Examennummer: 140257
Datum: 13 december 2014
Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur
Dit examen bestaat uit 4 pagina’s.
De opbouw van het examen is als volgt:
- 16 open vragen (maximaal 100 punten)
Als bij een vraag een motivatie of berekening vereist is, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze
motivatie of berekening ontbreekt.
Geef niet meer antwoorden dan er worden gevraagd. Als er drie redenen worden gevraagd en u geeft er meer dan
drie, dan worden alleen de eerste drie in de beoordeling meegeteld.
De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd examenpapier.
Schrijf duidelijk leesbaar.
Toegestane hulpmiddelen:
- Geen
Wij wensen u veel succes!
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan ook zonder
voorafgaande toestemming van NCOI Opleidingsgroep.
, Procesmanagement - Examennummer 140257 - 13 december 2014
Open vragen (100 punten)
Open vragen (100 punten)
1. Het hoofdproces van een organisatie is te typeren aan de hand van vier typische ken-
merken (de vier V’s).
Waarvoor staan deze vier V’s? (5 punten)
2. Geef in één schema het profiel weer van de vier V’s voor een fabrikant van luxe jach-
ten en voor een fabrikant van een typische middenklasse-auto. (5 punten)
3. Het INK-model bevat naast de PDCA-cyclus ook de IMWR-cirkel.
Voor welke begrippen staan de letters IMWR? Omschrijf elk begrip in één zin.
(5 punten)
4. Waarom is het verandermechanisme in het INK-model zowel op de PDCA-cyclus
als op de IMWR-cirkel gebaseerd? (5 punten)
5. Een bakkerij heeft het volgende hoofdproces: inkopen van grondstoffen, goederen-
ontvangst, voorraadbeheer, bereiding, verpakken, distributie.
Maak met behulp van een schematische weergave een decompositie van dit hoofd-
proces, waarbij u minimaal vijf werkprocessen identificeert. (10 punten)
6. Bij de sturing van uw processen zult u altijd (in meer of mindere mate) sturen op vijf
performancefactoren. Dat kunt u doen aan de hand van het sandcone-model en het
afwegingsmodel.
Wat is het verschil tussen beide modellen? (10 punten)
7. Een supermarktketen heeft als doel gesteld om de goedkoopste te zijn van alle super-
markten. Een van de processen van een supermarkt is het magazijnbeheer.
Noem twee prestatie-indicatoren voor dit proces, afgeleid van het doel van deze su-
permarktketen. (5 punten)
8. Een organisatie wil de variatie in haar processen verminderen om zo de betrouwbaar-
heid van productkwaliteit te verhogen.
Welke specifieke verbetermethode kan de organisatie het beste toepassen? (5 punten)
NCOI Opleidingsgroep 1