Hoofdstuk 1.
Onzelfstandige beroepsbevolking is dat deel van de beroepsbevolking dat zich tijdens
de uitoefening van de werkzaamheden in een afhankelijkheidspositie bevindt ten
opzicht van een ander, de werkgever. Soorten onzelfstandige beroepsbevolking:
- Private sector is dat deel van de onzelfstandige beroepsbevolking dat in de
marktsector werkzaam is.
- Publieke sector is dat deel van de onzelfstandige beroepsbevolking dat bij de
overheid werkzaam is. (ambtenaren)
- Gepremieerde en gesubsidieerde sector is dat deel van de beroepsbevolking at
verbonden is aan organisaties en instellingen die financieel van de overheid
afhankelijk zijn. (ziekenhuizen, verpleeghuizen, buurthuizen)
Zelfstandige beroepsbevolking is dat deel van de beroepsbevolking dat tijdens de
uitoefening van de werkzaamheden niet ondergeschikt is aan opdrachten van anderen.
Sociaal recht is gericht op de onzelfstandige beroepsbevolking. Wetgeving van Private
en G- en G-sector is het zelfde, die van de publieke sector wijkt af.
Rechtsbronnen voor werkrelatie tussen werkgevers en werknemers:
1. arbeidsovereenkomstenrecht;
2. het vermogensrecht in het algemeen, de arbeidsovereenkomst is een obligatoire
overeenkomst, er komen dus verbintenissen uit.;
3. overige wetten met betrekking tot de private sector;
4. de jurisprudentie (rechter als rechtsvormer) jurisprudentie is de gepubliceerde
rechtspraak; beslissingen door de rechters gegeven;
5. de cao;
6. het verdrag, een overeenkomst gesloten tussen 2 of meer landen.
Vormen recht:
1. Dwingend recht : recht waarvan de werkgever en werknemer niet mogen
afwijken of waarvan zij niet ten nadelen van de werknemer mogen afwijken.
2. Driekwartdwingend recht: recht waarvan alleen mag worden afgeweken bij
collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een bevoegd
bestuursorgaan. Van deze twee is de afwijking bij cao van echt praktisch belang.
3. Semidwingend recht: recht waarvan de individuele werkgever en werknemer
mogen afwijken, echter allen bij schriftelijke overeenkomst.
4. Aanvullend recht: recht waarvan werkgever en werknemer altijd mogen
afwijken, desnoods mondeling.
Bevoegde rechter:
- de absolute competentie: welk soort gerecht (rechtbank, gerechtshof, Hoge
Raad) is bevoegd?
- De relatieve competentie: welke rechter (in welke woonplaats) binnen het
soort gerecht dat een geschil mag beoordelen.
,Absolute competentie:
Arbeidszaken worden door de kantonrechter behandeld. De rechter die als eerste
absoluut bevoegd is om van een geschil kennis te nemen, noemen we de rechter in
eerste aanleg. Bij sociaal recht dus de kantonrechter en bij wijze van uitzondering de
rechtbank. Een geschil wordt aanhangig gemaakt via een dagvaarding,
arbeidsovereenkomst beëindiging gaat via een verzoekschrift. Na een beslissing van de
kantonrechter kan je nog in hoger beroep en cassatie.
Relatieve competentie:
Gebieden van rechtsbanken zijn arrondissementen. De plaats waar de kantonrechter
gevestigd is, is de vestigingsplaats. De regel omtrent relatieve competentie is: bevoegd
is de kantonrechter van a de woonplaats of vestigingsplaats van de wederpartij, de
gedaagde, of b de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht.
Kort geding is snelrecht in onder meer arbeidsgeschillen, waarbij de
voorzieningenrechter op korte termijn uitspraak doet. Voorzieningenrechter zijn de
kantonrecht en de andere rechters van de rechtbank, sector civiel.
Hoofdstuk 2
Het BW onderscheidt drie overeenkomsten waarin het verrichten van arbeid centraal
staat:
1. de arbeidsovereenkomst (art. 7:610-691 BW);
2. de overeenkomst tot aanneming van werk (art. 7:750-769 BW);
3. de overeenkomst van opdracht (art. 7:400-413 BW).
Er is een gezagsverhouding als de werkgever gerechtigd is tijdens het werk eenzijdige
instructies aan de werknemer te geven. De Hoge Raad heeft door de veranderingen
vernieuwde richtlijnen aan de rechtspraktijk gegeven, op welke wijze de
gezagsverhouding tussen twee partijen moet worden vastgesteld.
Wel of geen arbeidsovereenkomst :
Formeel gezagsbegrip is de overeenkomst waarover partijen van mening verschillen
of het een arbeidsovereenkomst is, wordt vergeleken met de overeenkomsten in de
onderneming die onbetwistbaar een arbeidsovereenkomst zijn.
Materieel gezagsbegrip beoordeel de ondernemer of hij gerechtigd is eenzijdig
instructies tijdens het werk te geven.
, Uitzendbureaus;
Waadi is de wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
Er zijn 3 betrokkenen in het uitzendwezen :
1. Opdrachtgever
2. Uitzendbureau
3. Uitzendkracht
Voorovereenkomst: naam van de overeenkomst die en oproepkracht/flexwerker sluit
op het moment dat hij bij een bedrijf staat geregistreerd als flexwerker en op basis
waarvan hij kan worden opgeroepen.
Tweefasetheorie: theorie die tot uitdrukking brengt dat een uitzendkracht bij
inschrijving een voorovereenkomst sluit, terwijl er een arbeidsovereenkomst met het
uitzendbureau ontstaat op het moment dat de uitzendkracht daadwerkelijk arbeid gaat
verrichten.
Uitzendovereenkomst einde en termijn: art. 7: 691 BW. (lees BLZ 43!!!!)
Een werknemer mag altijd tijdelijk gedetacheerd worden (uitlenen). Hier hoort de
delegatietheorie (theorie die tot uitdrukking brengt dat de gezagsuitoefening door de
werkgever aan een derde kan worden overgedragen) bij. Als de werknemer tijdelijk
gedetacheerd wordt, blijft de arbeidsovereenkomst gewoon instant. (art 7:690 en 691
BW)
Nadelen uitzendkrachten:
- kostbaar door beiddelingskosten aan het uitzendbureau.
- Er moet ingewerkt worden.
Is er een arbeidsovereenkomst tussen afroepcontracten en zijn wederpartij?:
1. de oproepkracht wordt geheel vrijblijvend in het bestand van de werkgever
opgenomen, maar er worden alvast afspraken gemaakt over de
arbeidsvoorwaarden die zullen gelden.
2. De oproepkracht en de werkgever sluiten een contract waarbij de eerste zich
verplicht arbeid te verrichten en de laatste zich verbind om loon te betalen, als hij
de flexwerker oproept.
Bij categorie 1, heeft de werkgever een voorovereenkomst gesloten. Pas als de
flexwerker na een oproep concreet bij e werkgever aan de slag gaat, gebeurt dat op basis
van een arbeidsovereenkomst en wel voor de afgesproken periode.
Bij categorie 2 hebben de betrokken wel een arbeidsovereenkomst gesloten, echter met
een uitgestelde prestatieplicht (alles is geregeld behalve het aantal uren). De
werknemer moet verplicht komen bij oproep.
Bescherming oproepkracht:
- rechtsvermoeden: de werknemer een bewijsvoordeel te verschaffen.
Aanwezigheid arbeidsovereenkomst (art. 7:610a BW) en omvang
arbeidsovereenkomst (art 7:610b BW)
- minimale garantie: art. 7:628a BW