Samenvatting module 12: orthopedische neurochirurgie
Anatomie ................................................................................................................................................. 2
Pathologie: hernia nuclei pulposi ............................................................................................................ 9
Pathologie: epilepsie ............................................................................................................................. 12
Pathologie: schedeltrauma ................................................................................................................... 16
Heelkunde – zenuwstelsel en wervelkolom .......................................................................................... 24
Heelkunde: wervelkolom ...................................................................................................................... 31
OZT: wervelkolom ................................................................................................................................. 35
OZT: neurochirurgie .............................................................................................................................. 42
,Anatomie
Leerdoelen
Je kunt met betrekking tot de operaties aan de wervelkolom:
• De bouw en ligging ten opzichte van de omgeving beschrijven
• De onderdelen en functies benoemen
• De vaat- en zenuwvoorziening beschrijven
• De verschillende anatomische structuren op een afbeelding herkennen
Je kunt met gebruik van de medische terminologie van de schedel, hersenen (m.u.v.)
ventrikelsysteem, indeling cortex cerebri volgens Brodmann en craniotomie en schedelprothesen) en
wervelkolom op gedetailleerde wijze:
• De anatomische ligging ten opzichte van de omgeving beschrijven
• De macroscopische en microscopische anatomie beschrijven
• De functie van het geheel en de fysiologie van de onderdelen uitleggen
• De vascularisatie en innervatie beschrijven
• De verschillende anatomische structuren op een afbeelding herkennen
Wervelkolom
Columna vertebralis = wervelkolom = ruggengraat. Het is kenmerkend voor gewervelden. Het is een
geheel van individuele elementen, namelijk wervels & tussenwervelschijven en sacrum.
Functies:
• Beschermt het ruggenmerg
• Draagt gewicht van het lichaam
Onderverdeling in regio’s:
• Cervicaal = halswervelkolom (7 wervels)
• Thoracaal = borstwervelkolom (12 wervels)
• Lumbaal = lendelwervelkolom (5 wervels)
• Sacraal = sacrale wervelkolom (1 wervel)
Bouwplan wervel:
• Ontsluiting wervelgat
o Corpus vertebrae = wervellichaam
o Arcus vertebrae = wervelboog
• Aanhechting spieren / gewricht
o Processus spinosus = doornuitsteeksel
o Processus transversus =
dwarsuitsteeksels
Typische krommingen ontstaan als gevolg van rechtop staan.
,Er wordt onderscheid gemaakt in:
• Cervicale en lumbale lordose
• Thoracale en sacrale kyfose
Een te sterk kyfose geeft scoliose.
Dit kan ten gevolge van onder andere:
• Botontkalking wervels
• Slijtage van wervelkolom
• Zwakte van rugspieren
Soms is het te zien als gibbus = bochel.
De behandeling kan operatief of via tractietherapie. Operatief wordt er kunstmatig materiaal
ingebracht.
Tractietherapie:
• Rek op wervelkolom
• Gedeeltelijk of geheel gewricht
• Vaak tot 30% verbetering
Wervel
Gewrichten:
• Wervel op wervel
o Art. zygapophysialis = facetgewrichten
o Processus art. sup/inferior bevatten kraakbeen
• Wervel op rib
o Fovea costalis superior / inferior
o Fovea costalis proc. Transversi
o Ook wel ribaanhechtingsplaatsen
Openingen zitten op elk niveau.
Openingen:
• Foramen vertebrale = wervelkanaal (ook wel canalis
vertebralis)
• Foramen intervertebrale = tussenwervelgat
o Bestaat uit twee inkepingen
o Ruimte voor spinale zenuw
• Cervicaal bevat tweede verticale opening
o Formamen transversarium bevat a. vertebralis
, Cervicale wervelkolom
Bestaat in totaal uit 7 wervels (C1 – C7). Cervicale wervels wijken het meest af van het bouwplan. Ze
zijn sterk bewegelijk.
Wervels:
• C1
o Ook wel atlas
o Articuleert met schedel
o Grote gewrichtsoppervlakken
o Centrale opening voor C2
• C2
o Ook wel axis
o Articuleert met C1 (en C3)
o Kleinere gewrichtsoppervlakken
o Grote caudale uitstulping (dens)
o Veel beweging mogelijk
• C4
o Meer traditionele wervel
o Corpus bijna kubus
o Wervelgat meer driehoekig
o Processus spinosus als vork
o Schuin gewrichtsvlak
• C7
o Grootste processus (vertebra prominens)
Bewegingen cervicale wervelkolom:
• Ventrale flexie en dorsale extensie
• Rotatie
• Zijdelings buigen (lateraalflexie)
Thoracale wervelkolom
Bestaat in totaal uit 12 wervels (Th1 – Th12). Ze zijn meer typisch aan het bouwplan, minder
bewegelijk en ze hebben een aanhechtingsplaats van de ribben. Wervel Th6 is vrijwel gelijk aan het
bouwplan.
Kenmerken wervel Th6:
• Dikker corpus vertebrae
• Wervelgat bijna rond
• Processus spinosus als dakpan
• Gewrichtsvlak bijna verticaal
Lumbale wervelkolom
Bestaat in totaal uit 5 wervels. (L1 – L5). Ze wijken meer af van het bouwplan. Ook zijn ze het minst
bewegelijk. Wervel L4 is minder gelijk aan het bouwplan.
