,Financiën en fiscaliteiten
Volledige samenvatting
2020-2021
Auteurs Jan Buist
Edwin Pijpers
Joost Linnebank
Auteur samenvatting Roxanne den Breeijen
Pagina | 2
,HOOFDSTUK 1 INLEIDING OP DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE
1.1 HET WAAROM VAN EEN FINANCIËLE ADMINISTRATIE
1.1.1 INTERNE NOODZAAK FINANCIËLE ADMINISTRATIE
1. Registratiefunctie;
- vastleggen en samenvatten van alle financiële gebeurtenissen (financiële feiten) in een
onderneming;
2. Controlefunctie;
- controle van bedrijfsprocessen;
3. Sturingsfunctie;
- onderneming sturen op basis van gedetailleerde, gerealiseerde informatie.
1.1.2 EXTERNE NOODZAAK FINANCIËLE ADMINISTRATIE
- voeren boekhouding verplicht vanuit wetgeving;
- inzage boekhouding door fiscus;
- inzage boekhouding door geldverstrekkers t.b.v. kredietverlening;
- inzage boekhouding door aandeelhouders en klanten.
1.1.3 JAARREKENING
- balans, winst- en verliesrekening met de toelichting.
Vereisten aan de jaarrekening;
- getrouw : vermelde gegevens moeten overeen komen met de werkelijkheid;
- duidelijk : er mogen geen misverstanden bestaan over de wijze waarop de
onderneming zijn financiële administratie inricht en bijhoudt;
- stelselmatig : een eenmaal gekozen indeling van de administratie mag niet zonder
goede reden worden gewijzigd.
‘Accounting standards’;
- geformaliseerde set afspraken volgens welke accountants hebben afgesproken te werk te
gaan bij de controle van een jaarrekening.
Goed koopmansgebruik;
- boeken van omzet op het moment dat de omzet werkelijk is gerealiseerd.
Bestendige gedragslijn;
- handhaven van de keuzes die het bedrijf maakt ten aanzien van de inrichting en het
bijwerken van de financiële administratie.
Pagina | 3
,1.2 BALANS
- overzicht van alle bezittingen en schulden van een onderneming op een bepaald moment.
Kenmerken balans;
- evenwicht : totaalbedragen van de bezittingen en de schulden moeten
aan elkaar gelijk zijn;
- indeling balans : linkerzijde (debetzijde) / rechterzijde (creditzijde).
1.2.1 ACTIVA
- bezittingen (bestemmingen) van een onderneming.
Vormen activa;
- vaste activa : bedrijfsmiddelen met een gebruiksduur langer dan één jaar;
- vlottende activa : bedrijfsmiddelen met een gebruiksduur korter dan één jaar;
- liquide middelen : aanwezige geldmiddelen.
1.2.2 PASSIVA
- schulden (vermogensbronnen) van een onderneming.
Vormen passiva;
- eigen vermogen : geïnvesteerd eigen vermogen door eigenaren;
- vaste passiva : schulden met een looptijd langer dan een jaar;
- vlottende passiva : schulden met een looptijd korter dan een jaar.
Vreemd vermogen;
- vaste- en vlottende passiva.
1.2.3 DE BALANS EN HET EIGEN VERMOGEN
- eigen vermogen is de schuld van de onderneming aan de eigenaren;
- eigen vermogen is het verschil tussen het totaalbedrag van de bezittingen en het totaal van
de schulden aan vreemd vermogen verschaffers.
Eigen vermogen = bezittingen – schulden
Bijzondere vormen van activa;
- materiële vaste activa : activa die tastbaar zijn;
- immateriële vaste activa : activa die niet tastbaar zijn, zoals goodwill;
- financiële vaste activa : bijvoorbeeld een belang in ander bedrijf, een
verstrekte lening aan derden;
- vlottende financiële activa : bijvoorbeeld beleggingen.
Bijzondere vormen van passiva;
- obligatielening : - langlopende lening door financiële instelling of
Pagina | 4
, belegger verstrekt aan bedrijf of overheidsinstelling;
- obligatielening tussen twee partijen is
‘onderhandse lening’;
- obligatielening op de effectenbeurs in de vorm van
verhandelbare obligaties;
- rekening-courant krediet : kort vreemd vermogen, verstrekt door bank;
- achtergestelde lening : - vreemd vermogen, waarbij de kredietverstrekker
genoegen neemt als laatste schuldeiser te mogen
optreden;
- kredietverstrekker meestal nauw verbonden met
het bedrijf;
- wordt beschouwd als ‘garantievermogen’ dat mede
deel uitmaakt van het eigen vermogen.
1.3 RESULTATENREKENING
- overzicht van omzetten en kosten;
- winst of verlies (resultaat) wordt toegevoegd aan het eigen vermogen.
1.4 JAARVERSLAG EN JAARREKENING
Jaarrekening;
- balans en resultaatrekening met toelichting;
- in sommige gevallen geldt een verplichting tot het opnemen van een accountantsverklaring.
