., 2017)- (Herziening -HC 2, Slot- (acculturatie, groepsprocessen)
Bronfenbrenner) Acculturatie: sociale, psychologische en culturele verandering als
Cultuur in dagelijkse praktijken van gevolg van verhuizing naar nieuwe cultuur. (kan al verschil van
familiesystemen: interacties en opbouw relaties zijn).
-Gmnschpn en individuen kunnen ervaring en Tweerichtingsproces: jij in nieuwe context hoe omgeving je
interacties in een specifieke context waarneemt.
diversifiëren.
-Kijk naar culturele praktijken en dagelijkse Acculturatie model (Berrry): Individueel & Maatschappelijk level:
activiteiten voor heterogeniteit binnen etnische Integratie: 50/50 – Multicultureel: mensen
groep. zijn geïntegreerd.
Cultuur in school en andere leefomgevingen: Assimilatie: volledige adoptatie gastcultuur
-Participatie aan instituties is belangrijk van
– Melting pot: 1 gezamenlijke cultuur.
culturele praktijken.
Segregatie: focus eigen groep – Segregatie:
-Culturele processen in verschillende
omgevingen mediëren kinderen hun aanpak veel groepen, weinig interactie.
t.o.v. peer interacties Marginalisatie: niet deel van culturele
-Basis voor structureren van menselijke relaties gmnschp. – Exclusie: groepen die geen deel
en communicatie. zijn van samenleving.
-Ont. is transactioneel beïnvloed door
culturele contexten en waar participatie Gesegregeerde assimilatie: adoptie van delen van gastsamenleving.
Integratie is beste psychologische en sociaal-culturele aanpassing voor
-Bornstein et al., 2020- (ouderschapskennis) kinderen.
Ouderschapskennis (OSK): kennis over hoe je Multicultureel beleid is beste voor interculturele stimulatie van peer
biologische, fysieke, socio-emotionele en contact.
cognitieve belangen van kinderen vervult Assimilatie of integratie beste voor intercultureel contact als ouder.
terwijl ze ontwikkelen invloed op
opvoedkeuzes. Acculturatie en psychologische & educatieve uitkomsten:
Verschilt per land, wel overeenkomsten in Focus gastcultuur +school belonging & attituden.
leeftijden. Etnische focus +school belonging bij ondersteunend/niet
ondersteunend beleid.
-Belangrijk voor zelfbesef, opvoeding en ont. Gebruik eigen taal +educatieve aspiraties.
-Meer kennis ont.gericht en Religie +moeite van familie oriëntatie +educatieve
Wereldwijd:aspiraties en
groeibevorderend gedrag. moeite.
-Overtuigingen kunnen in strijd zijn met -Push: ontsnappen eigen
wetenschappelijke kennis (bijv. kennis van Cultuur en aanpassing (Pérez et al.): land.
eigen moeder i.p.v. professionals overnemen). -Pull: aantrekkelijke
factoren.
-Leeftijd +OSK: leerervaring, meer serieus, -Globalisatie en socialisatie
sociale kring met kinderen. veranderen mogelijkheden
-Opleiding +OSK: bevorderend perspectief op voor acculturatie.
leven, gevoelens van competentie. -Transnationale
-Andere factoren (verschilt per land):
ideologieën: overtuigingen
ondersteuning vader en andere personen,
geschreven materialen, organisaties/groepen.
-Ouders moeten consistent, gepast en effectief
opvoeden en complexe/snel veranderende
informatie proberen te begrijpen en onthouden.
Macrosysteem: nationale en immigrant beleid en attituden tegenover
-Specificiteitsvisie op ouderschapskennis m.b.t. migranten. Bepaalde overtuigingen
maatschappelijke diversiteit en vele bronnen. Microsysteem: buurt en segregatie in huisvestiging, armoede, misdaad
schijnt door in praktijk
-Ouders hebben recht op informatie gebaseerd en schooling.
beïnvloed kinderen hun gedrag
op bewijs die betekenis van hun taak
Leraren ondersteunen groepsprocessen en ont.
+samenspel kinderen hoe
-Sidler et al., 2022- (acculturatie en school) meer en hogere kwaliteit samenspel, hogere cognitieve betrokkenheid.
Acculturatie: culturele en psychologische
verandering van individuen/groepen wanneer
Mediterranen als
ze intercultureel contact hebben.
vergelijkingsgroep
Acculturatie attitudes: instandhouding van
erfgoedcultuur en adoptie van dominante Docenten meer waardering voor
cultuur.
-School is acculturatiecontext: intercultureel
contact en leren diversiteitsbeleid.
-Minderheids- en meerderheidsgroep zijn
acculturatie agenten. beiden moeten zich Tijdens adolescentie vorming van attituden/meningen:
aanpassen. Meerderheid: hoe jonger, hoe opener.
-Minderheidsleden hun openheid voorspelde Minderheid: door de tijd opener.
meer adoptie van minderheidsculturen. Alle leerlingen binnen integratieprofielen waren eens met (1) en (4).
Wederzijdse integratieprofiel: (1)behouden -Integratie/bi-culturele oriëntatie +aanpassing voor
erfcultuur, (2)adoptie dominante cultuur, migratieachtergrond studenten.
(3)overname culturele kennis, (4)school -Wederzijdse integratie +psychologische aanpassing
stimuleert intercultureel contact. +zelfvertrouwen & zelfbeschikking.
Wederzijdse milde-integratieprofiel: hoge -Sterke wederzijdse integratie +acculturatie van minderheids- en
overeenstemming (1), de rest milde meerderheidsgroep.
overeenstemming. -Scholen moeten intercultureel contact verbeteren +zelfvertrouwen,
Lage-verantwoordelijkheid meerderheidsprofiel: welzijn en motivatie.
-Separatie: behoud erfcultuur.