Locomotie
Thema 1: Ontwikkeling, bouw en functie van het locomotieapparaat
HC 1 Inleiding, embryologie, ontwikkeling en adaptatie van het locomotieapparaat
Voorbereiding
- Blok 1 OW studiewijzer HC thema adaptatie
- Tekst aan eind van dit thema over de embryonale ontwikkeling.
o 'Het' os metacarpale van het paard en 'het' os metacarpale van het rund zijn niet
'hetzelfde'. Immers, het eerste is gevormd uit metacarpale III alleen, het tweede uit
metacarpale III plus IV. Ze hebben wel dezelfde functie bij het staan en lopen.
o Als organen of lichaamsdelen wèl vergelijkbaar zijn, zoals het laterale griffelbeentje
(Mc IV) van het voorbeen van het paard en os metacarpale IV van de hond dan
noemt men ze homoloog. Let op: ze hebben dus niet noodzakelijkerwijs dezelfde
functie.
o Organen van verschillende diersoorten zijn homoloog als ze aan drie criteria
voldoen:
▪ De organen nemen dezelfde positie in ten opzichte van andere organen;
gelijke topografie.
▪ De organen zijn op dezelfde wijze ontstaan tijdens de evolutie; gelijke
fylogenie
▪ De organen zijn op dezelfde manier gevormd in het embryo; gelijke
ontogenie.
o Structuren met dezelfde functie, maar die uit andere componenten zijn
opgebouwd, noemt men analoog, bijv. de vleugels van een vogel en een vleermuis.
- Essentials of Domestic Animal Embryology, Hyttel et al: Chapter 16: Musculo-skeletal system,
blz. 286 - 300.
- Textbook of Veterinary Anatomy, Dyce, Chapter 2, “Basic plan and development”, blz. 32 t/m
35
o Wervels
Veel zelfstudie en ziekteleer in tentamen!
1
,In de eindtoets kan ook anatomie zitten, maar grotere concepten. Niet vragen wat is deze spier. Mr
wel in bijv vraag over kreupelheid.
Voorbeeld PR3: Huid eraf, onderhuids bindweefsel eraf, spieren laterale en mediale zijden. Ook
zenuwen, waar komen die vandaan hoe heten die.
Evolutie van Beweging
• Lagere diersoorten maken undulerende bewegingen (laterale uitbochtingen (golfbeweging
romp), vis, krokodil) met lichaam; poten dienen als ankerpunten (draait eromheen).
• Beweging in sagittale vlak, met flexie/ extensie van lendenwervels om achterhand ‘eronder’
te brengen;
• Paslengte wordt bepaald door;
o Lengte been
o Mogelijkheid tot ‘verlenging’ via flexie-extensie wervelkolom
Draaiing extremiteiten
2
,Er heeft een verandering van de pootstand plaatsgevonden in de evolutie van reptielen naar
zoogdieren. De reptielen hebben de poten naast hun lichaam met deze zijn naar buiten gedraaid.
Hierdoor kunnen ze hun poten niet heel erg ver bewegen en gebruiken ze hun wervelkolom ook erg
veel. De zoogdieren hebben een strakker wervelkolom en dus minder beweegbaar, maar de poten
zitten onder het lichaam en zijn naar voren gedraaid. Hierdoor kunnen ze wel grotere passen maken.
Oorsprong van het bewegingsapparaat
• Axiaal:
– somieten
• Appendiculair:
– laterale plaat mesoderm
3
, Hypaxiale spieren: rugbuigers
Epaxiaal: rug hol: strekken
Ontwikkeling pootknop (1)
• Kern mesenchymcellen, bedekt met ectoderm; ontstaat oiv FGF10 expressie door somieten
en het ontbreken van Wnt ter plaatse
4
Thema 1: Ontwikkeling, bouw en functie van het locomotieapparaat
HC 1 Inleiding, embryologie, ontwikkeling en adaptatie van het locomotieapparaat
Voorbereiding
- Blok 1 OW studiewijzer HC thema adaptatie
- Tekst aan eind van dit thema over de embryonale ontwikkeling.
o 'Het' os metacarpale van het paard en 'het' os metacarpale van het rund zijn niet
'hetzelfde'. Immers, het eerste is gevormd uit metacarpale III alleen, het tweede uit
metacarpale III plus IV. Ze hebben wel dezelfde functie bij het staan en lopen.
o Als organen of lichaamsdelen wèl vergelijkbaar zijn, zoals het laterale griffelbeentje
(Mc IV) van het voorbeen van het paard en os metacarpale IV van de hond dan
noemt men ze homoloog. Let op: ze hebben dus niet noodzakelijkerwijs dezelfde
functie.
o Organen van verschillende diersoorten zijn homoloog als ze aan drie criteria
voldoen:
▪ De organen nemen dezelfde positie in ten opzichte van andere organen;
gelijke topografie.
▪ De organen zijn op dezelfde wijze ontstaan tijdens de evolutie; gelijke
fylogenie
▪ De organen zijn op dezelfde manier gevormd in het embryo; gelijke
ontogenie.
o Structuren met dezelfde functie, maar die uit andere componenten zijn
opgebouwd, noemt men analoog, bijv. de vleugels van een vogel en een vleermuis.
- Essentials of Domestic Animal Embryology, Hyttel et al: Chapter 16: Musculo-skeletal system,
blz. 286 - 300.
- Textbook of Veterinary Anatomy, Dyce, Chapter 2, “Basic plan and development”, blz. 32 t/m
35
o Wervels
Veel zelfstudie en ziekteleer in tentamen!
1
,In de eindtoets kan ook anatomie zitten, maar grotere concepten. Niet vragen wat is deze spier. Mr
wel in bijv vraag over kreupelheid.
Voorbeeld PR3: Huid eraf, onderhuids bindweefsel eraf, spieren laterale en mediale zijden. Ook
zenuwen, waar komen die vandaan hoe heten die.
Evolutie van Beweging
• Lagere diersoorten maken undulerende bewegingen (laterale uitbochtingen (golfbeweging
romp), vis, krokodil) met lichaam; poten dienen als ankerpunten (draait eromheen).
• Beweging in sagittale vlak, met flexie/ extensie van lendenwervels om achterhand ‘eronder’
te brengen;
• Paslengte wordt bepaald door;
o Lengte been
o Mogelijkheid tot ‘verlenging’ via flexie-extensie wervelkolom
Draaiing extremiteiten
2
,Er heeft een verandering van de pootstand plaatsgevonden in de evolutie van reptielen naar
zoogdieren. De reptielen hebben de poten naast hun lichaam met deze zijn naar buiten gedraaid.
Hierdoor kunnen ze hun poten niet heel erg ver bewegen en gebruiken ze hun wervelkolom ook erg
veel. De zoogdieren hebben een strakker wervelkolom en dus minder beweegbaar, maar de poten
zitten onder het lichaam en zijn naar voren gedraaid. Hierdoor kunnen ze wel grotere passen maken.
Oorsprong van het bewegingsapparaat
• Axiaal:
– somieten
• Appendiculair:
– laterale plaat mesoderm
3
, Hypaxiale spieren: rugbuigers
Epaxiaal: rug hol: strekken
Ontwikkeling pootknop (1)
• Kern mesenchymcellen, bedekt met ectoderm; ontstaat oiv FGF10 expressie door somieten
en het ontbreken van Wnt ter plaatse
4