Samenvatting hoorcolleges blok 2:
stemmingsstoornissen
Depressie (college Reinier over depressie)
Iemand met een klinische depressie is zowel lichamelijk, geestelijk als
emotioneel eigenlijk tot niets in staat.
Dagelijkse handelingen en gebeurtenissen zijn niet tot nauwelijks
uitvoerbaar.
Iemand met een heuse depressie is absoluut niet in staat om zichzelf op
te beuren.
De verschijnselen van een depressie zijn bij iedereen anders.
Bij een depressie heb je in ieder geval last van één van de
volgende 3 verschijnselen:
1. Je voelt je erg somber. Dit sombere gevoel heb je elke dag.
2. Je hebt veel minder plezier of zelfs helemaal geen plezier meer in de
dingen die je doet. Of je kunt er niet meer toe zetten om iets te doen.
3. Je bent geagiteerd en/of erg prikkelbaar
Prevalentie major depressie
-Wereldwijd: life time prevalentie >15%
-Nederland: prevalentie 2,7%, jaarprevalentie 5,8% (vrouw: 7,5%)
-Belgie: jaarprevalentie 4,6%, lifetime 13,6% (vrouw: 17,5%)
-Eerste lijn:
Wereldwijd: 10%
Groningen: 14,4%
Gemiddelde duur episode: 16-23 weken
-50%: spontaan herstel na 3 maanden
-Indien episode > 6 maanden: 10-20% chronisch verloop
-Na herstel: 50-60% recidief binnen een jaar.
Psychiatrische populatie:
-80% recidief, gemiddeld lifetime 4 episodes
-95% van tijd symptomen en 15% majeure D.
30-50% depressies in 1e lijn niet gedetecteerd
-70% van patiënten met depressie meldt zich bij HA met somatische
klachten:
vage, niet specifieke klachten, onbegrepen langer bestaande pijn.
Moeheid, lage rugpijn, hoofdpijn, spierpijn, maagklachten, spastisch colon,
premenstruele klachten.
-Slechts 30% krijgt een evidence based behandeling.
,Hoorcollege 1: Stemmingsstoornissen
Stemmingsepisodes: fases waarin iemand depressief of manisch is
1. Depressieve episode:
2 weken, 5 symptomen aanwezig zijn
-Depressieve stemming en/of verlies aan interesse en plezier
-Gewichtsverlies, -toename
-Slaapklachten
-Vermoeidheid
-Waardeloosheid
-Problemen executieve functies
-Wanhoop
2. Manische episode:
Mensen hele impulsieve, onverstandige handelingen, denken de wereld
aan te kunnen.
1 week, 3 symptomen aanwezig zijn
-Uitgelaten of prikkelbare stemming
-Verhoogd zelfgevoel
-Afgenomen slaapbehoefte
-Spraakzamer dan normaal
-Gedachtevlucht
-Verhoogde afleidbaarheid
-dadendrang van alles willen doen, actief zijn,
-Daden met consequenties beslissingen nemen die onverstandig of
gevaarlijk zijn.
3. Gemengde episode:
Mensen zowel criteria voor depressieve episode maar ook manische
episode
1 week
4. Hypomane episode:
Lijkt op manische episode, maar iets minder extreem,
4 dagen, 3 symptomen aanwezig (4 indien alleen prikkelbaar, niet
uitgelaten)
-Verhoogde expansieve of prikkelbare stemming die verschilt van niet-
depressieve stemming
-Verhoogd zelfgevoel
-Afgenomen slaapbehoefte
-Spraakzamer dan normaal
-Gedachtevlucht
-Verhoogde afleidbaarheid
-Dadendrang
-Daden met consequenties
Geen verstoring van het dagelijks functioneren, het kan dus wel
goed zijn.
, Stemmingsstoornissen: groeperingen van de episodes
1. Depressieve stoornissen
-Depressieve stoornis, eenmalig (de eerste en enige episode)
-Depressieve stoornis, recidiverend
2 of meer episodes
Dysthyme stoornis
Stemmingsklachten 2 jaar lang aanwezig zijn
Depressieve stemming en bijbehorende symptomen, geen volledige
depressieve episode
2. Bipolaire stoornissen
-Bipolaire I stoornis echte manische episode
Minstens 1 manische (of gemengde) episode, al dan niet afgewisseld
met depressieve episodes
-Meest erge vorm
-6 subtypes
-Manie: subtype eenmalige manische episode
-Bipolaire II stoornis
Meer hypomane episodes
Mildere vorm van Bipolaire I stoornis: aanwezigheid van tenminste 1
hypomane episode, al dan niet afgewisseld met depressieve episodes
Meest voorkomende vorm
-Cyclothyme stoornis
Hypomane symptomen en depressieve symptomen
-Geen manische, depressieve en gemengde episode
Minder intens maar wel langduriger, 2 jaar lang sprake van golven in de
stemming
Epidemiologie
Prevalentie: aantal mensen die in hun leven een depressie hebben
gehad.
Incidentie: aantal nieuwe gevallen in een bepaalde periode. Bv. hoeveel
nieuwe gevallen van depressie komen erbij in 1 jaar.
Waar ga je dit meten?
Filtermodel:
-Onderzoek in de algemene bevolking?
-Eerste lijn (de huisarts)?
-(H)erkenning in eerste lijn?
-Tweede lijn (RIAGG)?
