Het Stramien biedt algemene principes en uitgangspunten voor standaardontwikkeling.
Kwalitatieve kenmerken: begrijpelijkheid, relevantie, betrouwbaarheid,
vergelijkbaarheid.
Elementen: definities (activa, vreemd vermogen, baten, lasten), verwerking,
waardering.
Continuïteitsbeginsel: RJ 170, in 2021 aangepast qua signalering (balansdatum tot
vaststellingsdatum).
Substance over form: economische realiteit boven juridische vorm, essentieel voor
inzichtsvereiste (RJ 930.35).
Consolidatie van special purpose entities: niet alleen formele zeggenschap, maar
economische realiteit telt (art. 2:406 lid 1 BW, RJ 217.202, RJ 217.204, RJ 217.205).
RJ 100: Naleving stellige uitspraken
Stellige uitspraken van de RJ moeten worden gevolgd, tenzij er goede redenen zijn om
af te wijken (RJ 100.407).
RJ 110: Grondslagen en uitgangspunten
Bij ontbreken van specifieke regels dient het bestuur een verwerkingswijze te kiezen
die relevante en betrouwbare informatie oplevert (RJ 110.110).
RJ 140: Stelselwijzigingen, schattingswijzigingen, foutenherstel
Stelselwijzigingen en foutenherstel: retrospectieve verwerking, aanpassing
vergelijkende cijfers en openingsbalans (RJ 140.208, RJ 140.211, RJ 140.212).
Schattingswijzigingen: prospectieve verwerking in huidige periode.
RJ 160: Gebeurtenissen na balansdatum
Gegevens die nadere informatie geven over feitelijke situatie per balansdatum:
verwerken tot datum opmaken, tot datum vaststellen indien onontbeerlijk voor inzicht.
Na vaststellingsdatum: onverwijld meedelen indien jaarrekening ernstig tekortschiet.
RJ 170: Continuïteitsbeginsel
Bij discontinuïteit: onderscheid tussen tijdelijke discontinuïteit en overige gevallen.
In eerste situatie: vermelding in toelichting.
In tweede situatie: specifieke bepalingen t.a.v. balanswaarderingen (liquidatiewaarde,
afwikkelingswaarde), prospectief verwerken.
Ernstige onzekerheid: toelichting vereist.
RJ 212 / RJ 213: Vastgoedbeleggingen
Twee waarderingsmodellen: kostprijsmodel (RJ 212) en reële waarde model (RJ 213).
Reële waarde model: waarderen tegen reële waarde, geen afschrijvingen, alle
waardeveranderingen direct in resultaat (art. 2:384 lid 7).
Herwaarderingsreserve opnemen (RJ 213.504, art. 2:390 lid 1).
Onderscheid tussen onroerend goed in eigen gebruik en voor beleggingsdoeleinden (RJ
213.106, RJ 213.107).