H5: Het vrije verkeer van personen, diensten en kapitaal (art. 45 VWEU e.v.)
5.1 Het vrije verkeer van personen
5.1.1 Algemeen
‘’Het vrije verkeer van personen’’ bestaat vooral uit: ‘’het recht van werknemers’’.
Daarnaast is er ook: ‘’De vrijheid van zelfstandige ondernemers en dienstverrichters om zich op het
grondgebied van een andere EU-lidstaat te vestigen.
In 1990 kwamen richtlijnen tot stand die bijna een algemeen verblijfsrecht voor EU-burgers
creëerden (voor gepensioneerden, studenten en overige EU-burgers). De vrijheid van EU-burgers,
om zich van het gebruiken van diensten (bijv. medische zorg) naar een andere EU-lidstaat te
begeven, steunden op deze richtlijnen.
Art. 20 lid 1 VWEU = Iedereen met de nationaliteit van een EU-lidstaat is automatisch EU-burger.
Het EU-burgerschap is in 1992 ingevoerd; het EU-burgerschap is dus afhankelijk van nationale
wetgeving.
Art. 21 lid 1 VWEU = Elke EU-burger heeft recht om vrij te reizen en verblijven binnen de EU, maar
altijd binnen de voorwaarden en grenzen van het VWEU en de maatregelen ter uitvoering van het
VWEU.
5.1.1.1Recht van vrij verkeer en verblijf van de EU-burgers
Het recht van vrij verkeer en verblijf van de EU-burgers is niet absoluut (m.a.w. is niet onbeperkt):
het is namelijk o.g.v. de Richtlijn 2004/38/EG onderworpen aan voorwaarden en beperkingen.
Voorbeeld:
Art. 7 Richtlijn 2004/38/EG = Voor een verblijf langer dan drie maanden in een andere EU-lidstaat
moeten EU-burgers voldoende bestaansmiddelen hebben en een volledige ziektekostenverzekering
– dit betreft dus een voorwaarden.
In beginsel EU-burgers onderworpen aan de nationale wetgeving van de EU-lidstaat waar zij
verblijven, maar als die nationale wetgeving ernstige ongemakken oplevert voor de EU-burger van
een andere EU-lidstaat is dat onverenigbaar met art. 21 VWEU.
Voorbeeld:
Hristo Byankov-arrest: Het HvJ EU oordeelde in deze zaak dat een uitreisverbod vanwege
een privéschuld aan een privaatrechtelijke rechtspersoon in strijd is met het EU-recht, zelfs
als dat reisverbod formele rechtskracht heeft gekregen.
Ook wettelijke regels die iemand verplichten in verschillende EU-lidstaten verschillende
familienamen te gebruiken is in strijd met het EU-recht.
Sayn Wittgenstein-arrest: In deze zaak werd Ilonka Kerekes (geboren in 1945) in
1991geadopteerd door een Duitse adellijke familie en kreeg een adellijke naam ‘’Ilonka
Fürstin von Sayn-Wittgenstein’’ – Fürstin = prinses. Oostenrijk weigerde die naam vanwege
de Adelsaufhebungsgesetz wet; deze wet verbeidt adellijke titels in familienamen, omdat
Oostenrijk zijn adellijke standen heeft afgeschaft. Oostenrijk wilde daarom haar naam
veranderen naar ‘’Ilonka Sayn-Wittgenstein (dus zonder adellijk titel). De Duitse familie
vond dit een beperking van het vrije verkeer in de EU – ‘’Ik moet overal in de EU dezelfde
naam kunnen voeren.’’.
Het HvJ EU erkende dat dit een beperking van het vrije verkeer in de EU vormt, maar vond
het toegestaan, omdat het is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel (geen adellijke titels
meer) en de bescherming van de nationale identiteit van Oostenrijk.
Pag. 1 van 19
,Het HvJ EU benadrukt het belang van de EU-burgerschap.
Voorbeeld:
Ruiz Zambrano-arrest: In deze zaak kreeg de vader die geen EU-burger is (een Colombiaanse
vader) van Belgische kinderen (dus kinderen die EU-burger zijn) een verblijfsrecht, omdat anders de
kinderen hun EU-rechten (bijv. het recht van verblijf voor vader) niet konden uitoefenen.
Dit werd later in het McCarthy-arrest beperkt, wat leidde tot discussie.
5.1.1.2Derdelanders
Het VWEU richt zich vooral op ‘’het vrije verkeer van EU-burgers’’ (werknemers, ondernemers,
dienstverleners uit EU-lidstaten).
