H10: De aansprakelijkheid van de EU-lidstaten voor schade ten gevolge van schendingen van het EU-recht
Het EU-recht bevat geen uitgewerkte verdragsbepalingen over de aansprakelijkheid van EU-lidstaten (ofwel
staatsaansprakelijkheid) voor de schending van het EU-recht. Het systeem inzake staatsaansprakelijkheid is
ontwikkeld door het HvJ EU.
In dit hoofdstuk wordt o.m. besproken:
Rechterlijke taken
Rechtelijke rechtsvorming in de EU
10.1 De grondslagen van de aansprakelijkheid
In beginsel is een EU-lidstaat aansprakelijk wanneer particulieren schade lijden door schending van het EU-recht die
aan de EU-lidstaat is toe te rekenen. Redenen hiervoor zijn:
1. De EU vormt een eigen rechtsorde, die is opgenomen in de nationale rechtsordes.
De nationale rechter is belast met toepassing van het EU-recht; hij dient de volle werking van het EU-recht te
verzekeren en op die wijze de EU-rechten van particulieren beschermen. Dit lukt niet als particulieren
geen schadevergoeding kunnen krijgen wanneer hun EU-rechten worden gescholden die aan een EU-lidstaat
kan worden toegerekend.
Staatsaansprakelijkheid is inherent aan het systeem van de Verdragen.
2. De schadevergoedingsplicht van de EU-lidstaat bij staatsaansprakelijkheid vindt haar grondslag in art. 4 lid 3
VEU (het beginsel van loyale samenwerking).
Het beginsel van loyale samenwerking houdt in dat EU-lidstaten verplicht zijn alle maatregelen te treffen om
de nakoming van hun EU-verplichtingen te verzekeren. Daaronder valt ook het ongedaan maken van
onwettige gevolgen van een schending van het EU-recht.
Bovenstaande is door het HvJ EU beargumenteerd in de volgende twee arresten:
Francovich en Bonifaci-arrest
Brasserie du Pecheur en Factortame III
Deze worden nader uitgelicht.
Francovich en Bonifaci-arrest:
In dit arrest ging het om de schade die Italiaanse werknemers die schade hadden geleden, doordat de Italië (EU-
lidstaat) de Richtlijn 90/987/EEG inzake de bescherming van werknemers bij insolventie niet tijdig had omgezet in
nationaal recht.
Het HvJ EU oordeelde dat EU-lidstaten aansprakelijk zijn voor richtlijnschendingen (leer van Francovich en Bonifaci).
Brasserie du Pecheur en Factortame III:
In dit arrest heeft het HvJ de leer van Francovich en Bonifaci nader uitgewerkt.
Dit betroffen twee zaken uit Duitsland en VK die behandeld zijn in één arrest. De vorderingen in deze zaak strekte tot
schadevergoeding:
Duitse zaak: De Duitse regels over de verkoop van bier zouden in strijd zijn met het EU-recht. gevolg:
exportstop van bier naar Duitsland.
Engelse zaak: De VK (Britse) regels over de registratie van schepen zouden in strijd zijn met het EU-recht.
gevolg: belemmering van ‘’de vrijheid van vestiging’’.
Pag. 1 van 9
, De vraag is beide zaken (Francovich en Bonifaci-arrest EN Brasserie du Pecheur en Factortame III-arrest was:
‘’Geldt staatsaansprakelijkheid van een EU-lidstaat voor schending van het EU-recht ook als het EU-recht wordt
geschonden door de nationale wetgever (in NL: de formele wetgever)?’’
Het HvJ oordeelde:
Ja, de staatsaansprakelijkheid van een EU-lidstaat voor schending van het EU-recht valt samen (dus: moet hetzelfde
zijn als) met de eigen aansprakelijkheidsregels over schending van het eigen nationaal recht.
De bescherming van de rechten die particulieren aan EU-recht ontlenen moet gelijk zijn, ongeacht of:
de schade is veroorzaakt door een EU-instelling, of;
door een nationaal orgaan van de EU-lidstaat (wetgever, bestuur, rechter etc.).
Voor schade die is veroorzaakt door een nationaal orgaan (bijv. de rechter van een EU-lidstaat) moeten dus dezelfde
maatstaven gelden als voor de schade die is veroorzaakt door een EU-orgaan.
