H12: Het democratische leven van de EU
12.1 Parlementaire democratie in de EU
12.1.1 Representatieve democratie in de EU
Art. 10 VEU =
Lid1: De werking van de EU is gegrond op de representatieve democratie.
Lid 2: Burgers worden op het niveau van de EU rechtstreeks vertegenwoordigd in het Europees Parlement.
Dit lijkt meer democratisch dan het in praktijk is. Zo kunnen EU-burgers bij de verkiezingen voor het
Europees Parlement alleen stemmen op kandidaten uit hun eigen EU-lidstaat. Nederlanders kunnen alleen
op Nederlandse kandidaten stemmen die door Nederlandse partijen kandidaat zijn gesteld.
Er bestaan dus geen pan-Europese kieslijsten en geen echte Europese verkiezingscampagnes.
De rol van Europese partijen is bij de verkiezingen voor het Europees Parlement klein, ondanks art. 10 lid 4
VEU.
In het Europees parlement bestaan fracties of politieke groepen, maar die zijn vooral belangrijk na de
verkiezingen.
De kandidaatstelling en het verkiezingsdebat is een zaak van de nationale politiek/partijen.
De relatie tussen de Europese kiezer en gekozene is in de EU veel afstandelijker dan in nationale
parlementen:
o Veel meer burgers per vertegenwoordiger;
o Grote fysieke afstand;
o Sterk technische wetgevingsdossier;
o Meertaligheid maakt debat stroperig (weinig directe confrontatie, veel schriftelijke bijdragen) Het
Europees Parlement mist de mediagenieke, herkenbare debatten van nationale parlementen.
Art. 20 VWEU = EU-burgerschap is geen zelfstandige burgerschap; d.w.z. je bent EU-burger omdat je burger ben van
een EU-lidstaat – EU-burgerschap komt dus naast het nationale burgerschap.
De EU is daarom geen klassieke democratie gebaseerd op één Europees volk (volkssoevereiniteit).
Het Bundesverfassungsgericht oordeelde dat:
* er geen Europees volk bestaat dat door het Europees Parlement wordt vertegenwoordig;
* de EU geen eigen soevereiniteit heeft Het Europees Parlement is dus geen echt representatieorgaan van één
Europees volk.
Het contingentensysteem dat bij Europese verkiezingen wordt gehanteerd brengt mee dat de stem van een EU-burger
in een EU-lidstaat met weinig inwoners 12 maal zo zwaar weegt als de stem van een EU-burger in een EU-lidstaat met
een zeer grote bevolking.
De democratische legitimiteit van EU-besluiten verschilt dus wezenlijk van die in nationale democratieën.
12.1.2 Democratisch deficit
Er wordt gesteld dat de besluitvorming door de EU-instellingen lijden onder een democratisch tekort of deficit.
Een democratisch deficit betekent een tekort aan democratische legitimatie. Dat kan:
Formeel zijn (formele deficit): onvoldoende betrokkenheid of aandeel van volksvertegenwoordigers van
openbare lichamen in besluitvorming door een overkoepelend verband.
Materieel zijn (materieel deficit): de opkomstcijfers bij verkiezingen voor een volksvertegenwoordiging zijn
laag.
Een materieel deficit is moeilijk meetbaar; een formeel deficit is eenvoudiger vast te stellen.
Pag. 1 van 4
12.1 Parlementaire democratie in de EU
12.1.1 Representatieve democratie in de EU
Art. 10 VEU =
Lid1: De werking van de EU is gegrond op de representatieve democratie.
Lid 2: Burgers worden op het niveau van de EU rechtstreeks vertegenwoordigd in het Europees Parlement.
Dit lijkt meer democratisch dan het in praktijk is. Zo kunnen EU-burgers bij de verkiezingen voor het
Europees Parlement alleen stemmen op kandidaten uit hun eigen EU-lidstaat. Nederlanders kunnen alleen
op Nederlandse kandidaten stemmen die door Nederlandse partijen kandidaat zijn gesteld.
Er bestaan dus geen pan-Europese kieslijsten en geen echte Europese verkiezingscampagnes.
De rol van Europese partijen is bij de verkiezingen voor het Europees Parlement klein, ondanks art. 10 lid 4
VEU.
In het Europees parlement bestaan fracties of politieke groepen, maar die zijn vooral belangrijk na de
verkiezingen.
De kandidaatstelling en het verkiezingsdebat is een zaak van de nationale politiek/partijen.
De relatie tussen de Europese kiezer en gekozene is in de EU veel afstandelijker dan in nationale
parlementen:
o Veel meer burgers per vertegenwoordiger;
o Grote fysieke afstand;
o Sterk technische wetgevingsdossier;
o Meertaligheid maakt debat stroperig (weinig directe confrontatie, veel schriftelijke bijdragen) Het
Europees Parlement mist de mediagenieke, herkenbare debatten van nationale parlementen.
Art. 20 VWEU = EU-burgerschap is geen zelfstandige burgerschap; d.w.z. je bent EU-burger omdat je burger ben van
een EU-lidstaat – EU-burgerschap komt dus naast het nationale burgerschap.
De EU is daarom geen klassieke democratie gebaseerd op één Europees volk (volkssoevereiniteit).
Het Bundesverfassungsgericht oordeelde dat:
* er geen Europees volk bestaat dat door het Europees Parlement wordt vertegenwoordig;
* de EU geen eigen soevereiniteit heeft Het Europees Parlement is dus geen echt representatieorgaan van één
Europees volk.
Het contingentensysteem dat bij Europese verkiezingen wordt gehanteerd brengt mee dat de stem van een EU-burger
in een EU-lidstaat met weinig inwoners 12 maal zo zwaar weegt als de stem van een EU-burger in een EU-lidstaat met
een zeer grote bevolking.
De democratische legitimiteit van EU-besluiten verschilt dus wezenlijk van die in nationale democratieën.
12.1.2 Democratisch deficit
Er wordt gesteld dat de besluitvorming door de EU-instellingen lijden onder een democratisch tekort of deficit.
Een democratisch deficit betekent een tekort aan democratische legitimatie. Dat kan:
Formeel zijn (formele deficit): onvoldoende betrokkenheid of aandeel van volksvertegenwoordigers van
openbare lichamen in besluitvorming door een overkoepelend verband.
Materieel zijn (materieel deficit): de opkomstcijfers bij verkiezingen voor een volksvertegenwoordiging zijn
laag.
Een materieel deficit is moeilijk meetbaar; een formeel deficit is eenvoudiger vast te stellen.
Pag. 1 van 4