Hoofdstuk 6:
6.1
● Jager-verzamelaars leefden in groepen van 20-50 mensen van de natuur.
- Moesten van ene naar andere plek trekken bij tekort aan voedsel.
- Schaarste (keuzes moeten maken door het bezit van beperkte middelen, waardoor je
niet onbeperkt je behoeften kan volgen) was een groot probleem.
- Natuur: - lange termijn → klimaatverandering en het wegtrekken uit
gebieden.
- korte termijn → grond moest voldoende opbrengen en genoeg
water.
- 21e eeuw = supermarkt, op 1 plek blijven wonen, minder afhankelijk van de natuur.
6.2
● Jager-verzamelaars moesten samenwerken.
- Samenwerking → het proces waarin individuen, groepen en/of staten
relaties vormen om hun handelen op elkaar af te stemmen voor een
gemeenschappelijk doel.
- Doel was eten krijgen, overleven.
- Samenwerking heeft positieve gevolgen voor de sociale cohesie op verschillende
niveau´s: micro-, meso- en macro-.
- Macht van het getal → met een meerderheid een bepaalde som verhogen.
- Voor samenwerken moet je altijd iets opgeven, wederzijdse acceptatie en onderling
vertrouwen is een must.
● Voedselschaarste zorgde voor conflicten.
- Conflict → een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar
tegenwerken om hun eigen doelen te bereiken (gaat dus ten koste van
anderen).
- Ook verschillende niveau´s.
- Algemeen belang/collectief goed → mensen die een ideaal realiseren waar
iedereen baat bij heeft.
- Voorbeelden: schoon drinkwater, infrastructuur, gezondheid en onderwijs.
- Zijn non-exclusief → iedereen mag er gebruik van maken.
- Private goederen: goederen waar iedereen voor moet betalen.
- Voorbeelden: eten en drinken, vakanties en een smartphone.
- Zijn exclusief → niet voor iedereen weggelegd.
● Dilemma van de collectieve actie:
- Collectieve actie → mensen die samenwerken om een collectief goed te
realiseren.
- Je kunt er bewust voor kiezen om hier niet aan mee te doen.
- Dilemma van de collectieve actie → de keus waar mensen voor staan om
wel of niet mee te werken om een collectief goed te realiseren.
- Het is voor elke actor aantrekkelijk om mee te doen, iets in te leveren en hiervan te
profiteren.
- Als je alleen profiteert, maar niet meedoet, heet dat freeriden.
6.1
● Jager-verzamelaars leefden in groepen van 20-50 mensen van de natuur.
- Moesten van ene naar andere plek trekken bij tekort aan voedsel.
- Schaarste (keuzes moeten maken door het bezit van beperkte middelen, waardoor je
niet onbeperkt je behoeften kan volgen) was een groot probleem.
- Natuur: - lange termijn → klimaatverandering en het wegtrekken uit
gebieden.
- korte termijn → grond moest voldoende opbrengen en genoeg
water.
- 21e eeuw = supermarkt, op 1 plek blijven wonen, minder afhankelijk van de natuur.
6.2
● Jager-verzamelaars moesten samenwerken.
- Samenwerking → het proces waarin individuen, groepen en/of staten
relaties vormen om hun handelen op elkaar af te stemmen voor een
gemeenschappelijk doel.
- Doel was eten krijgen, overleven.
- Samenwerking heeft positieve gevolgen voor de sociale cohesie op verschillende
niveau´s: micro-, meso- en macro-.
- Macht van het getal → met een meerderheid een bepaalde som verhogen.
- Voor samenwerken moet je altijd iets opgeven, wederzijdse acceptatie en onderling
vertrouwen is een must.
● Voedselschaarste zorgde voor conflicten.
- Conflict → een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar
tegenwerken om hun eigen doelen te bereiken (gaat dus ten koste van
anderen).
- Ook verschillende niveau´s.
- Algemeen belang/collectief goed → mensen die een ideaal realiseren waar
iedereen baat bij heeft.
- Voorbeelden: schoon drinkwater, infrastructuur, gezondheid en onderwijs.
- Zijn non-exclusief → iedereen mag er gebruik van maken.
- Private goederen: goederen waar iedereen voor moet betalen.
- Voorbeelden: eten en drinken, vakanties en een smartphone.
- Zijn exclusief → niet voor iedereen weggelegd.
● Dilemma van de collectieve actie:
- Collectieve actie → mensen die samenwerken om een collectief goed te
realiseren.
- Je kunt er bewust voor kiezen om hier niet aan mee te doen.
- Dilemma van de collectieve actie → de keus waar mensen voor staan om
wel of niet mee te werken om een collectief goed te realiseren.
- Het is voor elke actor aantrekkelijk om mee te doen, iets in te leveren en hiervan te
profiteren.
- Als je alleen profiteert, maar niet meedoet, heet dat freeriden.