NOTITIES VK 2 INZAKE:
LEH 2 WETGEVING, IMPLEMENTATIE EN BESTUUR
26 NOV 2025
Zie bovenstaande sheet.
In de vorige VK is besproken: Federalisering – In hoeverre heeft de EU federale kenmerken/trekken?
De EU is dus juridisch geen federatie, maar heeft wel federale kenmerken/trekken.
Art. 1 VEU = Steeds hechter verbod van de EU
De EU streeft naar voortgaande integratie.
EU-lidstaten willen namelijk wel vaak integratie, maar wel met een rem/limiet erop; een federale
constructie zou mogelijk meer zekerheid geven over de “eindgrens” van EU-integratie.
Art. 4 lid 3 VEU = Het beginsel van loyale samenwerking (ofwel loyaliteitsbeginsel)
EU-afspraken moeten worden nagekomen (pacta sunt servanda).
EU-lidstaten moeten meewerken aan de EU-integratie; dit is o.m. goed voor de EU-economie.
De vraag blijft: Waar ligt de grens van de loyale samenwerking?
Vraag van de docent:
Hoe kijk je aan tegen overdracht van nationale soevereiniteit en democratie; verlies of
verplaatsing/overdracht?
Visie van de docent:
Er bestaan twee manieren om tegen overdracht van nationale soevereiniteit aan de EU te kijken:
1. Weglekken van nationale soevereiniteit
Veelgehoord argument: door overdracht aan de EU verliest een staat nationale
soevereiniteit.
2. Verplaatsen/overdragen van nationale soevereiniteit naar een hoger niveau
Nationale soevereiniteit lekt niet weg, maar wordt strategisch verplaatst naar een hoger
niveau (Raad van Ministers / Europese Raad). Dit maakt gezamenlijke acties op terreinen
zoals defensie, geopolitiek, economie juist krachtiger.
Mag een staat nationale soevereiniteit zomaar overdragen?
→ Enabling clauses = nationale grondwetten regelen hoe nationale soevereiniteit mag
worden overgedragen; alle EU-lidstaten hebben eigen grondwettelijke bepalingen die
bepalen hoe en in welke mate nationale soevereiniteit kan worden overgedragen.
Voorbeeld:
In NL zijn dit de artt. 91, 92 93 Grondwet
Pag. 1 van 12
, * Art. 91 lid 3 Gw. = Bij verdrag mag afgeweken worden van de Grondwet waarbij
goedkeuring van 2/3 meerderheid vereist is.
* Art. 92 Gw. = Bevoegdheden mogen aan internationale organisaties worden
overgedragen.
* Art. 93 Gw. = Verdragen hebben verbindende kracht
In Duitsland is dat art. 23 van de Duitse Grondwet. In Franksrijk is dat art. 88 e.v. van de
Franse Grondwet.
NL stelt relatief weinig eisen aan soevereiniteitsoverdracht (ofwel aan enabling clauses); dit
vanwege de traditie van handelsland en daarmee de focus op economische voordelen van EU.
De Nederlandse politiek besteed weinig aandacht voor zaken als: nationale soevereiniteit,
doorwerking, gedeelde rechtsorde, gescheiden werelden van nationaal, internationaal en EU-
recht; politieke controle is dus minder sterk dan in sommige andere EU-lidstaten. Toch lijkt art.
91 lid 3 Gw. een procedurele eis te bevatten, namelijk 2/3 meerderheid.
Dit is in Duitsland anders:
Duitsland heeft een constitutioneel hof, te weten: Bundesverfassungsgericht (BVerfG). Zij
bewaakt dat:
* EU-integratie grondwettelijke bevoegdheden van het Duitse parlement niet uitholt;
* democratische kernbeginselen niet worden ondermijnd.
Voorbeeld:
Deelname aan EU, eurocrisismaatregelen, steun aan Griekenland → vaak eerst goedkeuring
door parlement én toetsing door BVerfG.
Duitsland heeft dus een sterk constitutioneel waarborgmechanisme voor
soevereiniteitsoverdracht.
Duitsland vertrouwt op een juridisch-constitutionele controle op nationale
soevereiniteitsoverdracht door het BVerfG.
In NL daarentegen:
NL vertrouwt op goede controle op nationale soevereiniteitsoverdracht door het Nederlandse
parlement en regering, maar heeft geen constitutioneel hof.
Duitse rechtspraak geldt internationaal als revolutionair en richtinggevend, tot jaloezie van
sommige Nederlandse academici.
