H2: Rechtsbronnen, instrumenten en rechtsvorming
2.1 Ontwikkeling van het EU-recht
Een rechtsorde reguleert gedrag van instituties, burgers en andere actoren (zoals ondernemingen)
via het recht. Om met het recht gedrag te realiseren zijn essentieel:
1. rechtsvorming;
2. aanvaarding;
3. doorzetting (zoals uitvoering, handhaving en rechtsbescherming)
van het recht.
De EU bereikt haar doelstellingen grotendeels via het recht. De EU is voor vorming en doorzetting
van het recht afhankelijk van de EU-lidstaten.
Op EU-niveau vloeit het recht voort uit verschillende rechtsbronnen:
1. Primair EU-recht
2. Secundair EU-recht
2.1.1 Primair EU-recht
Het primaire EU-recht is gelaagd opgebouwd en weerspiegelt de historische ontwikkeling van de
EU.
Het primaire EU-recht bestaat uit:
EU-verdragen.
Bijvoorbeeld:
VEU en VWEU – deze zijn gevormd door eerdere verdragen van EEG en EG tot de
wijzigingen bij het Verdrag van Lissabon.
Verdragswijzigingen
VEU (ofwel EU-verdrag)
Het VEU bevat de basis van de EU, zoals:
oprichting;
missie;
uitgangspunten (art. 4 VEU);
doelstellingen;
waarden (art. 2 VEU);
ambten;
instellingen (art. 13 VEU).
VWEU
Het VWEU werkt het VEU verder uit:
verdeling taken en bevoegdheden,
regels voor de interne markt;
wetgevingsprocedures (art. 294 VWEU)
bevoegdheden van het HvJ EU (art. 264 VWEU)
Toetredingsverdragen en verdragen voor nauwere samenwerking (bijv. Schengen-verdrag) bestaan
ook, maar worden niet tot het primair EU-recht gerekend.
Pag. 1 van 13
, 2.1.2 Secundair EU-recht
Het secundair EU-recht bestaat uit: het recht dat is neergelegd in de rechtsinstrumenten die de EU-
instellingen vaststellen.
Art. 288 VWEU kent vijf rechtsinstrumenten:
1. verordeningen;
2. richtlijnen;
3. besluiten;
4. aanbevelingen;
5. adviezen.
Deze rechtsinstrumenten worden ‘’rechtshandelingen’’ genoemd, ook als ze niet bindend zijn (bijv.
aanbevelingen). Binnen deze rechtshandelingen kan onderscheid worden gemaakt tussen:
wetgevingshandelingen
= De wetgevingshandelingen worden gevormd door besluiten die de gewone of bijzondere
wetgevingsprocedure doorlopen (art. 289 lid 3 VWEU);
niet-wetgevingshandelingen
= De niet-wetgevingshandelingen worden gevormd door besluiten die via delegatie of ter
uitvoering vn een wetgevingshandeling worden vastgesteld (artt. 290 en 291 VWEU).
Niet-wetgevingshandelingen zijn hiërarchisch ondergeschikt aan de wetgevingshandelingen.
Pag. 2 van 13
2.1 Ontwikkeling van het EU-recht
Een rechtsorde reguleert gedrag van instituties, burgers en andere actoren (zoals ondernemingen)
via het recht. Om met het recht gedrag te realiseren zijn essentieel:
1. rechtsvorming;
2. aanvaarding;
3. doorzetting (zoals uitvoering, handhaving en rechtsbescherming)
van het recht.
De EU bereikt haar doelstellingen grotendeels via het recht. De EU is voor vorming en doorzetting
van het recht afhankelijk van de EU-lidstaten.
Op EU-niveau vloeit het recht voort uit verschillende rechtsbronnen:
1. Primair EU-recht
2. Secundair EU-recht
2.1.1 Primair EU-recht
Het primaire EU-recht is gelaagd opgebouwd en weerspiegelt de historische ontwikkeling van de
EU.
Het primaire EU-recht bestaat uit:
EU-verdragen.
Bijvoorbeeld:
VEU en VWEU – deze zijn gevormd door eerdere verdragen van EEG en EG tot de
wijzigingen bij het Verdrag van Lissabon.
Verdragswijzigingen
VEU (ofwel EU-verdrag)
Het VEU bevat de basis van de EU, zoals:
oprichting;
missie;
uitgangspunten (art. 4 VEU);
doelstellingen;
waarden (art. 2 VEU);
ambten;
instellingen (art. 13 VEU).
VWEU
Het VWEU werkt het VEU verder uit:
verdeling taken en bevoegdheden,
regels voor de interne markt;
wetgevingsprocedures (art. 294 VWEU)
bevoegdheden van het HvJ EU (art. 264 VWEU)
Toetredingsverdragen en verdragen voor nauwere samenwerking (bijv. Schengen-verdrag) bestaan
ook, maar worden niet tot het primair EU-recht gerekend.
Pag. 1 van 13
, 2.1.2 Secundair EU-recht
Het secundair EU-recht bestaat uit: het recht dat is neergelegd in de rechtsinstrumenten die de EU-
instellingen vaststellen.
Art. 288 VWEU kent vijf rechtsinstrumenten:
1. verordeningen;
2. richtlijnen;
3. besluiten;
4. aanbevelingen;
5. adviezen.
Deze rechtsinstrumenten worden ‘’rechtshandelingen’’ genoemd, ook als ze niet bindend zijn (bijv.
aanbevelingen). Binnen deze rechtshandelingen kan onderscheid worden gemaakt tussen:
wetgevingshandelingen
= De wetgevingshandelingen worden gevormd door besluiten die de gewone of bijzondere
wetgevingsprocedure doorlopen (art. 289 lid 3 VWEU);
niet-wetgevingshandelingen
= De niet-wetgevingshandelingen worden gevormd door besluiten die via delegatie of ter
uitvoering vn een wetgevingshandeling worden vastgesteld (artt. 290 en 291 VWEU).
Niet-wetgevingshandelingen zijn hiërarchisch ondergeschikt aan de wetgevingshandelingen.
Pag. 2 van 13