Taak 2:
1. Wat is een sociale fobie?
Mensen met een sociale fobie (ook wel sociale angststoornis genoemd) vrezen
situaties waarin ze mogelijk kritisch beoordeeld worden of in contact
komen met onbekenden.
In zulke sociale situaties weten ze niet zo goed hoe ze zich moeten gedragen.
Daarnaast zijn personen met een sociale fobie, bang om angstsymptomen
te vertonen die ze vernederend of beschamend vinden, zoals blozen of
trillen. Misschien nog meer dan voor de specifieke fobie, geldt dat de sociale
fobie voor velen herkenbaar is. Vaak echter is de sociale angst aanwezig in
vele situaties en belemmert het functioneren in bijvoorbeeld
vriendschappen, opleiding en op het werk. In dat geval spreken we van een
gegeneraliseerde angst.
Sociale fobie is een aanhoudende angst om negatief beoordeeld te
worden door andere mensen in situaties waarin men sociaal moet
functioneren. De angst voor negatieve evaluatie kan betrekking hebben
op:
Gedrag (onhandig, niet spontaan)
Bepaalde lichamelijke reacties (blozen, trillen en hartkloppingen)
Uiterlijke verschijning (onaantrekkelijk vinden)
Zelfbeeld (niet aardig)
Diagnostische criteria van sociale fobie/ sociale angststoornis:
A. Een duidelijke en aanhoudende angst voor één of meer situaties waarin men
sociaal moet
functioneren of iets moet presteren en waarbij men blootgesteld wordt aan
onbekenden of
een mogelijk kritische beoordeling door anderen. De betrokkene is bang dat hij/zij
zich op
een manier zal gedragen [of angstverschijnselen zal tonen] die vernederend of
beschamend
zijn.
N.B.: Bij kinderen moeten er aanwijzingen zijn dat ze in staat zijn tot bij de leeftijd
passende
sociale relaties met bekende mensen en moet de angst voorkomen in gezelschap
van
leeftijdgenoten en niet alleen maar in interactie met volwassenen.
B. Blootstelling aan de gevreesde sociale situatie lokt bijna zonder uitzondering
angst uit, die
de vorm kan krijgen van een situatiegebonden of situationeel gepredisponeerde
paniekaanval.
N.B.: Bij kinderen kan de angst naar voren komen in de vorm van huilen,
woedeuitbarstingen,
verstijven of zich terugtrekken uit sociale situaties met onbekende personen.
C. Betrokkene is zich ervan bewust dat zijn of haar angst overdreven of onredelijk
is. N.B.:
Bij kinderen kan dit kenmerk ontbreken.
1
,D. De gevreesde sociale situaties of de situaties waarin met moet optreden
worden
vermeden dan wel doorstaan met intense angst of lijden.
E. De vermijding, de angstige verwachting of het lijden in de gevreesde sociale
situatie[s] of
de situatie[s] waarin men moet optreden belemmeren in significante mate de
normale
dagelijkse routine, het beroepsmatig functioneren [of studie of school], of bij
sociale
activiteiten of relaties met anderen, of er is een duidelijk lijden door het hebben
van de fobie.
F. Bij personen onder de achttien jaar is de duur ten minste zes maanden.
G. De angst of vermijding zijn niet het gevolg van de directe fysiologische
effecten van een
middel [bv. drug, geneesmiddel] of een somatische aandoening en is niet eerder
toe te
schrijven aan een andere psychische stoornis [bv. een paniekstoornis met of
zonder
agorafobie, separatieangststoornis, stoornis in de lichaamsbeleving, een
pervasieve
ontwikkelingsstoornis of een schizoïde persoonlijkheidsstoornis].
H. Indien er sprake is van een somatische aandoening of een andere psychische
stoornis,
houdt de angst van criterium A daar geen verband mee, bv. de angst is niet die
om te stotteren, beven bij de ziekte van Parkinson, of voor abnormaal eetgedrag
bij anorexia
nervosa of boulimia nervosa.
Specificeer indien:
Gegeneraliseerd: Indien de angst de meeste sociale situaties betreft [bv. het
aanknopen of
voortzetten van gesprekken, deelnemen aan kleine groepen, met iemand
uitgaan, met
autoriteitsfiguren spreken, feestjes bijwonen].
N.B.: Overweeg ook de aanvullende diagnose van ontwijkende
persoonlijkheidsstoornis.
GSP wordt geassocieerd met ernstigere symptomen. Depressie, vermijding en
angst voor negatieve beoordeling, evenals grote functionele beperkingen. Het
heeft een eerde begin en grotere chroniciteit, en vergrootte kans op comorbide
As I of as II diagnose.