-Derde lijn (PAAZ)>
stemmingsstoornissen
Depressie (college Reinier over depressie)
Iemand met een klinische depressie is zowel lichamelijk, geestelijk als
emotioneel eigenlijk tot niets in staat.
Dagelijkse handelingen en gebeurtenissen zijn niet tot nauwelijks
uitvoerbaar.
Iemand met een heuse depressie is absoluut niet in staat om zichzelf op
te beuren.
De verschijnselen van een depressie zijn bij iedereen anders.
Bij een depressie heb je in ieder geval last van één van de
volgende 3 verschijnselen:
1. Je voelt je erg somber. Dit sombere gevoel heb je elke dag.
2. Je hebt veel minder plezier of zelfs helemaal geen plezier meer in de
dingen die je doet. Of je kunt er niet meer toe zetten om iets te doen.
3. Je bent geagiteerd en/of erg prikkelbaar
Prevalentie major depressie
-Wereldwijd: life time prevalentie >15%
-Nederland: prevalentie 2,7%, jaarprevalentie 5,8% (vrouw: 7,5%)
-Belgie: jaarprevalentie 4,6%, lifetime 13,6% (vrouw: 17,5%)
-Eerste lijn:
Wereldwijd: 10%
Groningen: 14,4%
Gemiddelde duur episode: 16-23 weken
-50%: spontaan herstel na 3 maanden
-Indien episode > 6 maanden: 10-20% chronisch verloop
-Na herstel: 50-60% recidief binnen een jaar.
Psychiatrische populatie:
-80% recidief, gemiddeld lifetime 4 episodes
-95% van tijd symptomen en 15% majeure D.
30-50% depressies in 1e lijn niet gedetecteerd
-70% van patiënten met depressie meldt zich bij HA met somatische
klachten:
vage, niet specifieke klachten, onbegrepen langer bestaande pijn.
Moeheid, lage rugpijn, hoofdpijn, spierpijn, maagklachten, spastisch colon,
premenstruele klachten.
-Slechts 30% krijgt een evidence based behandeling.
,Hoorcollege 1: Stemmingsstoornissen
Stemmingsepisodes: fases waarin iemand depressief of manisch is
1. Depressieve episode:
2 weken, 5 symptomen aanwezig zijn
-Depressieve stemming en/of verlies aan interesse en plezier
-Gewichtsverlies, -toename
-Slaapklachten
-Vermoeidheid
-Waardeloosheid
-Problemen executieve functies
-Wanhoop
2. Manische episode:
Mensen hele impulsieve, onverstandige handelingen, denken de wereld
aan te kunnen.
1 week, 3 symptomen aanwezig zijn
-Uitgelaten of prikkelbare stemming
-Verhoogd zelfgevoel
-Afgenomen slaapbehoefte
-Spraakzamer dan normaal
-Gedachtevlucht
-Verhoogde afleidbaarheid
-dadendrang van alles willen doen, actief zijn,
-Daden met consequenties beslissingen nemen die onverstandig of
gevaarlijk zijn.
3. Gemengde episode:
Mensen zowel criteria voor depressieve episode maar ook manische
episode
1 week
4. Hypomane episode:
Lijkt op manische episode, maar iets minder extreem,
4 dagen, 3 symptomen aanwezig (4 indien alleen prikkelbaar, niet
uitgelaten)
-Verhoogde expansieve of prikkelbare stemming die verschilt van niet-
depressieve stemming
-Verhoogd zelfgevoel
-Afgenomen slaapbehoefte
-Spraakzamer dan normaal
-Gedachtevlucht
-Verhoogde afleidbaarheid
-Dadendrang
-Daden met consequenties
Geen verstoring van het dagelijks functioneren, het kan dus wel
goed zijn.
, Stemmingsstoornissen: groeperingen van de episodes
1. Depressieve stoornissen
-Depressieve stoornis, eenmalig (de eerste en enige episode)
-Depressieve stoornis, recidiverend
2 of meer episodes
Dysthyme stoornis
Stemmingsklachten 2 jaar lang aanwezig zijn
Depressieve stemming en bijbehorende symptomen, geen volledige
depressieve episode
2. Bipolaire stoornissen
-Bipolaire I stoornis echte manische episode
Minstens 1 manische (of gemengde) episode, al dan niet afgewisseld
met depressieve episodes
-Meest erge vorm
-6 subtypes
-Manie: subtype eenmalige manische episode
-Bipolaire II stoornis
Meer hypomane episodes
Mildere vorm van Bipolaire I stoornis: aanwezigheid van tenminste 1
hypomane episode, al dan niet afgewisseld met depressieve episodes
Meest voorkomende vorm
-Cyclothyme stoornis
Hypomane symptomen en depressieve symptomen
-Geen manische, depressieve en gemengde episode
Minder intens maar wel langduriger, 2 jaar lang sprake van golven in de
stemming
Epidemiologie
Prevalentie: aantal mensen die in hun leven een depressie hebben
gehad.
Incidentie: aantal nieuwe gevallen in een bepaalde periode. Bv. hoeveel
nieuwe gevallen van depressie komen erbij in 1 jaar.
Waar ga je dit meten?
Filtermodel:
-Onderzoek in de algemene bevolking?
-Eerste lijn (de huisarts)?
-(H)erkenning in eerste lijn?
-Tweede lijn (RIAGG)?
-Derde lijn (PAAZ)>