Pag. 2 van 9
Het EU-recht bevat geen uitgewerkte verdragsbepalingen over de aansprakelijkheid van EU-lidstaten (ofwel
staatsaansprakelijkheid) voor de schending van het EU-recht. Het systeem inzake staatsaansprakelijkheid is
ontwikkeld door het HvJ EU.
In dit hoofdstuk wordt o.m. besproken:
Rechterlijke taken
Rechtelijke rechtsvorming in de EU
10.1 De grondslagen van de aansprakelijkheid
In beginsel is een EU-lidstaat aansprakelijk wanneer particulieren schade lijden door schending van het EU-recht die
aan de EU-lidstaat is toe te rekenen. Redenen hiervoor zijn:
1. De EU vormt een eigen rechtsorde, die is opgenomen in de nationale rechtsordes.
De nationale rechter is belast met toepassing van het EU-recht; hij dient de volle werking van het EU-recht te
verzekeren en op die wijze de EU-rechten van particulieren beschermen. Dit lukt niet als particulieren
geen schadevergoeding kunnen krijgen wanneer hun EU-rechten worden gescholden die aan een EU-lidstaat
kan worden toegerekend.
Staatsaansprakelijkheid is inherent aan het systeem van de Verdragen.
2. De schadevergoedingsplicht van de EU-lidstaat bij staatsaansprakelijkheid vindt haar grondslag in art. 4 lid 3
VEU (het beginsel van loyale samenwerking).
Het beginsel van loyale samenwerking houdt in dat EU-lidstaten verplicht zijn alle maatregelen te treffen om
de nakoming van hun EU-verplichtingen te verzekeren. Daaronder valt ook het ongedaan maken van
onwettige gevolgen van een schending van het EU-recht.
Bovenstaande is door het HvJ EU beargumenteerd in de volgende twee arresten:
Francovich en Bonifaci-arrest
Brasserie du Pecheur en Factortame III
Deze worden nader uitgelicht.
Francovich en Bonifaci-arrest:
In dit arrest ging het om de schade die Italiaanse werknemers die schade hadden geleden, doordat de Italië (EU-
lidstaat) de Richtlijn 90/987/EEG inzake de bescherming van werknemers bij insolventie niet tijdig had omgezet in
nationaal recht.
Het HvJ EU oordeelde dat EU-lidstaten aansprakelijk zijn voor richtlijnschendingen (leer van Francovich en Bonifaci).
Brasserie du Pecheur en Factortame III:
In dit arrest heeft het HvJ de leer van Francovich en Bonifaci nader uitgewerkt.
Dit betroffen twee zaken uit Duitsland en VK die behandeld zijn in één arrest. De vorderingen in deze zaak strekte tot
schadevergoeding:
Duitse zaak: De Duitse regels over de verkoop van bier zouden in strijd zijn met het EU-recht. gevolg:
exportstop van bier naar Duitsland.
Engelse zaak: De VK (Britse) regels over de registratie van schepen zouden in strijd zijn met het EU-recht.
gevolg: belemmering van ‘’de vrijheid van vestiging’’.
Pag. 1 van 9
, De vraag is beide zaken (Francovich en Bonifaci-arrest EN Brasserie du Pecheur en Factortame III-arrest was:
‘’Geldt staatsaansprakelijkheid van een EU-lidstaat voor schending van het EU-recht ook als het EU-recht wordt
geschonden door de nationale wetgever (in NL: de formele wetgever)?’’
Het HvJ oordeelde:
Ja, de staatsaansprakelijkheid van een EU-lidstaat voor schending van het EU-recht valt samen (dus: moet hetzelfde
zijn als) met de eigen aansprakelijkheidsregels over schending van het eigen nationaal recht.
De bescherming van de rechten die particulieren aan EU-recht ontlenen moet gelijk zijn, ongeacht of:
de schade is veroorzaakt door een EU-instelling, of;
door een nationaal orgaan van de EU-lidstaat (wetgever, bestuur, rechter etc.).
Voor schade die is veroorzaakt door een nationaal orgaan (bijv. de rechter van een EU-lidstaat) moeten dus dezelfde
maatstaven gelden als voor de schade die is veroorzaakt door een EU-orgaan.
Pag. 2 van 9