Om te voldoen aan de criteria voor sociale fobie, moet de persoon
enig besef hebben van het overdreven of onredelijke karakter van de
sociale angsten. Dit criteria helpt om de sociale fobie te onderscheiden van
andere diagnoses, zoals paranoïde persoonlijkheidsstoornis, waarin de persoon
daadwerkelijk gelooft dat anderen hem proberen in verlegenheid te brengen of te
vernederen. Het beoordelen van de frequentie en de omvang van het vermijden
2
, in verband met verschillende sociale situatie is een belangrijk onderdeel van de
diagnostische beoordeling van een sociale fobie.
1. Sociale situaties
De meerderheid van de mensen met een sociale fobie ervaren aanhoudende
angst in verschillende sociale situaties.
Rachman merkte op dat de meest voorkomende gevreesde situatie voor
mensen met een sociale fobie zijn: spreken in het openbaar, bijwonen van
feesten of vergaderingen en spreken met leidinggevenden.
Beidel en Turner meldde dat spreekbeurten, feestjes, het initiëren en
onderhouden van gesprekken, informeel spreken en bijeenkomsten werden
beoordeeld als verontrustend en vermeden worden door meer dan 75% van de
patiënten met een sociale fobie.
Daten werd beoordeeld als verontrustend en werd vermeden door de
helft van de steekproef, terwijl eten en drinken in het openbaar, het gebruik
maken van openbare toiletten en schrijven in het openbaar gevreesd werd door
25% of minder van de sociale fobische personen.
2. Angstgevoelens en paniek
Het tweede diagnostische criterium is blootstelling aan de gevreesde
situaties leidt tot angst. Mensen met een sociale fobie hebben vaak last van
paniekaanvallen wanneer ze in de gevreesde situatie zijn of anticiperen
in een sociale situatie.
Hoewel de fysieke symptomen van deze situationeel veroorzaakte aanvallen
identiek zijn met die van een paniekstoornis, lichamelijke symptomen van angst
kunnen worden waargenomen door anderen, zoals spiertrekkingen, blozen kan
meer prominent worden ervaren in de sociale fobie. Bovendien mensen met
een sociale fobie ervaren grotere fysiologische arousal tijdens de
exposure van een gevreesde sociale situatie dan niet fobische
personen.
Het is geen wonder dat de angst voor een paniekaanval in een sociale situatie
een grote zorg is voor veel mensen met een sociale fobie. In feite is de angst
voor het verliezen van de controle over emotionele reacties, vooral symptomen
van angst is een kritisch aspect van de ervaren sociale bedreiging.
Hoewel de angst voor angst gemeenschappelijk is bij angststoornissen, is het
bijzonder relevant voor sociale fobie, omdat elke vertoning van angst in
3
1. Wat is een sociale fobie?
Mensen met een sociale fobie (ook wel sociale angststoornis genoemd) vrezen
situaties waarin ze mogelijk kritisch beoordeeld worden of in contact
komen met onbekenden.
In zulke sociale situaties weten ze niet zo goed hoe ze zich moeten gedragen.
Daarnaast zijn personen met een sociale fobie, bang om angstsymptomen
te vertonen die ze vernederend of beschamend vinden, zoals blozen of
trillen. Misschien nog meer dan voor de specifieke fobie, geldt dat de sociale
fobie voor velen herkenbaar is. Vaak echter is de sociale angst aanwezig in
vele situaties en belemmert het functioneren in bijvoorbeeld
vriendschappen, opleiding en op het werk. In dat geval spreken we van een
gegeneraliseerde angst.
Sociale fobie is een aanhoudende angst om negatief beoordeeld te
worden door andere mensen in situaties waarin men sociaal moet
functioneren. De angst voor negatieve evaluatie kan betrekking hebben
op:
Gedrag (onhandig, niet spontaan)
Bepaalde lichamelijke reacties (blozen, trillen en hartkloppingen)
Uiterlijke verschijning (onaantrekkelijk vinden)
Zelfbeeld (niet aardig)
Diagnostische criteria van sociale fobie/ sociale angststoornis:
A. Een duidelijke en aanhoudende angst voor één of meer situaties waarin men
sociaal moet
functioneren of iets moet presteren en waarbij men blootgesteld wordt aan
onbekenden of
een mogelijk kritische beoordeling door anderen. De betrokkene is bang dat hij/zij
zich op
een manier zal gedragen [of angstverschijnselen zal tonen] die vernederend of
beschamend
zijn.
N.B.: Bij kinderen moeten er aanwijzingen zijn dat ze in staat zijn tot bij de leeftijd
passende
sociale relaties met bekende mensen en moet de angst voorkomen in gezelschap
van
leeftijdgenoten en niet alleen maar in interactie met volwassenen.
B. Blootstelling aan de gevreesde sociale situatie lokt bijna zonder uitzondering
angst uit, die
de vorm kan krijgen van een situatiegebonden of situationeel gepredisponeerde
paniekaanval.
N.B.: Bij kinderen kan de angst naar voren komen in de vorm van huilen,
woedeuitbarstingen,
verstijven of zich terugtrekken uit sociale situaties met onbekende personen.