Jaarverslag;
- balans en resultaatrekening met toelichting, beschrijving van de gang van zaken in het
boekjaar.
Inhoud jaarverslag;
- balans per begin en einde van het boekjaar;
- resultatenrekening over het afgelopen boekjaar;
- toelichting op en verantwoording van de jaarcijfers;
- beschrijving van ontwikkelingen in het verleden en de verwachtingen in de toekomst.
Soorten balans;
1. Interne balans;
- bevat gedetailleerde informatie;
2. Externe balans;
- bedoeld voor ‘derden’;
- bevat wettelijk verplichte informatie;
3. Gepubliceerde balans;
- bedoeld voor inzage door belanghebbenden;
- moet voldoen aan wettelijke voorschriften;
Pagina | 5
,4. Bedrijfseconomische balans;
- geeft inzicht in de onderneming vanuit bedrijfseconomisch oogpunt;
- er wordt geen rekening gehouden met fiscale faciliteiten;
5. Fiscale balans;
- bedoeld voor inzage door fiscus en bepalen van belastingafdracht;
6. Geconsolideerde balans;
- samenvoegen van verschillende balansen van verschillende ondernemingen;
- ‘moedermaatschappij’ moet voor meer dan 50% deelname hebben in afzonderlijke
dochtermaatschappij.
1.5 NORMEN OPSTELLEN JAARREKENING EN ACCOUNTANTSCONTROLE
Soorten controle;
- interne controle;
- externe controle.
Interne controle;
- controle door of namens de leiding;
- ter voorkoming van (het doorwerken van) onvolkomenheden in de administratie.
Externe controle;
- controle door externe partijen namens de leiding;
- wettelijk verplicht voor NV’s en BV’s.
Andere begrippen;
- formele controle;
- materiële controle.
Formele controle;
- controle op voldoen aan voorschriften, rekenkundige juistheid en cijfermatige
overeenstemming.
Materiële controle;
- controle op de juiste weergave van gegevens (conformiteit);
- controle op aanwezigheid bezittingen en schulden;
- controle op juistheid van kosten en opbrengsten.
Raad voor de jaarverslaggeving (RJ);
- overlegorgaan van financieel deskundigen en organisaties;
- RJ heeft mogelijkheid tot het opstellen van aanvullende regelgeving t.a.v. verslaggeving;
- RJ kan periodiek de regelgeving t.a.v. de verslaglegging aanpassen.
Autoriteit Financiële Markten (AFM);
- organisatie gericht op de controle van jaarverslagen van beursgenoteerde ondernemingen;
- beursgenoteerde onderneming heeft wettelijke verplichting tot het deponeren van
Pagina | 6
, jaarverslag bij AFM.
Accounting principles;
- boekhoudregels bij controle van de jaarrekening;
1. Toerekeningsbeginsel
- baten en lasten boeken in de periode waarop zij betrekking hebben;
2. Stelselmatigheid
- indeling balans en verlies- en winstrekening mogen niet afwijken van vorig boekjaar;
3. Salderingsverbod
- activa en passiva mogen niet tegen elkaar worden weggestreept;
4. Voorgaand boekjaar
- opname van vorig boekjaar ter vergelijking.
Accountantscontrole;
- interim controle : controle op administratieve organisatie;
- eindejaarscontrole : controle op jaarverslag en jaarrekening.
Accountantsverklaring;
- verklaring dat de jaarrekening, met inachtneming van de van toepassing zijnde
maatstaven, correct is opgesteld en dat de cijfers, voor zover hij heeft kunnen vaststellen,
getrouw, juist en volledig zijn;
- mogelijkheid tot afgifte ‘verklaring van oordeelonthouding’;
- mogelijkheid tot afgifte afkeurende verklaring over (gedeelten van) de jaarrekening.
International Financial Reporting Standards (IFRS);
- stelsel van internationale boekhoudregels bedoeld om de financiële rapportage van
bedrijven in verschillende landen onderling eenvoudiger te kunnen vergelijken;
- rapportage op basis van ‘fair value’, rapportage op basis van actuele waarde;
- beursgenoteerde bedrijven verplicht tot presenteren jaarverslag in de IFRS-vorm.
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft);
- tegengaan van witwassen van opbrengsten uit misdrijven en financieren van terrorisme;
- waarborgen van de integriteit van het financiële en economische stelsel.
Wwft van toepassing op;
- financiële instellingen;
- vrije beroepsbeoefenaren;
- makelaars en andere tussenpersonen in onroerende zaken.
1.6 BOEKHOUDPAKKETTEN
Voordelen digitaal boekhoudpakket;
- eenmalige invoer van NAW gegevens;
- eenmalige invoer van bedrag;
- koppeling databases en / of telebankier software;
- automatische en snelle aanmaak grootboeken, resultaten en balans;
- eventuele veranderingen of correcties zijn eenvoudig in te voeren;
Pagina | 7
,- maken van fouten tijdens het boeken wordt zoveel mogelijk voorkomen;
- up-to-date overzichten mogelijk.
