H1: EU-recht en de Nederlandse rechtsorde
1.1 Ontwikkeling van het EU-recht
NL behoort al meer dan 50 jaar tot de EU.
In 1957 ondertekende NL het Verdrag van Rome. Dit trad in 1958 in werking waardoor de
Europese Economische Gemeenschap (EEG) ontstond. De bestond uit 6 lidstaten.
Het doel van de EEG was: ‘’een gemeenschappelijke markt’’ het verdwijnen van
binnengrenzen + een vrije verkeer van economie (o.m. goederen, diensten, kapitaal en
personen).
In 1992 ondertekende NL het Verdrag van Maastricht. Dit trad in 1993 in werking waardoor
de EEG werd omgezet naar de Europese Gemeenschap (EG).
Het doel van de EG was: het goed functioneren van de economie.
In 2007 ondertekende NL het Verdrag van Lissabon. Dit trad in 1992 in werking waardoor de
EG werd omgezet naar de Europese Unie EU. De EU breidde zich uit naar 28 lidstaten.
Het doel van de EU is: ‘’een interne markt’’ het verdwijnen van binnengrenzen + een
vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen (economische samenwerking) +
politieke samenwerking (zoals milieu en ontwikkeling) + politiële en justitiële
samenwerking.
Het EU-recht wordt ingezet voor betere economische en politieke samenwerkingen in de
EU.
Deze Europese samenwerking (EU) is door de jaren heen sterk verbreed en verdiept, met gevolgen
voor de economische, politieke, sociale en culturele, maar vooral ook het juridische terrein.
Art. 3 VEU: De EU heeft als doel: het bevorderen van de vrede, waarden en het wijlzijn van haar
volkoren.
Het EU-recht werkt door in de Nederlandse rechtsorde – dit is niet in het NLse recht, maar in het EU-
recht bepaald. Dit betekent dat:
de NLse burgers en overheid EU-rechten en -verplichtingen hebben EU-rechten en -plichten
voor Nederlandse burgers en overheid;
het EU-recht kan worden ingeroepen voor de NLse rechter; de NLse rechter past het EU-
recht ook ambtshalve toe.
In de afgelopen 40 jaar heeft het EU-recht een steeds grotere rol gekregen in de rechtsvorming,
uitvoering en rechtspraak in NL. Het belang van het EU-recht voor het NLse recht en NLse
rechtsorde blijft nog steeds groeien.
<<< Let op! Pag. 2 t/m 7 bevat de ontwikkelingsgeschiedenis van de EU in de periode 1969-2012.
Dit om de huidige betekenis van het EU-recht voor NLse rechtsorde goed te begrijpen. Dit deel is
hier niet samengevat – het deel hierboven wordt echter ook in dat deel beschreven. >>>
Verder nog het volgende.
EU-verdrag = VEU
Pag. 1 van 15
, 1.2 Betekenis van het EU-recht
1.2.1 De rol van het recht in de EU
Het EU-recht (en EU-beleid) speelt dus een belangrijke/centrale rol in de EU (en daarmee binnen de
nationale rechtsordes van de EU-lidstaten). Het EU-recht geldt op verschillende terreinen, zoals:
milieu;
mededinging;
consumentenrecht;
landbouw en visserij;
veiligheid en justitie;
informatiemaatschappij en media;
onderwijs;
cultuur;
onderzoek en innovatie.
Er zijn weinig terreinen waarop het EU-recht en EU-beleid invloed op hebben.
Een groter deel van de NLse regels en wetten komt voort uit de EU.
De groei van het EU-recht brengt dus voordelen met zich mee, maar ook problemen (dus nadelen).
Voorbeeld:
De laatste jaren wordt er kritiek geuit op hoe de EU werkt. NLse politici proberen meer invloed te
krijgen op EU-besluitvorming en EU-beleid.
In de beginperiode van de EEG/EU werd beleid vooral gemaakt via onderhandelingen tussen
ministers en ambtenaren van de EU-lidstaten. Tegenwoordig is de is EU-beleidsvorming politiek
geworden.
Kortom: De EU is een belangrijke factor geworden binnen de NLse politiek, politiek en rechtsorde.
