Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Etiologie van Ontwikkelings- en opvoedingsproblemen

Beoordeling
1.0
(2)
Verkocht
9
Pagina's
123
Geüpload op
17-08-2014
Geschreven in
2013/2014

alle artikelen + hoorcolleges behorende bij vak etiologie: onderwerpen van de colleges zijn: metalliseren van ouders, gehechtheid, temperament, leeftijdsgenoten, ouder-kind en verstandelijke beperking

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

College 1
The developmental Psychopathology approach

Psychopathologie: wetenschap die de ziektes van de geest bestudeerd.

Kinderpsychopathologie kan worden beschouwd als een normale ontwikkeling die schreef is gegaan.
Het is gedrag dat niet langer kan worden gezien als behorende bij het niveau van de ontwikkeling van
het kind. Of gedrag wordt beschouwd als normaal of als pathologisch is afhankelijk wanneer het
ontstaat in de ontwikkeling.
 belangrijk om goed te weten wat hoort bij een normale ontwikkeling om te beoordelen of gedrag
behoort bij de leeftijd of dat gedrag kan verdwijnen als het kind volwassenen wordt. Daarnaast
behoren sommige probleemgedragingen bij een normale ontwikkeling (bijv. kind dat niet in reageert
als moeder bij hem weggaat).

Een algemeen ontwikkelingskader:

De biologische context:
Deze context betreft de invloed van een aantal organische invloeden die van belang zijn voor het
begrip van een afwijkende ontwikkeling, namelijk genetica, biochemie, hersenstructuur, neurologisch
functioneren neuropsychologische functioneren en individuele karakteristieken die betrokken zijn bij
de ontwikkeling van individuele verschillen, zoals temperament. Genetische eigenschappen zijn erg
belangrijk bij psychopathologie.
De individuele context:
Deze context betreft psychologische variabelen binnen een persoon,
persoonlijkheidskarakteristieken, denkprocessen, emoties en geïnternaliseerde
verwachtingen van relaties.
De familie context:
Dit is een zeer belangrijke context voor de ontwikkeling van een kind. De meeste aandacht binnen
deze context is geschonken aan de ouder-kind relatie, hoewel dit voornamelijk naar de moeder is.
De sociale context:
De sociale relaties buiten een familie. Deze wereld neemt steeds meer toe tijdens de ontwikkeling
van een kind. Een belangrijk voorbeeld zijn peerrelaties die zowel een positieve als een negatieve
invloed uitoefenen en daarnaast de extra familie volwassenen zoals leraren en coaches.
De culturele context:
Binnen deze context vallen de grotere sociale en culturele factoren die een invloed uitoefenen op de
ontwikkeling van een kind. Voorbeelden zijn sociale klasse en armoede. Cultuur heeft een grote
invloed op verstoorde gedragingen, maar culturen verschillen onderling ook over de mening wat
verstoord gedrag is.

Deze verschillende onderdelen van het kader interacteren onderling met elkaar door middel van het
tijdsaspect en de daar bijhorende ontwikkelingsfase.

Modellen van kinderpsychopathologie
Een verscheidenheid aan theorieën bieden modellen van de etiologie van psychopathologie in de
kindertijd.
 etiologie: de studie naar de oorzaken of de noodzakelijke en voldoende condities voor het
produceren van verschillende psychopathologie (ontstaan van het bestaan)
Hoewel elk onderscheidende eigenschappen heeft, zijn de modellen niet noodzakelijk onverenigbaar.

,Het medische model
Het traditionele medisch model heeft twee essentiële componenten:
1. psychopathologieën zijn het resultaat van organische disfuncties
2. het classificeert psychopathologisch gedrag op dezelfde wijze als fysieke ziekten, namelijk in
termen van diagnoses.

Meer moderne perspectieven zeggen dat het lichaam en de geest deel zijn van een systeem, zodat
elk de ander beïnvloedt.
 Psychosociale processen (zoals emotie, stress, trauma) kunnen ook invloed hebben op de biologie
van het kind.

De DSM-IV behoudt de neiging van het medisch model om psychopathologie te zien als een ziekte in
de persoon, in plaats van als een product van interacties tussen het kind en de omgeving.