1.7 KOPPELING INTERNETBANKIEREN EN BOEKHOUDPAKKETTEN
- automatisch inlezen van bankafschriften;
- herkenning binnenkomende betaling van een debiteur;
- herkenning bankrekeningnummer van debiteur;
- herkenning factuurnummer dat is betaald;
- herkenning bedrag dat is betaald.
1.8 BOEKHOUDING EN ACCOUNTANT
- accountant strikt gezien enkel noodzakelijk in geval van accountantsverklaringen.
Pagina | 8
,HOOFDSTUK 2 HET BOEKHOUDPROCES
2.1 HET GROOTBOEK
- verzameling van ‘minibalansen’ van iedere balansrekening;
- grootbroekrekening van iedere balanspost;
- grootboekrekeningen aan debetzijde ook wel ‘rekeningen van bezit’;
- grootboekrekeningen aan creditzijde ook wel ‘rekeningen van schuld’.
2.1.1 BOEKEN IN REKENINGEN VAN BEZIT
Boekingsregels;
- een rekening van bezit debiteren we als het bezit toeneemt;
- een rekening van bezit crediteren we als het bezit afneemt.
2.1.2 BOEKEN IN REKENINGEN VAN SCHULD
Boekingsregels;
- een rekening van schuld crediteren we als de schuld toeneemt;
- een rekening van schuld debiteren we als de schuld afneemt.
2.1.3 BOEKEN IN KOSTEN- EN OPBRENGSTENREKENINGEN
Kosten- en opbrengstenrekeningen (hulprekeningen van eigen vermogen);
- geen beginsaldo;
- verschil tussen opbrengsten en kosten wordt aan het einde van het jaar overgeboekt naar
het ‘eigen vermogen’.
Boekingsregels hulprekeningen van het eigen vermogen;
- kosten : debiteren (eigen vermogen neemt af);
- opbrengsten : crediteren (eigen vermogen neemt toe).
2.1.4 BTW
Belasting Toegevoegde Waarde (BTW / omzetbelasting);
- betaalde BTW terug te vorderen van de fiscus.
2.1.5 FINANCIAL EN OPERATIONAL LEASE
Financial lease;
- ‘on-balance’-financiering, de gefinancierde bedrijfsmiddelen staan op de balans;
- financiering middels vreemd vermogen, dat speciaal voor de aanschaf van die activa is
aangewend;
- onderneming verkrijgt eigendom (debet);
- onderneming heeft leaseschuld (credit).
Operational lease;
- ‘off-balance’-financiering, de gefinancierde bedrijfsmiddelen staan niet op de balans;
Pagina | 9
, - onderneming verkrijgt geen eigendom;
- onderneming ‘huurt’ voor een vooraf vastgelegde periode.
Sale- and lease back;
- verkoop van activa aan een leasemaatschappij;
- terughuren van activa door onderneming.
2.2 JOURNAALPOSTEN
- verwerken van de totalen in een dagboek via journaalposten;
- journaalposten worden overgebracht naar grootboeken.
Regels m.b.t. inhoud en indeling journaalpost;
- noteren debetboeking, daarna creditboeking;
- creditboekingen vooraf laten gaan door het woord ‘aan’;
- noteren van rekeningnummer betreffende grootboekrekening;
- noteren naam grootboekrekening;
- noteren welke rekening moet worden gedebiteerd of gecrediteerd;
- noteren van te debiteren of te crediteren geldbedragen.
2.3 PERMANENTIE IN DE BOEKHOUDING: KOSTEN
Permanentie, ‘permanence de l’inventaire’;
- maandelijks boeken van kosten, onafhankelijk van het moment van betalen.
Balansrekeningen t.b.v. het periodiek en maandelijks boeken van kosten;
- 190 vooruitbetaalde bedragen (debetzijde balans);
- 193 te ontvangen bedragen (debetzijde balans);
- 191 vooruit ontvangen bedragen (creditzijde balans);
- 192 te betalen bedragen (creditzijde balans).
Transitorische posten (190/193);
- kosten / opbrengsten die vooruit zijn betaald c.q. ontvangen;
- eerst betaling, dan kosten boeken OF eerst ontvangst betaling, daarna opbrengsten boeken.
Anticipatieposten (191/192);
- kosten / opbrengsten die achteraf worden betaald;
- eerst kosten, dan betaling boeken OF eerst omzet, daarna ontvangst boeken.
2.4 PERMANENTIE IN DE BOEKHOUDING: OPBRENGSTEN
Zie 2.3 PERMANENTIE IN DE BOEKHOUDING: KOSTEN
2.5 DE BALANS EN RESULTATENREKENING OPMAKEN
Periodieke opmaak balans en resultaat;
- inzicht in de (nieuwe) waarde van bezittingen en schulden;
- inzicht in opbrengsten en kosten.
Pagina | 10