Hoofdstuk 7:
7.1
● Bindingsvraagstuk → vraagstuk over de relatie en onderlinge
afhankelijkheden tussen mensen in een gezin of familie, tussen leden van
een groep, in de maatschappij en op het niveau van de staat
(ordeprobleem volgens sociologen).
● Boeren in het jaar 1000 moesten vroeger hun gebied veilig maken door
hun landbouwgronden beter te beschermen → betere oogst.
7.2
● Macht → het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde
doelstellingen te bereiken (1) en de handelingsmogelijkheden van anderen
te beperken of te vergroten (2).
- Dwang is een oplossing voor het dilemma van collectieve actie.
● Hulp- of machtsbronnen:
1. Affectief.
2. Cognitief.
3. Economisch.
4. Politiek.
- Twee kanten van macht: formeel (regels en wetten) en informeel (niet vastgelegd).
● Politieke institutie:
- Complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun
onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en politieke besluitvorming
reguleren (overheid en rechters bijvoorbeeld).
- Instelling → een plek waar de politieke institutie uitgevoerd kan worden
(Tweede Kamer bijvoorbeeld).
7.3
● Paradigma´s:
● Functionalisme → macht speelt een belangrijke rol tussen actoren, en macht is
er nou eenmaal om de samenleving goed te kunnen laten functioneren.
● Conflict → strijd tussen machthebbende en minder machtigen staat centraal.
● Sociaalconstructivisme → bij individuen spelen macht en aanzien een
duidelijke rol en hierbij gaat het vooral om hoe mensen een situatie
opvatten, je gaat je gedragen naar wat waar is. Als je denkt dat iemand
machtsbronnen in gaat zetten om je te beïnvloeden, dan zul jij je daarnaar
gedragen → gebaseerd op ideologieën: ideeën over de ideale samenleving.
● Rationele actor → mensen strijden met elkaar om te kunnen overleven, en als ze
uit eigen belang gaan handelen, zal er een conflict ontstaan. Volgens Hobbes is de
oplossing hiervoor iemand creëren die de oppermacht heeft, de overheid (Leviathan),
om zo de orde in de samenleving te houden.
7.4
7.1
● Bindingsvraagstuk → vraagstuk over de relatie en onderlinge
afhankelijkheden tussen mensen in een gezin of familie, tussen leden van
een groep, in de maatschappij en op het niveau van de staat
(ordeprobleem volgens sociologen).
● Boeren in het jaar 1000 moesten vroeger hun gebied veilig maken door
hun landbouwgronden beter te beschermen → betere oogst.
7.2
● Macht → het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde
doelstellingen te bereiken (1) en de handelingsmogelijkheden van anderen
te beperken of te vergroten (2).
- Dwang is een oplossing voor het dilemma van collectieve actie.
● Hulp- of machtsbronnen:
1. Affectief.
2. Cognitief.
3. Economisch.
4. Politiek.
- Twee kanten van macht: formeel (regels en wetten) en informeel (niet vastgelegd).
● Politieke institutie:
- Complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun
onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en politieke besluitvorming
reguleren (overheid en rechters bijvoorbeeld).
- Instelling → een plek waar de politieke institutie uitgevoerd kan worden
(Tweede Kamer bijvoorbeeld).
7.3
● Paradigma´s:
● Functionalisme → macht speelt een belangrijke rol tussen actoren, en macht is
er nou eenmaal om de samenleving goed te kunnen laten functioneren.
● Conflict → strijd tussen machthebbende en minder machtigen staat centraal.
● Sociaalconstructivisme → bij individuen spelen macht en aanzien een
duidelijke rol en hierbij gaat het vooral om hoe mensen een situatie
opvatten, je gaat je gedragen naar wat waar is. Als je denkt dat iemand
machtsbronnen in gaat zetten om je te beïnvloeden, dan zul jij je daarnaar
gedragen → gebaseerd op ideologieën: ideeën over de ideale samenleving.
● Rationele actor → mensen strijden met elkaar om te kunnen overleven, en als ze
uit eigen belang gaan handelen, zal er een conflict ontstaan. Volgens Hobbes is de
oplossing hiervoor iemand creëren die de oppermacht heeft, de overheid (Leviathan),
om zo de orde in de samenleving te houden.
7.4