Het behavioral model
Er zijn drie karakteristieken die gedragspsychologie onderscheidt:
 De bewering dat wetenschappelijke psychologie gebaseerd moet zijn op observeerbaar
gedrag. In extreme visies worden hierdoor mentale variabelen uitgesloten omdat deze niet
geobserveerd kunnen worden (zoals gedachten, gevoelens, herinneringen).
 Bewijs wordt op empirisch onderzoek gebaseerd, wat onder hoog gecontroleerde condities is
uitgevoerd. Het laboratorium experiment is hierbij de beste onderzoeksmethode
 Het verkrijgen, behoud, verandering of verwijdering van veel van het menselijk en dierlijk
gedrag kan adequaat en bondig verklaard worden in termen van leerprincipes
de drie leerprincipes vormen de basis van de behavioristische benadering:
1. Respondent conditioneren (klassiek conditioneren): een vorm van conditioneren waarin een
voorgaande neutrale stimulus de eigenschappen aanneemt van een neutrale stimulus die uit
zichzelf een reactie oproept  denk aan kwijlen hond bij bel.
2. Operant conditioneren(instrumentaal): een organisme voert een bepaalde handeling in de
omgeving uit om een bepaald resultaat te behalen. Hierdoor leert een organisme bepaalde
consequenties met bepaalde acties te associëren. Hierdoor oefenen de consequenties een
invloed uit op de waarschijnlijkheid van het vertonen van bepaalde gedragingen.
 ReÏnforcement (versterken): een consequentie die de kans op een bepaalde actie
vergroot
1. positive: een beloning wordt gegeven
2. negative: een negatieve consequentie wordt verwijderd
 Extinction (uitdoven): de bekrachtiging die een bepaalde respons in stand houdt,
wordt verwijderd
 Punishment: een respons wordt opgevolgd door een negatieve stimulus.
avoidance learning (vermijdingsleren): het verschijnsel dat een organisme in de toekomst het
gedrag dat werd opgevolgd door een negatieve stimulus wordt vermeden. Het positieve
effect is dat bepaalde schadelijke of ongepaste gedragingen niet worden herhaald. Maar dit
proces kent echter een keerzijde, omdat het proces een organisme ervan weerhoudt om
nieuwe gedragingen in veranderde omstandigheden toe te passen, terwijl ze hier wel
gewenst zijn.
3. Imitatie (modeling): het leren van nieuw gedrag door het observeren en imiteren van een
andere persoon die dit gedrag vertoont. Dit gedrag wordt dus niet bewust aangeleerd. Het
nadeel hiervan is dat ook ongewenste gedragingen kunnen worden overgenomen.
Gedrag is terug te voeren op de bovenstaande leerprincipes.

,Hoe ontwikkelt psychopathologie zich in dit perspectief?  Leerervaringen van kinderen 
succesvolle aanpassing (goed belonen en slecht straffen  abnormale aanpassing van gedrag door
goed te straffen en slecht te belonen (dus verkeerd aangeleerd).

Psychopathologische problemen worden volgens dit perspectief verworven door een verkeerde
toepassing van de drie principes op vertoonde gedragingen van kinderen. Het juiste gebruik van de
principes is cultureel bepaald. Psychopathologie wordt gedefinieerd in de dimensies frequentie en
intensiteit. Hierdoor ontstaan twee groepen
I) behaviour defict: gedragingen worden in een lagere frequentie of intensiteit getoond dan te
verwachten is binnen de betreffende maatschappij, waardoor de sociale, intellectuele en
praktische vaardigheden van het kind beperkt zijn. Voorbeelden zijn leerstoornissen,
autisme en zwakbegaafdheid.
II) behaviour excess: gedragingen worden in een hogere frequentie of intensiteit getoond dan
te verwachten is binnen de betreffende maatschappij. Voorbeelden zijn dwangneuroses,
angststoornissen of hyperactiviteit.

Social learning theory
Een voorbeeld is Bandura deze breidde de aannames van de behavioristen uit op een aantal
manieren
 Reciprocal (wederkerig) determinism: de veronderstellen, waarin een individu en diens
omgeving elkaar wederzijds beïnvloeden. Ook krijgen individuen een actieve rol in het
bepalen van hun responsen op de omgeving.
 De grootste uitbreiding was de toevoeging van cognitieve processen aan de theorie, zoals
interne representaties van ervaringen, verwachtingen en probleem oplossing. Cognitieve
processen bepalen hoe externe gebeurtenissen gedrag zullen beïnvloeden door te bepalen
welke externe gebeurtenissen geobserveerd zullen worden, hoe ze ontvangen worden, of ze
blijvende effecten achter zullen laten, welke valentie en werkzaamheid ze zullen hebben en
hoe de ontvangen informatie zal worden georganiseerd voor toekomstig gebruik.
 Bandura introduceerde tevens het begrip self-efficacy: een schatting van het individu van de
waarschijnlijkheid dat hij een bepaalde uitkomst behaalt. Dit beïnvloedt zowel de keuze van
actie en volharding bij het tegenkomen van obstakels.
Een beperking is echter het gebrek aan aandacht voor ontwikkelingsverschillen.

Cognitieve model
Piaget maakt de aanname dat cognitieve ontwikkeling zich voltrekt in een serie van ordelijke, vaste
fasen. Elke fase is kwalitatief anders, en geen hoger type van denken kan ontstaan tot het kind al de
voorgaande fasen heeft doorlopen.
 Schema: Piaget: Dit is een model dat een kind helpt om de omgeving te begrijpen en te
voorspellen. Omdat het redeneervermogen van een kind tijdens de ontwikkeling toeneemt,
is een schema aan verandering onderhevig. Hiervoor bestaan twee processen:
assimilatie: in Piagets theorie, refereert naar de opname van nieuwe informatie in een
bestaand schema.
accommodatie: in Piagets theorie, refereert naar de wijziging van een schema om nieuwe
informatie te verwerken.
equilibration (evenwicht): in Piagets theorie, de balans tussen assimilatie en accommodatie
Assimilatie biedt enige voorspelbaarheid van de wereld, terwijl accommodatie een kind in
staat stelt nieuwe informatie te verwerken en een beter begrip van de wereld te verwerven.
Social cognitive theory:
Sociaal cognitieve theoretici hebben Piagets concepten op belangrijke manieren uitgebreid. Zo
hebben ze bijvoorbeeld het concept schema gebruikt om het gedrag van kinderen in het
interpersoonlijke domein te bestuderen. Schema zijn volgens hen stabiele mentale structuren die
percepties van henzelf, hun ervaringen in het verleden en hun toekomstverwachtingen verenigen.

