Beautylevel, basics 2
Samenvatting fysiologie
Alles samengevat over de:
- Cellen
- Weefsel
- Ademhaling
- Huid, haar en nagels
- Stofwisseling en spijsvertering
- Uitscheiding
- Bloed en lymfe
- Hormoonstelsel
- Zenuwstelsel
,Cellen
- Kleinste, zelfstandige eenheid van een levend organisme
Bouw van de cel:
Celmembraan:
- Vormt de celwand
- Semipermeabel (half doorlaatbaar)
- Zorgt ervoor dat de cel voedingsstoffen en zuurstof kan opnemen en afvalstoffen kan
afgeven
- Menselijke cel bestaat uit eiwitten en lipiden
Cellichaam:
- Bestaat uit cytoplasma (70% water, andere opgeloste voedingsstoffen en zuurstof)
- Stoffen die in het cytoplasma zitten zijn belangrijk voor de stofcelwisseling en de
energievoorziening van het lichaam
- Hoe ouder je wordt, je cytoplasma veranderd van vloeibaar naar een geleiachtige
vorm
Celkern:
- Bestaat uit kernplasma
- Regelt alle levensprocessen in de cel
- Binnen het kernmembraan zit kernplasma (nucleoplasma)
- Cytoplasma en kernplasma noemen we samen protoplasma
- In de celkern zit chromatine, dat opgebouwd is uit chromatine korrels(eiwitkorrels)
- Als de celkern zich gaat delen, vormen de chromatinekorrels draden, dit zijn
chromosomen. De chromosomen zijn dus zichtbaar als lange dunne draden.
- Chromosomen bestaan uit DNA, is bepaalde delen zit erfelijke informatie: de genen
- Menselijke celkern: 46 chromosomen (23 paar)
- Chromatine= een stof, opgebouwd uit chromatinekorrels. Vormt bij celdeling draden,
die we chromosomen noemen
- Chromosomen= zijn een soort strengen. Deze bestaan uit een stof die we DNA
noemen. Hierin zijn alle erfelijke eigenschappen vastgelegd
- Genen: hier zit het erfelijke materiaal in opgeslagen
- DNA: hierin zijn al onze erfelijke eigenschappen in vastgelegd
Celdeling:
Directe celdeling
- Hierbij delen de celkern en het cellichaam zich gelijktijdig
- Vindt plaats bij eencellige organismen, zoals bacteriën
Indirecte celdeling
- Deelt de kern zich als eerste door verdubbeling of reductie(vermindering) van
chromosomen. Daarna volgt de deling van het cellichaam
,Meiose
- Vorming van geslachtscellen
- Vindt geen verdubbeling van chromosomen plaats, maar een reductiedeling
- Halvering van het aantal chromosomen
- Van 46 naar 23 chromosomen
Mitose
- Komt voor in de spiercellen, huidcellen en bloedcellen
- Ontstaat en exacte kopie van de oorspronkelijke cel
- Vind een verdubbeling van het aantal chromosomen plaats
, Weefsel
Epitheelweefsel
- Opgebouwd uit epitheelcellen
- Weinig tot geen cel tussenstof aanwezig, hierdoor liggen ze dicht tegen elkaar
Indelen naar:
Aantal lagen:
Eenlagig epitheel:
- Bestaat uit een laag cellen
- Voorbeeld: endotheel, dat is de binnenbekleding van alle bloedvaten
Meerlagig epitheel:
- Bestaat uit meerdere lagen cellen
- Tref ja aan in onder ander de opperhuid
Vorm van de cellen:
Plaveiselepitheel
- Platte cellen
- Eenlagig epitheel: binnenkant bloed- en lymfe vaten, hart en binnenzijde van de
luchtpijptakjes en longblaasjes
- Meerlagig epitheel: slokdarm en in de opperhuid
Kubisch epitheel
- Opgebouwd uit vierkante cellen
- Even hoog en breed
- Eenlagig epitheel: eierstokken en in de nierkanaaltjes
- Meerlagig epitheel: opperhuid
Cilindrisch epitheel
- Hoge cellen
- Eenlagig epitheel: binnenzijde van de afvoergangen van sommige klieren, slijmvlies
van de darmen en de maag en in de basaal cellen van de opperhuid
Trilhaarepitheel
- Slijmvliezen van de luchtwegen, in de eileiders en in de buis van Eustachius
- Zorgen voor dat de stofdeeltjes en bacteriën die jen inademt in het slijm blijven
hangen