Titel V, H2, artt. 77-80 VWEU = Het VWEU bevat ook bepalingen die betrekking hebben op
‘’derdelanders’’ ( = personen zonder EU-burgerschap).
Op basis van deze bepalingen zijn belangrijke richtlijnen aangenomen, zoals over: gezinshereniging,
asielprocedures en terugkeer van illegale derdelanders.
El-Dridi-arrest (inzake illegaal verblijf en sancties):
De richtlijn inzake ‘’terugkeer van illegale derdelanders’’ gaf in NL discussie: het NLse
kabinet wilde illegaal verblijf strafbaar stellen, maar het implementatievoorstel voor de
richtlijn bevatte dit niet.
Tijdens de behandeling van het implementatievoorstel vroeg men of strafbaarstelling
alsnog kon worden toegevoegd. Minister Leers weigerde dat, omdat de te implementeren
richtlijn alleen noodzakelijke bepalingen mag bevatten. Wel stelde Minister Leers voor
alleen een gekwalificeerde vorm strafbaar te maken, namelijk illegaal verblijf ondanks een
EU-inreisverbod.
In de zaak El-Dridi oordeel het HvJ EU dat de richtlijn inzake ‘’terugkeer van illegale
derdelanders’’ zich verzet tegen een gevangenisstraf voor illegaal verblijf wanneer de
terugkeerprocedure nog niet is doorlopen – dus eerst procedure volgen, dan pas eventueel
strafbaar stellen.
Dit riep de vraag of straffen met gevangenisstraf bij overtreding van een inreisverbod wel
mocht. Minister Leers vond van wel, maar dit strookte niet met latere HR-rechtspraak.
De HR besliste in 2013 dat gevangenisstraf voor derdelanders die een inreisverbod
overtreden niet is toegestaan als de stappen uit de richtlijn inzake ‘’terugkeer van illegale
derdelanders’’ niet zijn gevolgd – dit was hetzelfde idee als in de zaak El Dridi: je mag niet
meteen straffen als de EU-procedure nog niet is doorlopen.
De Europese Commissie verzocht NL in 2011 om de richtlijn correct te implementeren.
In 2012 kondigde kabinet Rutte-Samsom opnieuw strafbaarstelling van illegaal verblijf aan,
maar dit leidde tot veel kritiek. Het wetsvoorstel werd daarom aangepast: geen
gevangenisstraf, maar een geldboete bij illegaal verblijf door derdelanders. Dit moest El
Dridi-proof zijn en conflicten met de richtlijn inzake ‘’terugkeer van illegale derdelanders’’
vermijden.
De Raad van State twijfelde aan nut en noodzaak van deze strafbaarstelling, omdat
overtreding van een inreisverbod al strafbaar is.
De staatssecretaris hield vast aan het voorstel: de boete zou vooral gelden – en daarmee
nuttig zijn - voor mensen die voor het eerst illegaal worden aangetroffen.
Uiteindelijk besloot het kabinet in 2014 het wetsvoorstel niet verder te behandelen, als
onderdeel van een politieke deal tussen VVD en PvdA – VVD liet dit plan vallen en kreeg in
ruil lagere belastingen voor mensen met midden- en hogere inkomens.
Pag. 2 van 19
, Sommige derdelanders (bijv. Turken, Marokannen en EER-bugrers zoals in Noorwegen, Ijsland en
Liechtenstein) zijn gedeeltelijk gelijkgesteld zijn aan EU-burgers op basis van een aantal verdragen.
In NL gelden drie soorten vreemdelingenrecht:
1. Het vreemdelingenrecht voor de EU-burgers;
2. Het vreemdelingenrecht voor burgers van landen die een associatieverdrag met de EU
hebben gesloten;
3. Het vreemdelingenrecht voor de overige vreemdelingen
Chakroun-arrest: Het HvJ EU verklaarde dat de richtlijn inzake gezinsherenging zich verzette tegen –
dus verbood - het maken van een onderscheid tussen gezinsvorming en gezinshereniging, wat in
het NLse Vreemdelingenbesluit 2000 het geval was.
5.1.1.3Blauwe kaart: toegang voor hoogopgeleiden
Voor hoogopgeleide derdelanders bestaat een aparte immigratieregime – een toelatingssysteem,
het zogeheten Blauwe Kaart-programma. Dit regime is bedoeld om EU aantrekkelijker te maken
voor kenniswerkers vanwege vergrijzing en economische ambities.
De Blauwe Kaart geeft de derdelander een geldige verblijfstitel voor een periode van één tot vier
jaar en het recht op het overbrengen van gezinsleden naar EU.
Alle EU-lidstaten, behalve VK, Denemarken en Ierland, nemen deel aan het EU Blauwe Kaart-
programma.
