IC 1 - INTRO IN STRATEGISCH MANAGEMENT
STRATEGIE - DEFINITIES EN KARAKTERISTIEKEN
Strategie: het patroon van keuzes die een organisatie maakt, met betrekking tot de allocatie van
middelen en de relatie met haar externe omgeving, om haar lange termijn doelen te halen.
Initiatives taken by general managers on behalf of owners:
Wat voor invloed hebben de karakteristieken van besluitnemers en hun team op welke besluiten ze
nemen? En hoe worden zij gecontroleerd en geadviseerd door hun raad van commissarissen?
Allocatie van middelen:
Resource-based view (VRIN).
Hoe kunnen we AI inzetten in onze bedrijfsprocessen? Hoe implementeren we onze strategie?
Lange termijn doelen behalen:
Wat is beter? Duurzamer? Meer winstgevend? Meer draagvlak? Meer groei?
Externe omgeving:
Wat is de invloed van de samenleving op het bedrijf?
STRATEGIE ALS FENOMEEN - ANTECEDENTEN
Waar komt strategie vandaan?
Missie: waarom bestaat de organisatie?
Visie: wat gaat de organisatie doen?
Identiteit: wie zijn we?
Hoe helpen missie en visie?
Top managers reflecteren en komen tot consensus over lange termijn objectives (visie).
Dwingt ondernemingen om te kijken naar de toekomst (visie).
Creëert een doel waar alle beslissingen kunnen worden aan afgemeten (visie).
Bakent grenzen af voor strategieformulering en formulering van objectieven (missie en visie).
Helpt steun medewerkers te verkrijgen voor interne verandering en zingeving (missie en
visie).
,Organizational identity: datgene wat de leden van de organisatie hetgeen van de organisatie 'central,
distinctive and enduring' vinden. Beantwoord de vraag 'wie zijn wij als organisatie?'
Central: wie zijn wij in onze kern van de organisatie?
Distinctive: wat maakt ons anders dan andere organisaties?
Enduring: wat blijft stabiel over tijd heen?
Missie, visie en identiteit geven richting aan de strategie van de organisatie. Dit is de kern van de
strategie van de organisatie, naast allerlei analyses die men kan uitvoeren.
Analyses: antecedenten.
Intended/deliberate strategy: plan gemaakt wat de strategie is en die voer je ook zo uit.
Emergent strategy: een patroon van keuzes die je niet zo op voorhand bedacht had.
STRATEGIE ALS FENOMEEN - CONSEQUENTIES
Consequenties zijn als het ware een tautologie: combinatie van woorden die hetzelfde of nagenoeg
hetzelfde betekenen en daardoor overbodig zijn.
→ Strategie heeft altijd de intentie om de performance van de organisatie te vergroten.
Het heeft een grote impact → de verkeerde strategie kan tot exit leiden en een goede strategie tot
langdurige voordelen.
Hoewel performance op organisatieniveau vaak voorop staat in strategisch management, heeft een
strategie ook consequenties op bijv. de medewerkers binnen een organisatie.
→ Strategie beïnvloedt hoe je je gedraagt binnen de organisatie (gaan voor hoge kwaliteit/lage
kosten).
Een duidelijke strategie verhoogt betrokkenheid en zorgt dat de juiste mensen komen werken bij de
organisatie.
VC 1 - WAT ZIJN PRECIES STRATEGISCHE BESLUITEN?
Strategy Science - What Makes a Decision Strategic? Leiblein, Reuer & Zenger (2018)
WAT ZIJN DAN STRATEGISCHE BESLUITEN?
Lang is gedacht dat strategische besluiten zo te definiëren waren; strategische besluiten zijn
besluiten die:
Belangrijk zijn.
Groot effect op performance uitkomsten hebben.
Een scherpe trade-off in zich hebben.
Strategische besluiten zijn besluiten die onderlinge afhankelijkheid hebben met andere besluiten.
Dat zijn;
Andere besluiten die nu genomen moeten worden.
Andere besluiten door andere actoren.
Andere besluiten in de toekomst.
