Bouwplan neontale big
Elke poot heeft 4 tenen. Kenmerkend is de wroetschijf, dit is de neusspiegel met neusopeningen. Bij
beide geslachten liggen aan weerszijden van de mediaanlijn in de buikwand een melklijst bestaand
uit 7 tepels.
De anus ligt bij mannen net caudaal van de navel, want de penis is naar craniaal gegroeid, bij
vrouwen ligt de anus verder naar caudaal.
Orgaan/structuur Plek Functie
Peritoneum (buikvlies) Bekleed de buikholte, gaat De testis en bijbal liggen in
dorsaal over in een het buikvlies, dus zijn
dubbelblad van buikvlies intraperitoneaal
(ophangband) en bekleed de
organen
Lever caudaal van het middenrif
binnen de ribboog
Milt Links lateraal van de maag.
In de milt worden rode
bloedcellen afgebroken en
worden afvalstoffen
verwijderd. De milt is een
lange, dunne tongachtige
structuur.
Omentum majus (grote net) De sterk uitgegroeide
dorsale ophangband van de
maag.
Duodenum (twaalfvingerige Eerste deel van de dunne
darm) darm. Sluit aan op de pyloris
van de maag. Ligt rechts.
Loopt eerst naar caudaal en
gaat vervolgens via een
bocht caudaal van de
scheilswortel weer naar
craniaal terug. Wordt
opgehangen met de
scheilswortel.
jejunum Na de duodenum, Wordt
opgehangen met de
Mesojejunum
Ileum Na jejunum, Wordt
opgehangen met de
, scheilswortel.
scheilswortel Hier komen de
ophangbanden van het
jejunum en ileum samen.
Blindedarm (cecum) Verschilt bij ieder dier weer Reactievat fermentatie
in grootte, maar zit bij eind
dunne darm en begin dikke
darm
Dikke darm (colon) Begint bij de blindedarm Voedingsstoffen en water
opnemen
Opstijgende deel van de Na dunne darm/ blinde
dikke darm (colon darm
ascendens)
Overstekende deel van de Na een kromming (ligt vaak
dikke darm (colon horizontaal)
transversum)
Afdalende deel van de dikke Weer na een kromming (ligt
darm (colon descendens) vaak van craniaal naar
caudaal)
Rectum (endeldarm) Na de colon descendens
Anus De uitgang
Vena cava caudalis Caudaal van het hart
(onderste of achterste holle
ader)
Vena portae hepatis Tussen de dikke darm en de Bloed van darm naar lever
(leverpoortader) lever transporteren
lever De lever heeft een
belangrijke functie bij de
verwerking en afvoer van
afvalstoffen. Het filterd
afvalstoffen uit het bloed.
De lever is met de maag en
het duodenum verbonden
via het omentum minus.
Pancreas (alvleesklier)
Urineblaas
Elke poot heeft 4 tenen. Kenmerkend is de wroetschijf, dit is de neusspiegel met neusopeningen. Bij
beide geslachten liggen aan weerszijden van de mediaanlijn in de buikwand een melklijst bestaand
uit 7 tepels.
De anus ligt bij mannen net caudaal van de navel, want de penis is naar craniaal gegroeid, bij
vrouwen ligt de anus verder naar caudaal.
Orgaan/structuur Plek Functie
Peritoneum (buikvlies) Bekleed de buikholte, gaat De testis en bijbal liggen in
dorsaal over in een het buikvlies, dus zijn
dubbelblad van buikvlies intraperitoneaal
(ophangband) en bekleed de
organen
Lever caudaal van het middenrif
binnen de ribboog
Milt Links lateraal van de maag.
In de milt worden rode
bloedcellen afgebroken en
worden afvalstoffen
verwijderd. De milt is een
lange, dunne tongachtige
structuur.
Omentum majus (grote net) De sterk uitgegroeide
dorsale ophangband van de
maag.
Duodenum (twaalfvingerige Eerste deel van de dunne
darm) darm. Sluit aan op de pyloris
van de maag. Ligt rechts.
Loopt eerst naar caudaal en
gaat vervolgens via een
bocht caudaal van de
scheilswortel weer naar
craniaal terug. Wordt
opgehangen met de
scheilswortel.
jejunum Na de duodenum, Wordt
opgehangen met de
Mesojejunum
Ileum Na jejunum, Wordt
opgehangen met de
, scheilswortel.
scheilswortel Hier komen de
ophangbanden van het
jejunum en ileum samen.
Blindedarm (cecum) Verschilt bij ieder dier weer Reactievat fermentatie
in grootte, maar zit bij eind
dunne darm en begin dikke
darm
Dikke darm (colon) Begint bij de blindedarm Voedingsstoffen en water
opnemen
Opstijgende deel van de Na dunne darm/ blinde
dikke darm (colon darm
ascendens)
Overstekende deel van de Na een kromming (ligt vaak
dikke darm (colon horizontaal)
transversum)
Afdalende deel van de dikke Weer na een kromming (ligt
darm (colon descendens) vaak van craniaal naar
caudaal)
Rectum (endeldarm) Na de colon descendens
Anus De uitgang
Vena cava caudalis Caudaal van het hart
(onderste of achterste holle
ader)
Vena portae hepatis Tussen de dikke darm en de Bloed van darm naar lever
(leverpoortader) lever transporteren
lever De lever heeft een
belangrijke functie bij de
verwerking en afvoer van
afvalstoffen. Het filterd
afvalstoffen uit het bloed.
De lever is met de maag en
het duodenum verbonden
via het omentum minus.
Pancreas (alvleesklier)
Urineblaas