Introductie
Cognitieve psychologie = tak van psychologie betrokken onderzoeken van de geest
- Mentale processen
- Mentale representaties van de wereld om ons geen en daarin handelen en doelen bereiken
- Niet alleen hogere denkfuncties -> processen buiten onze bewuste controle
Helmhotz – duur van mentaal proces
Meten van hoe snel een zenuwcel ergers naartoe gaat
1868 Donders – hoelang duurt het om een beslissing te nemen?
1. Stimulus detectie, er is iets; visuele input
2. Stimulus discriminatie, wat is het; kunnen onderscheiden, identificeren
3. Kiezen (beslissen), keuze maken wat wil ik?
4. Uitvoeren motorische actie
Experiment van Donders: meten van reactietijd; tijd tussen presentatie stimulus en gedragsreactie
Simpele RT taak: alleen detecteren en motorische actie; snel mogelijk knop drukken als lampje
brandt
Go/no go RT taak: detectie, discriminatie en motorische actie (geen beslissen); als het linker lampje
aan gaat moet je drukken
Keuze RT taak: alle 4 de stappen; linker knop linker lampje, rechter knop rechter lampje
Uitkomst: meten door wegstrepen, verschil -> beslissingstijd
Conclusie: mentale reacties niet direct gemeten, afgeleid uit gedrag
19e eeuw Weber – hoe goed kunnen mensen verschillen detecteren?
Ontdekte: waarneembare verschil is niet absoluut maar relatief
Zintuigen regsteren relatieven verschillen
Wet van Weber: waarneembaar verschil is constant
Founding Fathers Wilhelm Wundt & Wiliam James – introspectie
1879 - Wundt:
Strucuralimse: algemene ervaringen worden bepaald door combineren basiselementen van
ervaringen (sensaties)
-> analytische introspectie = techniek getrainde participanten sensaties, gevoelens en denkprocessen
beschrijven; zelf beschrijven wat er in je om gaat, kijken wat er in de geest om gaat
Leider verschuiving studiegeest van rationale benadering -> empirische benadering: experimenten
cruciaal kennis menselijke geest
1890 - James:
Waarnemingen eigen geest: aandacht schenken een ding -> terugtrekken andere dingen
1885 Ebbingshaus – wat is het tijdsverloop van vergeten?
Doormiddel geheugen experiment: lijst onzinnig lettergrepen leren -> tijd wachten en bekijken
hoelang nu duurt om deze lijst te leren
Besparingen = hoeveel informatie na een vertraging wordt bewaard
Besparingscurve = geheugen neemt eerste paar dagen af -> constant
Johan Watson & Pavlov - mind -> behaviorisme: verandering in de psychologie
De mind is niet observeerbaar, dus die bestuderen is niet wetenschappelijk ->
Invloed van de stimuli op gedrag, gedrag bestaat uit aangeleerd stimulus-respons relaties
,Redenen weer afwijken van behaviorisme, weer geest bestuderen: cognitieve revolutie
1. Eerst Skinner – ontwikkeling taal: taal vergaren door bekrachtiging (operante
conditionering)
20e eeuw Chomsky – aangeboren taalvaardigheid
Behaviorisme is geen antwoord voor spontane spraak, bekrachtiging pas na de uitspraak
2. WWII
Veel vragen niet beantwoord, mensen maken ‘menselijke’ fouten wat is de oorzaak?
3. Jaren 50 - eerste computers – metafoor voor de hersenen,
informatieverwerkingsaanpak
Symbolen kopellen aan waarnemingen net als computer, zelfde bij de mind:
Input -> verwerking -> output
1968 Neisser – brein als informatieverwerker
Computer is hardware, programma software – hersenen hardware, aspecten cognitie
software
1970 tot nu - moderne cognitieve psychologie
Structurele modellen beschrijven verschillende structuren
1. Structurele modellen = fysieke structuren in de hersenen betrokken specifieke functies ->
vereenvoudigen (niet specifiek)
2. Procesmodellen =
- Hoe een proces specifiek werkt
- Boxen met pijlen als indicator van verbinding
- Samenwerken van verschillende structuren
- Gecompliceerde modellen makkelijker begrijpen
3. Resource modellen = procesmodellen, maar focus op mentale inspanning of hulpbronnen die
nodig zijn voor de processen
- Sommige taken tegelijkertijd uitgevoerd, andere taken kunnen dit niet
Gevolg: multiple resource, 3 dimensies:
1. Stadia van verwerking: onderscheid tussen processen van waarneming, cognitie en reageren
2. Codes van verwerking: onderscheid tussen ruimtelijk en verbaal
3. Modaliteiten: onderscheid tussen gehoor en visie
,Signaal detectie theorie
Hoe omgaan met beslissingen maken in onzekere situaties?
Hangt af van wat je produceert en waar de cutoff score zit
Antwoord JA Antwoord NEE
Signaal JA
Hit Miss
Signaal + ruis
Signaal NEE
False alarm Correct rejection
Ruis
Target absent trial: het target is afwezig – ruis trail
Target present trial: het target is aanwezig – ruis + signaal trial
Bereken proportie/fractie/…-rate:
Proportie hits:
Aantal keer ja bij een target present trail (aantal hit)/ totaal aantal target present trials
Proportie false alarms:
Aantal keer ja bij een target absent trail (aantall false alarms)/ totaal aantal target absent
trials
Proportie misses:
Aantal keer nee bij een target present trail (aantal miss)/ totaal aantal target present trials
Proportie correct rejections:
Aantal keer nee bij een target absent trail (aantal correct rejections)/ totaal aantal target
absent trials
Onderscheidend vermogen: maat d’ = afstand van de toppen; hoe goed kunnen onderscheiden
Criterium: maat C = hoe ver je van het midden zit; hoe hoog de cutoff score zit
, Bias voor JA Bias voor NEE
Liberaal Conservatief
Laag criterium Hoog criterium
Verschuiving naar links Verschuiving naar rechts
Meer kans: Meer kans:
Hits Misses
False alarms Correct rejections
Minder kans: Minder kans:
Correct rejections Hits
Misses False alarms
ROC Curve
- Hoe dichter links in de bovenhoek -> hoe meer hits
- d’ = 6 perfect; geen false alarms, alleen maar hits ->
Hoog onderscheidend vermogen (hoge d’) alleen bij veel hits en weinig false alarms
- Diagonale lijn/d’prime = 0: heel slecht