Customer value proposition (waarde propositie voor de klant): hoe effectief weet de onderneming in
te spelen op de klantenwensen.
Operating model: hoe lager de kosten, gegeven de waarde propositie, hoe groter het vermogen van
het business model om winst te genereren.
Business model in kaart brengen → business model canvas;
,Strategische besluiten zijn onderling afhankelijk van de besluiten van andere partijen buiten de
organisatie.
Type afhankelijkheden met andere actoren:
Complementaire afhankelijkheid: beslissingen versterken elkaar.
Substitutionele afhankelijkheid: beslissingen beconcurreren elkaar.
Regulatoire afhankelijkheid: beslissingen worden beïnvloed door regelgeving.
Strategische besluiten zijn onderling afhankelijk van andere besluiten in de toekomst.
Strategische besluiten vereisen commitment en zijn moeilijk terug te draaien;
Lange termijn commitment;
Technologie; kiezen van op welke technologie je je producten baseert.
Financiën; het aangaan van financiële verplichtingen en het bepalen van je
financieringsstructuur.
Markt; als je kiest voor bepaalde markten/klanten, wordt het in de toekomst moeilijker om
voor een andere groep klanten te gaan.
Juridisch; contracten beslaan vaak meerdere jaren. Het aangaan van allianties wordt
hierdoor een strategische keuze.
Human capital; het opleiden/ontwikkelen van je personeel in een bepaald gebied zorgt
ervoor dat ze daar beter in worden, maar misschien andere zaken niet zo goed meer kunnen.
IC 2 - EXTERNE OMGEVING EN CONCURRENTIE
EXTERNE OMGEVING ALS FENOMEEN - DEFINITIE EN
KARAKTERISTIEKEN
Externe omgeving is groot;
, Classificatie van omgevingen:
Industrie (SIC codes)
Business ecosystemen; een groep organisaties die van elkaar afhankelijk zijn om waarde te
creëren.
Institutionele omgeving; de omgeving waar de instituties soortgelijk zijn (land) →
regelgeving, gebruiken, normen.
Macro-omgeving; bevat ook de institutionele omgeving.
EXTERNE OMGEVING ALS FENOMEEN - ANTECEDENTEN
De bredere omgevingscontext waarin de industrie zich begeeft is per definitie een groot concept →
tool om gestructureerd naar de omgeving te kijken → PESTLE
Political: politieke stabiliteit, invloed van politiek, belastingregelgeving.
Economic: inflatie, rentepercentages, wisselkoersen, economische groei.
Social: demografische ontwikkelingen, opleidingsniveaus, lifestyle.
Technological: veranderingen in technologieën, infrastructuur rondom innovatie.
Legal: patentwetten, wetten rondom discriminatie, consumentenrechten, ARBO.
Environmental: grondstoffen, klimaat en weer, kans op natuurrampen.
EXTERNE OMGEVING ALS FENOMEEN - CONSEQUENTIES
PESTLE geeft aan welke elementen van de macro-omgeving kunnen bepalen wat voor keuzes de
organisatie moet maken. Welke keuzes in de macro-omgeving zorgen voor een hogere performance
van het bedrijf? → scenario's.
Scenario: speculatie over de toekomst.
Moeilijk om te maken, zeker als je langer in een bedrijf werkt.
Geen voorspelling.
Breekt met het verleden en komt met een nieuw idee over de toekomst.
Hoe maak je een scenario?
1. Kijk eerst naar je time frame en geografische grenzen.
2. Kijk naar de PESTLE dimensies en bedenk hoe die verschillende dimensies er heel anders uit
zouden kunnen zien.
Wat doe je dan met die scenario's om je performance te verhogen?
Uitgaan van de meest waarschijnlijke.
Je er tegen beschermen.
Flexibel blijven.
Een scenario laten uitkomen.
CONCURRENTIE ALS FENOMEEN - DEFINITIE EN KARAKTERISTIEKEN
Concurrentie: relatie tussen 2 (of meer) bedrijven die strijden om schaarse waarde of marktkansen.