Deze juridische dimensie staat centraal in het studieboek.
Het belang van het EU-recht voor de NLse rechtsorde is tweedelig:
1. Voorrang: Het EU-recht staat hiërarchisch boven het NLse recht en gaat daarom voor
wanneer beide met elkaar botsen.
2. Coproducent: NL geeft als EU-lidstaat mede vorm aan het EU-recht. Dit via gedeelde
verantwoordelijkheden voor wetgeven, besturen en rechtspraak.
1.2.2 Verhouding EU-rechtsorde en Nederlandse rechtsorde
Om te begrijpen hoe het EU-recht in NL wordt toegepast en onderdeel vormt van de NLse
rechtsorde, is het belangrijk om de verhouding tussen de EU-rechtsorde en NLse rechtsorde te
begrijpen.
Hoewel het EU-recht voorrang heeft boven nationaal recht, betekent dat niet dat de NLse
rechtsorde ondergeschikt is aan de EU. Dit blijkt o.m. uit het volgende:
Art. 4 lid 1 VEU = De EU mag alleen bevoegdheden uitoefenen die uitdrukkelijk in de
verdragen zijn gegeven; alle overige bevoegdheden blijven bij de EU-lidstaten.
Art. 4 lid 2 VEU = De EU moet de politieke en constitutionele structuur van de EU-lidstaten
respecteren, incl. regionaal en lokaal zelfbestuur, nationale identiteit en essentiële
staatsfuncties zoals defensie en openbare orde.
Art. 5 lid 3 VEU (subsidiariteitsbeginsel) = De EU mag alleen optreden op terreinen die niet
tot haar exclusieve bevoegdheden behoren wanneer EU-lidstaten het zelf niet kunnen
regelen.
Er zijn nog andere bepalingen in verdragen die aangeven dat NL niet ondergeschikt is aan de EU.
Dit betekent echter niet dat de EU-rechtsorde en NLse rechtsorde gelijkwaardig zijn. De verdragen
laten open hoe de EU-rechtsorde en nationale rechtsordes zich tot elkaar verhouden – dit is een
constitutioneel en omstreden vraagstuk.
Pag. 2 van 15
1.1 Ontwikkeling van het EU-recht
NL behoort al meer dan 50 jaar tot de EU.
In 1957 ondertekende NL het Verdrag van Rome. Dit trad in 1958 in werking waardoor de
Europese Economische Gemeenschap (EEG) ontstond. De bestond uit 6 lidstaten.
Het doel van de EEG was: ‘’een gemeenschappelijke markt’’ het verdwijnen van
binnengrenzen + een vrije verkeer van economie (o.m. goederen, diensten, kapitaal en
personen).
In 1992 ondertekende NL het Verdrag van Maastricht. Dit trad in 1993 in werking waardoor
de EEG werd omgezet naar de Europese Gemeenschap (EG).
Het doel van de EG was: het goed functioneren van de economie.
In 2007 ondertekende NL het Verdrag van Lissabon. Dit trad in 1992 in werking waardoor de
EG werd omgezet naar de Europese Unie EU. De EU breidde zich uit naar 28 lidstaten.
Het doel van de EU is: ‘’een interne markt’’ het verdwijnen van binnengrenzen + een
vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen (economische samenwerking) +
politieke samenwerking (zoals milieu en ontwikkeling) + politiële en justitiële
samenwerking.
Het EU-recht wordt ingezet voor betere economische en politieke samenwerkingen in de
EU.
Deze Europese samenwerking (EU) is door de jaren heen sterk verbreed en verdiept, met gevolgen
voor de economische, politieke, sociale en culturele, maar vooral ook het juridische terrein.
Art. 3 VEU: De EU heeft als doel: het bevorderen van de vrede, waarden en het wijlzijn van haar
volkoren.
Het EU-recht werkt door in de Nederlandse rechtsorde – dit is niet in het NLse recht, maar in het EU-
recht bepaald. Dit betekent dat:
de NLse burgers en overheid EU-rechten en -verplichtingen hebben EU-rechten en -plichten
voor Nederlandse burgers en overheid;
het EU-recht kan worden ingeroepen voor de NLse rechter; de NLse rechter past het EU-
recht ook ambtshalve toe.