, Schema’s kleuren dus percepties van kinderen van nieuwe gebeurtenissen en dus hun reacties op
deze gebeurtenissen. Kinderen met conduct disorders hebben bijvoorbeeld een vijandige
toeschrijvingsbias.

Social cognitive theory (social information theory): deze theorie heeft concepten van Piaget
uitgebreid. Zo ontstond het concept sociale informatie verwerking waarin kinderen op basis van hun
schemata situaties beoordelen. Aan de hand van een schema wordt een nieuwe situatie benaderd.
Dit bood veel inzicht in de ontwikkeling van psychopathologie. Specifiek depressie en
gedragsstoornissen. Bovendien heeft het bijgedragen aan veel effectieve interventies

Psychoanalytic modellen
- Klassieke psychoanalyse
- Ego psychologie
- Object relation theory
- Family systems models

Klassieke psychoanalyse (drive theorie):
Houdt zich bezig met het ontdekken van de dynamiek (de basismotieven) van menselijk gedrag. Het
bezig zijn met intrapersoonlijke krachten onderscheidt psychoanalytici van behavioristen en cognitief
psychologen. Freud is een grondlegger van deze theorie. Er worden twee concepten besproken.

De twee aspecten van klassieke psychoanalyse die het meest relevant zijn voor het begrijpen van
psychopathologie in de kindertijd:
 The structural model Freuds driedelige conceptualisatie van de menselijke psyche
 Id: is de bron van alle biologische driften. Het is primitief gericht op directe bevrediging
en het betreft irrationele gedachteprocessen. Vanaf zes maanden ontstaat
 Ego: die de taak heeft de bevrediging van de id in de realiteit te plaatsen. Het kent
perceptie, geheugen en redenering. Het is tevens de bron van het
verdedigingsmechanisme dat helpt om intense emoties te tolereren en om te gaan met
angst door onacceptabele gedachtes uit het bewustzijn te houdende
 Superego: ontstaat na ongeveer 5 jaar. Ook een onderdeel is van het onderbewustzijn.
Het bevat de morele standaarden die een kind van zijn of haar ouders overneemt. Dit
wordt een geïnternaliseerd systeem dat goed en fout beoordeelt. Het is de taak van de
ego een balans tussen id en superego te vinden. Psychopathologie is daardoor een intern
conflict en onbalans tussen id, ego en superego
 The psychosexual theory  Freuds ontwikkelingstheorie waarin elke fase wordt gekenmerkt
door een verandering in de bron van erotische lichamelijke sensaties.
 Orale fase: voeding is gerelateerd aan de eerste emotionele hechting. Sensitiviteit, zorg
en liefde zorgen voor een positief beeld van zowel moeder als het zelf.
 Anale fase: conflict tussen autonomie en ouderlijke controle staat centraal. Een niet
liefhebbende en straffende ouderlijke discipline kan leiden tot rebellie of angst.
 Fallische fase: waarin het voorschoolse kind expansief en assertief is, en het exclusieve
liefdesobject wil zijn van de ouder van het andere geslacht
o Oedipus complex: het algemene verlangen van de voorschoolse jongen om bezit
te nemen van de moeder en de rivaliserende vader te elimineren
 Latentiefase: waarin kwesties van seksualiteit verminderen en de aandacht van het kind
getrokken wordt naar beheersing van sociale en academische omgevingen
 Genitale fase: waarin volwassen seksualiteit en echte intimiteit worden bereikt.
Hoewel veel van Freuds uitgangspunten tegenwoordig niet algemeen geaccepteerd zijn, heeft de
theorie waardevolle ideeën bijgedragen aan de ontwikkelingsprocessen waardoor psychopathologie
kan ontstaan.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
17 augustus 2014
Aantal pagina's
123
Geschreven in
2013/2014
Type
SAMENVATTING
$8.96
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
9 jaar geleden

Niet meer heel up-to-date voor schooljaar 16/17

11 jaar geleden

De artikelen zijn niet goed vertaald. Ook de informatie uit colleges komen niet overeen (studiejaar 2014-2015)

1.0

2 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
2
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Olive Universiteit van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
241
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
170
Documenten
2
Laatst verkocht
2 jaar geleden

afgelopen schooljaar 2013-2014 schakeltraject orthopedagogiek met succes behaald.

3.6

35 beoordelingen

5
3
4
22
3
6
2
1
1
3

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen