+ opdracht om te oefenen:
Checklist oefenbetoog: waar moet je tekst aan voldoen?
Inhoud
- Het standpunt is duidelijk verwoord
- Er worden twee argumenten pro gebruikt
- De argumenten pro ondersteunen het standpunt voldoende
- De argumenten pro worden onderbouwd met feiten
- Er wordt een goed gekozen (niet te makkelijk, niet te vergezocht)
tegenargument gebruikt
- Het tegenargument wordt krachtig weerlegd (feiten)
- Er worden twee citaten gebruikt die de argumentatie versterken
- De citaten zijn goed ingebed in de tekst
- De bronnen van de citaten worden vermeld
Aantrekkelijkheid en overtuigingskracht
- De titel nodigt uit tot verder lezen
- De opening trekt de aandacht van de lezer
- De relevantie van het onderwerp wordt aangetoond
- De formulering van het standpunt jaagt geen lezers weg
- De formulering van de argumenten is helder en overtuigend
- De argumenten worden pakkend toegelicht
- De toelichtingen en voorbeelden spreken het beoogde publiek aan
- De toelichtingen en voorbeelden zijn origineel
- Toon, woordkeus en zinslengte sluiten aan bij het beoogde publiek
- Er wordt voldoende uitgelegd (rekening houden met voorkennis)
- De tekst heeft een pakkende uitsmijter
Opbouw
- De titel komt terug in de tekst
- Het betoog begint met een aandachttrekker
- De overgang naar het standpunt is logisch
- Het standpunt staat op de juiste plaats in de inleiding
- De argumenten staan op een voorkeursplaats
- De opbouw van de argumentatie wordt verduidelijkt met signaalformuleringen
- Het slot bevat een conclusie
- De tekst wordt duidelijk afgerond
- De opbouw van de gehele tekst wordt verduidelijkt met signaalformuleringen
Aftrekpunten
Taal (maximaal -25)
- werkwoordfouten: 2 punten aftrek per fout
- interpunctiefouten: 1 punt aftrek per fout
- formuleringsfouten: 1 punt aftrek per fout
, - zinsbouwfouten (onjuiste, kromme zin): 2 punten aftrek per fout
5 HAVO Beoordeling betoog NAAM:
Punte
n
Opbouw en inhoud: 24 punten
1 Aansprekende titel (moedigt aan om te gaan lezen, heeft betrekking op
onderwerp, is niet alleen standpunt) (2)
2 Inleiding
- pakkend begin (trekt de aandacht, slaat duidelijk op onderwerp) (2)
- onderwerp wordt duidelijk geïntroduceerd (1)
- standpunt logisch en duidelijk in inleiding (komt niet uit de lucht vallen, is
overtuigend geformuleerd, bevat nog geen argumentatie) (2)
3 Middenstuk
- argumenten met signaalformulering op voorkeursplaats (1)
- goed eerste argument met onderbouwing/toelichting met
feiten/voorbeelden (4)
- goed tweede argument met onderbouwing/toelichting met
feiten/voorbeelden (4)
- goed gekozen tegenargument met overtuigende/krachtige weerlegging
(4)
- goed gebruik van citaat met correcte bronvermelding (2)
- (bij drie argumenten pro en één contra: 3p per argument te geven en 3p
voor tegenargument en weerlegging)
4 Slot
- conclusie volgt logisch uit middenstuk, geen nieuwe of overbodige info (1)
- pakkende slotzin (rondt goed af, komt terug op opening) (1)
Aftrekpunten
- onlogische of onjuiste alineaverdeling of witregels: -2
- gebruik van drogredenen: -1 per drogreden
- onduidelijke verbanden tussen of binnen alinea’s -1
Taalgebruik: 10 punten
- werkwoordfouten: -1 per fout
- overige spelfouten: -1/2 per fout
- interpunctiefouten: -1/4 per fout
- formuleringsfouten: -1/2 per fout