Pag. 2 van 12
LEH 2 WETGEVING, IMPLEMENTATIE EN BESTUUR
26 NOV 2025
Zie bovenstaande sheet.
In de vorige VK is besproken: Federalisering – In hoeverre heeft de EU federale kenmerken/trekken?
De EU is dus juridisch geen federatie, maar heeft wel federale kenmerken/trekken.
Art. 1 VEU = Steeds hechter verbod van de EU
De EU streeft naar voortgaande integratie.
EU-lidstaten willen namelijk wel vaak integratie, maar wel met een rem/limiet erop; een federale
constructie zou mogelijk meer zekerheid geven over de “eindgrens” van EU-integratie.
Art. 4 lid 3 VEU = Het beginsel van loyale samenwerking (ofwel loyaliteitsbeginsel)
EU-afspraken moeten worden nagekomen (pacta sunt servanda).
EU-lidstaten moeten meewerken aan de EU-integratie; dit is o.m. goed voor de EU-economie.
De vraag blijft: Waar ligt de grens van de loyale samenwerking?
Vraag van de docent:
Hoe kijk je aan tegen overdracht van nationale soevereiniteit en democratie; verlies of
verplaatsing/overdracht?
Visie van de docent:
Er bestaan twee manieren om tegen overdracht van nationale soevereiniteit aan de EU te kijken:
1. Weglekken van nationale soevereiniteit
Veelgehoord argument: door overdracht aan de EU verliest een staat nationale
soevereiniteit.
2. Verplaatsen/overdragen van nationale soevereiniteit naar een hoger niveau
Nationale soevereiniteit lekt niet weg, maar wordt strategisch verplaatst naar een hoger
niveau (Raad van Ministers / Europese Raad). Dit maakt gezamenlijke acties op terreinen
zoals defensie, geopolitiek, economie juist krachtiger.
Mag een staat nationale soevereiniteit zomaar overdragen?
→ Enabling clauses = nationale grondwetten regelen hoe nationale soevereiniteit mag
worden overgedragen; alle EU-lidstaten hebben eigen grondwettelijke bepalingen die
bepalen hoe en in welke mate nationale soevereiniteit kan worden overgedragen.
Voorbeeld:
In NL zijn dit de artt. 91, 92 93 Grondwet
Pag. 1 van 12
, * Art. 91 lid 3 Gw. = Bij verdrag mag afgeweken worden van de Grondwet waarbij
goedkeuring van 2/3 meerderheid vereist is.
* Art. 92 Gw. = Bevoegdheden mogen aan internationale organisaties worden
overgedragen.
* Art. 93 Gw. = Verdragen hebben verbindende kracht
In Duitsland is dat art. 23 van de Duitse Grondwet. In Franksrijk is dat art. 88 e.v. van de
Franse Grondwet.
NL stelt relatief weinig eisen aan soevereiniteitsoverdracht (ofwel aan enabling clauses); dit
vanwege de traditie van handelsland en daarmee de focus op economische voordelen van EU.
De Nederlandse politiek besteed weinig aandacht voor zaken als: nationale soevereiniteit,
doorwerking, gedeelde rechtsorde, gescheiden werelden van nationaal, internationaal en EU-
recht; politieke controle is dus minder sterk dan in sommige andere EU-lidstaten. Toch lijkt art.
91 lid 3 Gw. een procedurele eis te bevatten, namelijk 2/3 meerderheid.
Dit is in Duitsland anders:
Duitsland heeft een constitutioneel hof, te weten: Bundesverfassungsgericht (BVerfG). Zij
bewaakt dat:
* EU-integratie grondwettelijke bevoegdheden van het Duitse parlement niet uitholt;
* democratische kernbeginselen niet worden ondermijnd.
Voorbeeld:
Deelname aan EU, eurocrisismaatregelen, steun aan Griekenland → vaak eerst goedkeuring
door parlement én toetsing door BVerfG.
Duitsland heeft dus een sterk constitutioneel waarborgmechanisme voor
soevereiniteitsoverdracht.
Duitsland vertrouwt op een juridisch-constitutionele controle op nationale
soevereiniteitsoverdracht door het BVerfG.
In NL daarentegen:
NL vertrouwt op goede controle op nationale soevereiniteitsoverdracht door het Nederlandse
parlement en regering, maar heeft geen constitutioneel hof.
Duitse rechtspraak geldt internationaal als revolutionair en richtinggevend, tot jaloezie van
sommige Nederlandse academici.
Pag. 2 van 12