C. Betrokkene is zich ervan bewust dat zijn of haar angst overdreven of onredelijk
is. N.B.:
Bij kinderen kan dit kenmerk ontbreken.
1
,D. De gevreesde sociale situaties of de situaties waarin met moet optreden
worden
vermeden dan wel doorstaan met intense angst of lijden.
E. De vermijding, de angstige verwachting of het lijden in de gevreesde sociale
situatie[s] of
de situatie[s] waarin men moet optreden belemmeren in significante mate de
normale
dagelijkse routine, het beroepsmatig functioneren [of studie of school], of bij
sociale
activiteiten of relaties met anderen, of er is een duidelijk lijden door het hebben
van de fobie.
F. Bij personen onder de achttien jaar is de duur ten minste zes maanden.
G. De angst of vermijding zijn niet het gevolg van de directe fysiologische
effecten van een
middel [bv. drug, geneesmiddel] of een somatische aandoening en is niet eerder
toe te
schrijven aan een andere psychische stoornis [bv. een paniekstoornis met of
zonder
agorafobie, separatieangststoornis, stoornis in de lichaamsbeleving, een
pervasieve
ontwikkelingsstoornis of een schizoïde persoonlijkheidsstoornis].
H. Indien er sprake is van een somatische aandoening of een andere psychische
stoornis,
houdt de angst van criterium A daar geen verband mee, bv. de angst is niet die
om te stotteren, beven bij de ziekte van Parkinson, of voor abnormaal eetgedrag
bij anorexia
nervosa of boulimia nervosa.
Specificeer indien:
Gegeneraliseerd: Indien de angst de meeste sociale situaties betreft [bv. het
aanknopen of
voortzetten van gesprekken, deelnemen aan kleine groepen, met iemand
uitgaan, met
autoriteitsfiguren spreken, feestjes bijwonen].
N.B.: Overweeg ook de aanvullende diagnose van ontwijkende
persoonlijkheidsstoornis.
GSP wordt geassocieerd met ernstigere symptomen. Depressie, vermijding en
angst voor negatieve beoordeling, evenals grote functionele beperkingen. Het
heeft een eerde begin en grotere chroniciteit, en vergrootte kans op comorbide
As I of as II diagnose.
Om te voldoen aan de criteria voor sociale fobie, moet de persoon
enig besef hebben van het overdreven of onredelijke karakter van de
sociale angsten. Dit criteria helpt om de sociale fobie te onderscheiden van
andere diagnoses, zoals paranoïde persoonlijkheidsstoornis, waarin de persoon
daadwerkelijk gelooft dat anderen hem proberen in verlegenheid te brengen of te
vernederen. Het beoordelen van de frequentie en de omvang van het vermijden
2
, in verband met verschillende sociale situatie is een belangrijk onderdeel van de
diagnostische beoordeling van een sociale fobie.
1. Sociale situaties
De meerderheid van de mensen met een sociale fobie ervaren aanhoudende
angst in verschillende sociale situaties.
Rachman merkte op dat de meest voorkomende gevreesde situatie voor
mensen met een sociale fobie zijn: spreken in het openbaar, bijwonen van
feesten of vergaderingen en spreken met leidinggevenden.
Beidel en Turner meldde dat spreekbeurten, feestjes, het initiëren en
onderhouden van gesprekken, informeel spreken en bijeenkomsten werden
beoordeeld als verontrustend en vermeden worden door meer dan 75% van de
patiënten met een sociale fobie.
Daten werd beoordeeld als verontrustend en werd vermeden door de
helft van de steekproef, terwijl eten en drinken in het openbaar, het gebruik
maken van openbare toiletten en schrijven in het openbaar gevreesd werd door
25% of minder van de sociale fobische personen.
2. Angstgevoelens en paniek
Het tweede diagnostische criterium is blootstelling aan de gevreesde
situaties leidt tot angst. Mensen met een sociale fobie hebben vaak last van
paniekaanvallen wanneer ze in de gevreesde situatie zijn of anticiperen
in een sociale situatie.
Hoewel de fysieke symptomen van deze situationeel veroorzaakte aanvallen
identiek zijn met die van een paniekstoornis, lichamelijke symptomen van angst
kunnen worden waargenomen door anderen, zoals spiertrekkingen, blozen kan
meer prominent worden ervaren in de sociale fobie. Bovendien mensen met
een sociale fobie ervaren grotere fysiologische arousal tijdens de
exposure van een gevreesde sociale situatie dan niet fobische
personen.
Het is geen wonder dat de angst voor een paniekaanval in een sociale situatie
een grote zorg is voor veel mensen met een sociale fobie. In feite is de angst
voor het verliezen van de controle over emotionele reacties, vooral symptomen
van angst is een kritisch aspect van de ervaren sociale bedreiging.
Hoewel de angst voor angst gemeenschappelijk is bij angststoornissen, is het
bijzonder relevant voor sociale fobie, omdat elke vertoning van angst in
3