John A. Hird (eds.) Controversies in Globalization: Contending Approaches to
International Relations. 2e editie. Londen: Sage. Pp. xxvii-lxiii (= 37 bladzijden)
Wat probeert dit artikel te onderzoeken of te bewijzen?
Het artikel onderzoekt hoe globalisering internationale relaties verandert en
waarom verschillende stromingen in de IR-theorie totaal anders kijken naar de
aard, oorzaken en gevolgen van globalisatie. De auteurs willen aantonen dat
globalisering geen neutraal begrip is, maar een sterk betwist politiek project dat
door elke denkrichting anders wordt geïnterpreteerd.
Waarom is dat belangrijk?
Globalisering heeft directe invloed op; macht en machtsverdeling in de wereld;
economische afhankelijkheden tussen staten; nationale autonomie en
soevereiniteit; ongelijkheid en sociale rechtvaardiging; international governance
en samenwerking.
Hoofdvraag: Hoe kan globalisering begrepen worden vanuit verschillende
internationale-relatie theoretische perspectieven, en welke politieke en normatieve
implicaties vloeien daaruit voort?
Belangrijke concepten:
Globalisering – Toenemende mondiale verbondenheid op economisch, politiek,
technologisch en sociaal vlak.
Transnationale interacties – Actoren en processen die de landsgrenzen voorbijgaan.
Interdependentie – Wederzijdse afhankelijkheid tussen landen/staten.
Soevereiniteit – Het feit dat staten onafhankelijk kunnen/mogen regeren.
Global Governance – Internationale samenwerkingen en instituties om mondiale
problemen te reguleren.
Winnaar/verliezers – Globalisering zorgt voor ongelijkheid binnen en tussen staten.
Betekenis per perspectief:
Concept Realisten Liberalen Radicalen Kosmopoliet
(Marxist) en
Globalise- Overdreven of Reële en Mondiale Kans tot
ring oppervlakkig positieve kapitalistische mondiale
verschijnsel; transformatie expansie; gemeenschap
staten blijven van economie en “globalisering = ,
dominant samenwerking neoliberalisme” wereldburger-
schap
Interdepen- Gevaarlijk — Positief — Uitbuitende Mogelijkheid
dentie schept bevordert afhankelijkheid: tot solidariteit
afhankelijkheid handel, vrede, kern vs. periferie & gedeelde
en onzekerheid win-win oplossingen
, Global Minimale Essentieel voor Wordt Moet rechtvaar-
Governance samenwerking, collectieve gedomineerd dig, inclusief,
alleen problemen door rijke staten mensgericht
nationaal (WTO, VN, EU) & bedrijven worden
belang
Winnaars vs. Veiligheids- Iedereen kan Winnaars: rijke Ongelijkheid
verliezers competitie; winnen via markt landen & is het
militair sterke & democratie bedrijven probleem dat
staten winnen Verliezers: governance
arbeiders, moet
Global South oplossen
Aard van Hard power Soft power + Klasse-macht; Macht moet
macht (militair, economische controle door worden
veiligheid) blijft macht zijn multinationals & gedeeld/gede-
sleutel cruciaal elite mocratiseerd
Staat Soeverein, Instrument van Moet
Belangrijk maar
centrale actor kapitalistische transformeren
gedeelde macht
belangen richting
met internatio-
mondiale
nale instellingen
democratie
Onderzoeksmethode: Vergelijking tussen vier ideologische perspectieven.
Conclusie:
Globalisering is geen eenduidig verschijnsel, maar een strijdtoneel van
verschillende ideeën, belangen en macht.
De interpretatie van globalisering bepaalt beleidskeuzes. Over de staat, de markt,
eigendom en mondiale democratie bijvoorbeeld.
Er zijn winnaar én verliezers: beter inkomen en welvaart voor sommigen,
marginalisatie en uitsluiting voor anderen.
De toekomst van globalisering hangt af van; machtsverdelingen in de wereld;
politieke strijd over regels; mondiale collectieve actie rond crisis.
Globalisering is niet onvermijdelijk maar een politieke keuze die constant wordt
bevochten.
Kees Terlouw (2020) World-System In: Kobayashi, A. (Ed.), International Encyclopedia of
Human Geography, 2nd edition. vol. 14, Elsevier, pp. 297–307
Wat probeert dit artikel te onderzoeken of te bewijzen?
Het stuk onderzoekt hoe sociale verandering en mondiale ongelijkheid niet
begrepen kunnen worden vanuit natiestaten, maar enkel door te kijken naar de
wereld-systeemstructuur als geheel. Het probeert te bewijzen dat; de moderne
wereldorde historisch is ontstaan als een kapitalistische wereld-economie;
, ongelijkheid structureel en systemisch wordt gereproduceerd; en dat het
wereldsysteem zich in cycli én structurele transformaties ontwikkeld.
Waarom is dat belangrijk?
Omdat het een alternatief biedt voor moderniseringstheorieën die stellen dat elk
land dezelfde lineaire weg naar ontwikkeling kan volgen. Het toont dat;
onderontwikkeling geen intern gebrek is, maar extern geproduceerd wordt;
globale machtsverhoudingen essentieel zijn voor begrip van huidige ongelijkheid;
en globalisering een lang historisch proces is, niet iets van de laatste decennia.
Hoofdvraag: Hoe heeft het kapitalistische wereldsysteem zich historisch ontwikkeld en
via welke structurele processen worden mondiale ongelijkheden voortdurend
gereproduceerd?
Belangrijke concepten:
Wereldsysteem – Groot sociaal systeem waarvan economische relaties de kern vormen
Core/semi-periferie/periferie – Structurele hiërarchie van exploitatie in de
wereldeconomie.
Incorporation – Proces waarbij externe regio’s worden opgenomen als nieuwe
peripherieën.
Hegemonie/rivaliteit – Politieke cyclus tussen leidende staten binnen het systeem.
Kondratieff-cycli – Lange economische golven van groei & stagnatie.
Crisis van het systeem – Trendmatige ontwikkelingen die het wereldsysteem
ondermijnen.
Onderzoeksmethode: Historisch-structurele analyse over meerdere eeuwen (v.a. late
Middeleeuwen). Vooral gefocust op de sociaaleconomische geschiedenis en het
(neo)marxisme.
Conclusie:
Het huidige wereldsysteem:
- ontstond als Europese kapitalistische wereldeconomie in de 16e eeuw.
- heeft alle regio’s geïntegreerd als onderdeel van een structurele exploitatie-orde.
- reproduceert ongelijkheid via een hiërarchie van core → semi-periferie →
periferie.
- kent terugkerende cycli van economische groei en grote macht rivaliteiten.
- bevindt zich momenteel in een structurele crisis → waardoor de komende
decennia een nieuw wereldsysteem kan ontstaan.
Globalisering volgt een historische logica, niet enkel de huidige technologie of politiek.
Richard Grant, Lillian Yaffe (2020) Trade, International. In: Kobayashi, A. (Ed.) (2020),
International Encyclopedia of Human Geography, 2nd edition. vol. 13 Elsevier, pp. 341-
349.
Wat probeert dit artikel te onderzoeken of te bewijzen?