Rekenen en wiskunde in de praktijk
geschreven door:
MarloesGoddijn
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Rekenen en wiskunde in de praktijk
Kerninzichten hoofdstuk 1:
1. Synchroon tellen: kinderen verwerven het inzicht dat bij het tellen van een aantal
voorwerpen het opzeggen van de telrij gelijk loopt met het aanwijzen.
Wanneer kun je dit:
Bij het tellen van voorwerpen precies tegelijk een voorwerp aanwijzen en daarbij het
telwoord noemt
Weet dat je alle voorwerpen moet tellen
Bij het aanwijzen geen voorwerpen dubbel telt of overslaat
Bij het tellen van voorwerpen de telwoorden correct en in de goede volgorde
opnoemt (voor de jongste kleuters tm 6 en oudste kleuters tm 10)
2. Resultief tellen: kinderen verwerven het inzicht dat het laatste getal bij tellen van een aantal
objecten de hoeveelheid aanduidt.
Wanneer kun je dit:
Na het noemen van telwoorden bij het tellen weet dat het laatste telwoord de
hoeveelheid aangeeft.
Bij zowel geordende als ongeordende hoeveelheden in staat is te tellen hoeveel het
er zijn
Een kleine hoeveelheid bewegende voorwerpen kan tellen
Een aantal al of niet ritmische geluiden kan tellen
Het aantal van enkele korte getoonde voorwerpen weten
Het juiste aantal en de juiste betekenis toekent aan hoeveelheden of getallen die
verschillende functies hebben.
3. Representeren: kinderen verwerven het inzicht dat je hoeveelheden kunt representeren met
behulp van materialen, schema’s en cijfersymbolen.
Wanneer kun je dit:
Bij een getal dat uitgesproken wordt, een juiste hoeveelheid voorwerpen kan
neerleggen of de juiste hoeveelheid vingers kan opsteken.
Bij een getal dat uitgesproken wordt, het juiste dobbelsteenpatroon of
stippenpatroon kan aanwijzen.
Bij een getal dat uitgesproken wordt, het juiste cijfersymbool kan aanwijzen.
4. Tientallige bundeling: kinderen verwerven het inzicht dat het efficient is om aantallen te
bundelen in bundels van tien, honder, duizend etc.
5. Plaatswaarde: kinderen verwerven het inzicht dat de waarde van een cijfer in een getal
afhangt van de plaats waar het cijfer staat.
6. Optellen: kinderen verwerven het inzicht dat er sprake is van optellen in situaties waarbij
hoeveelheden worden samengevoegd of waar sprongen vooruit worden gemaakt.
7. Aftrekken: kinderen verwerven het inzicht dat er sprake is van aftellen in situaties waar het
gaat om verschil bepalen, eraf halen of aanvullen van aantallen.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
geschreven door:
MarloesGoddijn
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Rekenen en wiskunde in de praktijk
Kerninzichten hoofdstuk 1:
1. Synchroon tellen: kinderen verwerven het inzicht dat bij het tellen van een aantal
voorwerpen het opzeggen van de telrij gelijk loopt met het aanwijzen.
Wanneer kun je dit:
Bij het tellen van voorwerpen precies tegelijk een voorwerp aanwijzen en daarbij het
telwoord noemt
Weet dat je alle voorwerpen moet tellen
Bij het aanwijzen geen voorwerpen dubbel telt of overslaat
Bij het tellen van voorwerpen de telwoorden correct en in de goede volgorde
opnoemt (voor de jongste kleuters tm 6 en oudste kleuters tm 10)
2. Resultief tellen: kinderen verwerven het inzicht dat het laatste getal bij tellen van een aantal
objecten de hoeveelheid aanduidt.
Wanneer kun je dit:
Na het noemen van telwoorden bij het tellen weet dat het laatste telwoord de
hoeveelheid aangeeft.
Bij zowel geordende als ongeordende hoeveelheden in staat is te tellen hoeveel het
er zijn
Een kleine hoeveelheid bewegende voorwerpen kan tellen
Een aantal al of niet ritmische geluiden kan tellen
Het aantal van enkele korte getoonde voorwerpen weten
Het juiste aantal en de juiste betekenis toekent aan hoeveelheden of getallen die
verschillende functies hebben.
3. Representeren: kinderen verwerven het inzicht dat je hoeveelheden kunt representeren met
behulp van materialen, schema’s en cijfersymbolen.
Wanneer kun je dit:
Bij een getal dat uitgesproken wordt, een juiste hoeveelheid voorwerpen kan
neerleggen of de juiste hoeveelheid vingers kan opsteken.
Bij een getal dat uitgesproken wordt, het juiste dobbelsteenpatroon of
stippenpatroon kan aanwijzen.
Bij een getal dat uitgesproken wordt, het juiste cijfersymbool kan aanwijzen.
4. Tientallige bundeling: kinderen verwerven het inzicht dat het efficient is om aantallen te
bundelen in bundels van tien, honder, duizend etc.
5. Plaatswaarde: kinderen verwerven het inzicht dat de waarde van een cijfer in een getal
afhangt van de plaats waar het cijfer staat.
6. Optellen: kinderen verwerven het inzicht dat er sprake is van optellen in situaties waarbij
hoeveelheden worden samengevoegd of waar sprongen vooruit worden gemaakt.
7. Aftrekken: kinderen verwerven het inzicht dat er sprake is van aftellen in situaties waar het
gaat om verschil bepalen, eraf halen of aanvullen van aantallen.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.