Pag. 3 van 19
5.1 Het vrije verkeer van personen
5.1.1 Algemeen
‘’Het vrije verkeer van personen’’ bestaat vooral uit: ‘’het recht van werknemers’’.
Daarnaast is er ook: ‘’De vrijheid van zelfstandige ondernemers en dienstverrichters om zich op het
grondgebied van een andere EU-lidstaat te vestigen.
In 1990 kwamen richtlijnen tot stand die bijna een algemeen verblijfsrecht voor EU-burgers
creëerden (voor gepensioneerden, studenten en overige EU-burgers). De vrijheid van EU-burgers,
om zich van het gebruiken van diensten (bijv. medische zorg) naar een andere EU-lidstaat te
begeven, steunden op deze richtlijnen.
Art. 20 lid 1 VWEU = Iedereen met de nationaliteit van een EU-lidstaat is automatisch EU-burger.
Het EU-burgerschap is in 1992 ingevoerd; het EU-burgerschap is dus afhankelijk van nationale
wetgeving.
Art. 21 lid 1 VWEU = Elke EU-burger heeft recht om vrij te reizen en verblijven binnen de EU, maar
altijd binnen de voorwaarden en grenzen van het VWEU en de maatregelen ter uitvoering van het
VWEU.
5.1.1.1Recht van vrij verkeer en verblijf van de EU-burgers
Het recht van vrij verkeer en verblijf van de EU-burgers is niet absoluut (m.a.w. is niet onbeperkt):
het is namelijk o.g.v. de Richtlijn 2004/38/EG onderworpen aan voorwaarden en beperkingen.
Voorbeeld:
Art. 7 Richtlijn 2004/38/EG = Voor een verblijf langer dan drie maanden in een andere EU-lidstaat
moeten EU-burgers voldoende bestaansmiddelen hebben en een volledige ziektekostenverzekering
– dit betreft dus een voorwaarden.
In beginsel EU-burgers onderworpen aan de nationale wetgeving van de EU-lidstaat waar zij
verblijven, maar als die nationale wetgeving ernstige ongemakken oplevert voor de EU-burger van
een andere EU-lidstaat is dat onverenigbaar met art. 21 VWEU.
Voorbeeld:
Hristo Byankov-arrest: Het HvJ EU oordeelde in deze zaak dat een uitreisverbod vanwege
een privéschuld aan een privaatrechtelijke rechtspersoon in strijd is met het EU-recht, zelfs
als dat reisverbod formele rechtskracht heeft gekregen.
Ook wettelijke regels die iemand verplichten in verschillende EU-lidstaten verschillende
familienamen te gebruiken is in strijd met het EU-recht.
Sayn Wittgenstein-arrest: In deze zaak werd Ilonka Kerekes (geboren in 1945) in
1991geadopteerd door een Duitse adellijke familie en kreeg een adellijke naam ‘’Ilonka
Fürstin von Sayn-Wittgenstein’’ – Fürstin = prinses. Oostenrijk weigerde die naam vanwege
de Adelsaufhebungsgesetz wet; deze wet verbeidt adellijke titels in familienamen, omdat
Oostenrijk zijn adellijke standen heeft afgeschaft. Oostenrijk wilde daarom haar naam
veranderen naar ‘’Ilonka Sayn-Wittgenstein (dus zonder adellijk titel). De Duitse familie
vond dit een beperking van het vrije verkeer in de EU – ‘’Ik moet overal in de EU dezelfde
naam kunnen voeren.’’.
Het HvJ EU erkende dat dit een beperking van het vrije verkeer in de EU vormt, maar vond
het toegestaan, omdat het is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel (geen adellijke titels
meer) en de bescherming van de nationale identiteit van Oostenrijk.
Pag. 1 van 19
,Het HvJ EU benadrukt het belang van de EU-burgerschap.
Voorbeeld:
Ruiz Zambrano-arrest: In deze zaak kreeg de vader die geen EU-burger is (een Colombiaanse
vader) van Belgische kinderen (dus kinderen die EU-burger zijn) een verblijfsrecht, omdat anders de
kinderen hun EU-rechten (bijv. het recht van verblijf voor vader) niet konden uitoefenen.
Dit werd later in het McCarthy-arrest beperkt, wat leidde tot discussie.
5.1.1.2Derdelanders
Het VWEU richt zich vooral op ‘’het vrije verkeer van EU-burgers’’ (werknemers, ondernemers,
dienstverleners uit EU-lidstaten).
Titel V, H2, artt. 77-80 VWEU = Het VWEU bevat ook bepalingen die betrekking hebben op
‘’derdelanders’’ ( = personen zonder EU-burgerschap).