In de afgelopen 40 jaar heeft het EU-recht een steeds grotere rol gekregen in de rechtsvorming,
uitvoering en rechtspraak in NL. Het belang van het EU-recht voor het NLse recht en NLse
rechtsorde blijft nog steeds groeien.
<<< Let op! Pag. 2 t/m 7 bevat de ontwikkelingsgeschiedenis van de EU in de periode 1969-2012.
Dit om de huidige betekenis van het EU-recht voor NLse rechtsorde goed te begrijpen. Dit deel is
hier niet samengevat – het deel hierboven wordt echter ook in dat deel beschreven. >>>
Verder nog het volgende.
EU-verdrag = VEU
Pag. 1 van 15
, 1.2 Betekenis van het EU-recht
1.2.1 De rol van het recht in de EU
Het EU-recht (en EU-beleid) speelt dus een belangrijke/centrale rol in de EU (en daarmee binnen de
nationale rechtsordes van de EU-lidstaten). Het EU-recht geldt op verschillende terreinen, zoals:
milieu;
mededinging;
consumentenrecht;
landbouw en visserij;
veiligheid en justitie;
informatiemaatschappij en media;
onderwijs;
cultuur;
onderzoek en innovatie.
Er zijn weinig terreinen waarop het EU-recht en EU-beleid invloed op hebben.
Een groter deel van de NLse regels en wetten komt voort uit de EU.
De groei van het EU-recht brengt dus voordelen met zich mee, maar ook problemen (dus nadelen).
Voorbeeld:
De laatste jaren wordt er kritiek geuit op hoe de EU werkt. NLse politici proberen meer invloed te
krijgen op EU-besluitvorming en EU-beleid.
In de beginperiode van de EEG/EU werd beleid vooral gemaakt via onderhandelingen tussen
ministers en ambtenaren van de EU-lidstaten. Tegenwoordig is de is EU-beleidsvorming politiek
geworden.
Kortom: De EU is een belangrijke factor geworden binnen de NLse politiek, politiek en rechtsorde.
Deze juridische dimensie staat centraal in het studieboek.
Het belang van het EU-recht voor de NLse rechtsorde is tweedelig:
1. Voorrang: Het EU-recht staat hiërarchisch boven het NLse recht en gaat daarom voor
wanneer beide met elkaar botsen.
2. Coproducent: NL geeft als EU-lidstaat mede vorm aan het EU-recht. Dit via gedeelde
verantwoordelijkheden voor wetgeven, besturen en rechtspraak.
1.2.2 Verhouding EU-rechtsorde en Nederlandse rechtsorde
Om te begrijpen hoe het EU-recht in NL wordt toegepast en onderdeel vormt van de NLse
rechtsorde, is het belangrijk om de verhouding tussen de EU-rechtsorde en NLse rechtsorde te
begrijpen.
Hoewel het EU-recht voorrang heeft boven nationaal recht, betekent dat niet dat de NLse
rechtsorde ondergeschikt is aan de EU. Dit blijkt o.m. uit het volgende:
Art. 4 lid 1 VEU = De EU mag alleen bevoegdheden uitoefenen die uitdrukkelijk in de
verdragen zijn gegeven; alle overige bevoegdheden blijven bij de EU-lidstaten.
Art. 4 lid 2 VEU = De EU moet de politieke en constitutionele structuur van de EU-lidstaten
respecteren, incl. regionaal en lokaal zelfbestuur, nationale identiteit en essentiële
staatsfuncties zoals defensie en openbare orde.
Art. 5 lid 3 VEU (subsidiariteitsbeginsel) = De EU mag alleen optreden op terreinen die niet
tot haar exclusieve bevoegdheden behoren wanneer EU-lidstaten het zelf niet kunnen
regelen.
Er zijn nog andere bepalingen in verdragen die aangeven dat NL niet ondergeschikt is aan de EU.
Dit betekent echter niet dat de EU-rechtsorde en NLse rechtsorde gelijkwaardig zijn. De verdragen
laten open hoe de EU-rechtsorde en nationale rechtsordes zich tot elkaar verhouden – dit is een
constitutioneel en omstreden vraagstuk.
Pag. 2 van 15