1. Het Hindoeïsme
- Westerse naam is gegeven door Alexander de Grote. Namelijk: Hindoeïsme (mensen
die langs de Indus, 1 v.d. 2 belangrijkste rivieren van India, wonen)
- Gelovigen zelf gebruiken de naam sanatana dharma (eeuwige ordening)
2. De mens en natuur
- In Jodendom, Christendom en Islam (westen): mens is geschapen naar Gods beeld,
dus boven de natuur. Omdat wij hierboven staan, mogen wij hieraan werken.
- Hindoeïsme: de mens maakt deel uit van de natuur, doe je de natuur wat aan, doe je
de mens ook iets aan. Dit heet ook wel holistisch denken.
3. Tijd
- In het westen is de tijd lineair, je leeft maar een keer, alles is eenmalig.
- In het Hindoeïsme is de tijd cyclisch. Gebeurtenissen zijn niet eenmalig, maar
gebeuren vaker en blijven bestaan. Er is altijd een vervolg na de dood.
4. De cirkel van het leven
- Brahman: het universele bewustzijn. Stukje van het bewustzijn: Atman (ziel) gaat in
het lichaam, dit heet de incarnatie (carna → vlees). Het ronddraaien van de
werkelijkheid heet de Samsara.
- Wanneer je sterft verlaat je Atman de aarde en keert terug naar de Brahman.
- Het doel voor hen is het doorbreken van deze cyclus. Wanneer de reïncarnatie
plaatsvindt, kom je in een Dharma (kaste). Iedere kaste heeft zijn eigen regels.
- De staat van je ziel heet karma. Als je slechte dingen doet ontwikkel je een negatief
karma, als je goede dingen doet, positief.
- Het doorbreken van de cyclus heet de Moksha (verlossing).
5. De goden
- Brahma: de schepper van het universum
- Vishnu: beschermer en handhaver van orde
- Shiva: vernietiger en transformator
- Op basis van attributen goden namen → de 9 bij opdracht 3
6. De heilige boeken
- Veda’s: Priesters/rituelen
- Wat de sfeer/thema’s zijn per boek(serie)