Op basis van deze bepalingen zijn belangrijke richtlijnen aangenomen, zoals over: gezinshereniging,
asielprocedures en terugkeer van illegale derdelanders.
El-Dridi-arrest (inzake illegaal verblijf en sancties):
De richtlijn inzake ‘’terugkeer van illegale derdelanders’’ gaf in NL discussie: het NLse
kabinet wilde illegaal verblijf strafbaar stellen, maar het implementatievoorstel voor de
richtlijn bevatte dit niet.
Tijdens de behandeling van het implementatievoorstel vroeg men of strafbaarstelling
alsnog kon worden toegevoegd. Minister Leers weigerde dat, omdat de te implementeren
richtlijn alleen noodzakelijke bepalingen mag bevatten. Wel stelde Minister Leers voor
alleen een gekwalificeerde vorm strafbaar te maken, namelijk illegaal verblijf ondanks een
EU-inreisverbod.
In de zaak El-Dridi oordeel het HvJ EU dat de richtlijn inzake ‘’terugkeer van illegale
derdelanders’’ zich verzet tegen een gevangenisstraf voor illegaal verblijf wanneer de
terugkeerprocedure nog niet is doorlopen – dus eerst procedure volgen, dan pas eventueel
strafbaar stellen.
Dit riep de vraag of straffen met gevangenisstraf bij overtreding van een inreisverbod wel
mocht. Minister Leers vond van wel, maar dit strookte niet met latere HR-rechtspraak.
De HR besliste in 2013 dat gevangenisstraf voor derdelanders die een inreisverbod
overtreden niet is toegestaan als de stappen uit de richtlijn inzake ‘’terugkeer van illegale
derdelanders’’ niet zijn gevolgd – dit was hetzelfde idee als in de zaak El Dridi: je mag niet
meteen straffen als de EU-procedure nog niet is doorlopen.
De Europese Commissie verzocht NL in 2011 om de richtlijn correct te implementeren.
In 2012 kondigde kabinet Rutte-Samsom opnieuw strafbaarstelling van illegaal verblijf aan,
maar dit leidde tot veel kritiek. Het wetsvoorstel werd daarom aangepast: geen
gevangenisstraf, maar een geldboete bij illegaal verblijf door derdelanders. Dit moest El
Dridi-proof zijn en conflicten met de richtlijn inzake ‘’terugkeer van illegale derdelanders’’
vermijden.
De Raad van State twijfelde aan nut en noodzaak van deze strafbaarstelling, omdat
overtreding van een inreisverbod al strafbaar is.
De staatssecretaris hield vast aan het voorstel: de boete zou vooral gelden – en daarmee
nuttig zijn - voor mensen die voor het eerst illegaal worden aangetroffen.
Uiteindelijk besloot het kabinet in 2014 het wetsvoorstel niet verder te behandelen, als
onderdeel van een politieke deal tussen VVD en PvdA – VVD liet dit plan vallen en kreeg in
ruil lagere belastingen voor mensen met midden- en hogere inkomens.
Pag. 2 van 19
, Sommige derdelanders (bijv. Turken, Marokannen en EER-bugrers zoals in Noorwegen, Ijsland en
Liechtenstein) zijn gedeeltelijk gelijkgesteld zijn aan EU-burgers op basis van een aantal verdragen.
In NL gelden drie soorten vreemdelingenrecht:
1. Het vreemdelingenrecht voor de EU-burgers;
2. Het vreemdelingenrecht voor burgers van landen die een associatieverdrag met de EU
hebben gesloten;
3. Het vreemdelingenrecht voor de overige vreemdelingen
Chakroun-arrest: Het HvJ EU verklaarde dat de richtlijn inzake gezinsherenging zich verzette tegen –
dus verbood - het maken van een onderscheid tussen gezinsvorming en gezinshereniging, wat in
het NLse Vreemdelingenbesluit 2000 het geval was.
5.1.1.3Blauwe kaart: toegang voor hoogopgeleiden
Voor hoogopgeleide derdelanders bestaat een aparte immigratieregime – een toelatingssysteem,
het zogeheten Blauwe Kaart-programma. Dit regime is bedoeld om EU aantrekkelijker te maken
voor kenniswerkers vanwege vergrijzing en economische ambities.
De Blauwe Kaart geeft de derdelander een geldige verblijfstitel voor een periode van één tot vier
jaar en het recht op het overbrengen van gezinsleden naar EU.
Alle EU-lidstaten, behalve VK, Denemarken en Ierland, nemen deel aan het EU Blauwe Kaart-
programma.
Pag. 3 van 19