Anatomie ................................................................................................................................................. 2
Pathologie: hernia nuclei pulposi ............................................................................................................ 9
Pathologie: epilepsie ............................................................................................................................. 12
Pathologie: schedeltrauma ................................................................................................................... 16
Heelkunde – zenuwstelsel en wervelkolom .......................................................................................... 24
Heelkunde: wervelkolom ...................................................................................................................... 31
OZT: wervelkolom ................................................................................................................................. 35
OZT: neurochirurgie .............................................................................................................................. 42
,Anatomie
Leerdoelen
Je kunt met betrekking tot de operaties aan de wervelkolom:
• De bouw en ligging ten opzichte van de omgeving beschrijven
• De onderdelen en functies benoemen
• De vaat- en zenuwvoorziening beschrijven
• De verschillende anatomische structuren op een afbeelding herkennen
Je kunt met gebruik van de medische terminologie van de schedel, hersenen (m.u.v.)
ventrikelsysteem, indeling cortex cerebri volgens Brodmann en craniotomie en schedelprothesen) en
wervelkolom op gedetailleerde wijze:
• De anatomische ligging ten opzichte van de omgeving beschrijven
• De macroscopische en microscopische anatomie beschrijven
• De functie van het geheel en de fysiologie van de onderdelen uitleggen
• De vascularisatie en innervatie beschrijven
• De verschillende anatomische structuren op een afbeelding herkennen
Wervelkolom
Columna vertebralis = wervelkolom = ruggengraat. Het is kenmerkend voor gewervelden. Het is een
geheel van individuele elementen, namelijk wervels & tussenwervelschijven en sacrum.
Functies:
• Beschermt het ruggenmerg
• Draagt gewicht van het lichaam
Onderverdeling in regio’s:
• Cervicaal = halswervelkolom (7 wervels)
• Thoracaal = borstwervelkolom (12 wervels)
• Lumbaal = lendelwervelkolom (5 wervels)
• Sacraal = sacrale wervelkolom (1 wervel)
Bouwplan wervel:
• Ontsluiting wervelgat
o Corpus vertebrae = wervellichaam
o Arcus vertebrae = wervelboog
• Aanhechting spieren / gewricht
o Processus spinosus = doornuitsteeksel
o Processus transversus =
dwarsuitsteeksels
Typische krommingen ontstaan als gevolg van rechtop staan.
,Er wordt onderscheid gemaakt in:
• Cervicale en lumbale lordose
• Thoracale en sacrale kyfose
Een te sterk kyfose geeft scoliose.
Dit kan ten gevolge van onder andere:
• Botontkalking wervels
• Slijtage van wervelkolom
• Zwakte van rugspieren
Soms is het te zien als gibbus = bochel.
De behandeling kan operatief of via tractietherapie. Operatief wordt er kunstmatig materiaal
ingebracht.
Tractietherapie:
• Rek op wervelkolom
• Gedeeltelijk of geheel gewricht
• Vaak tot 30% verbetering
Wervel
Gewrichten:
• Wervel op wervel
o Art. zygapophysialis = facetgewrichten
o Processus art. sup/inferior bevatten kraakbeen
• Wervel op rib
o Fovea costalis superior / inferior
o Fovea costalis proc. Transversi
o Ook wel ribaanhechtingsplaatsen
Openingen zitten op elk niveau.
Openingen:
• Foramen vertebrale = wervelkanaal (ook wel canalis
vertebralis)
• Foramen intervertebrale = tussenwervelgat
o Bestaat uit twee inkepingen
o Ruimte voor spinale zenuw
• Cervicaal bevat tweede verticale opening
o Formamen transversarium bevat a. vertebralis
, Cervicale wervelkolom
Bestaat in totaal uit 7 wervels (C1 – C7). Cervicale wervels wijken het meest af van het bouwplan. Ze
zijn sterk bewegelijk.
Wervels:
• C1
o Ook wel atlas
o Articuleert met schedel
o Grote gewrichtsoppervlakken
o Centrale opening voor C2
• C2
o Ook wel axis
o Articuleert met C1 (en C3)
o Kleinere gewrichtsoppervlakken
o Grote caudale uitstulping (dens)
o Veel beweging mogelijk
• C4
o Meer traditionele wervel
o Corpus bijna kubus
o Wervelgat meer driehoekig
o Processus spinosus als vork
o Schuin gewrichtsvlak
• C7
o Grootste processus (vertebra prominens)
Bewegingen cervicale wervelkolom:
• Ventrale flexie en dorsale extensie
• Rotatie
• Zijdelings buigen (lateraalflexie)
Thoracale wervelkolom
Bestaat in totaal uit 12 wervels (Th1 – Th12). Ze zijn meer typisch aan het bouwplan, minder
bewegelijk en ze hebben een aanhechtingsplaats van de ribben. Wervel Th6 is vrijwel gelijk aan het
bouwplan.
Kenmerken wervel Th6:
• Dikker corpus vertebrae
• Wervelgat bijna rond
• Processus spinosus als dakpan
• Gewrichtsvlak bijna verticaal
Lumbale wervelkolom
Bestaat in totaal uit 5 wervels. (L1 – L5). Ze wijken meer af van het bouwplan. Ook zijn ze het minst
bewegelijk. Wervel L4 is minder gelijk aan het bouwplan.