Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Samenvatting werkcolleges bestuursrecht

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
44
Geüpload op
09-12-2025
Geschreven in
2025/2026

In de documenten staan samenvattingen van alle hoorcolleges en werkbijeenkomsten van het vak bestuursrecht.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Week 1. De bestuursrechter en bestuursrechtspraak: beginselen en kenmerken

Literatuur:
• Bestuursrecht 2, hoofdstuk 1 (m.u.v. § 1.4 en § 1.5)
• Bestuursrecht 2, § 2.2
Jurisprudentie:
• ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188 (uniformering redelijke termijn)
• EHRM 8 oktober 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1008JUD00772212 (Korošec)
• HvJ EU 27 september 2017, ECLI:EU:C:2017:725 (Puškár)

A. De bestuursrechter en bestuursrechtspraak
1. De Nederlandse Grondwet heeft aandacht voor het bestuursrecht (zie bijv. art. 107 lid 2
GW). Toch regelt zij maar weinig over bestuursrechtspraak en de bestuursrechter. Hoe blijkt
uit de Grondwet dat de wetgever bestuursrechters kan instellen? Ga na welke
bestuursrechters tot de rechterlijke macht behoren en welke niet. En waarom is dat relevant?
 Art. 107 lid 2 GW stelt; ‘De wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast.’
 Art. 112 GW lid 2 stelt; ‘De wet kan de berechting van geschillen die niet uit burgerlijke
rechtsbetrekkingen zijn ontstaan, opdragen hetzij aan de rechterlijke macht (de wet mag
bestuurszaken laten behandelen door gewone rechters), hetzij aan gerechten die niet tot de
rechterlijke macht behoren (maar: de wetgever mag ook speciale bestuursrechters instellen
die géén deel zijn van de rechterlijke macht). De wet regelt de wijze van behandeling en de
gevolgen van de beslissingen (de wetgever bepaalt hoe het proces verloopt en wat er met de
uitspraak gebeurt).’
 in eigen woorden; In artikel 112 lid 2 staat dat de wetgever bestuursgeschillen mag laten
behandelen door rechters van de rechterlijke macht, maar óók door andere gerechten die
daarbuiten vallen. De wet bepaalt wie dat doet, hoe dat gebeurt, en wat de gevolgen zijn
van de beslissing.
 Rechterlijke macht bestaat in Nederland uit alle rechtbanken, gerechtshoven, de Hoge
Raad en het Openbaar Ministerie. De Trias Politica wordt gevormd door de rechterlijke
macht, de wetgevende en de uitvoerende macht. De rechterlijke macht beslist over
conflicten en het toetsen van wetten, regels en verdragen om te zorgen dat ze worden
nageleefd.
- Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS)
- Centrale Raad van Beroep (CRvB)
- College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb)
 horen niet tot de rechterlijke macht, maar zijn wel rechters

 art 112 lid 1 GW = ‘aan de rechterlijke macht is opgedragen de berechting van geschillen
over burgerlijke rechten over schuldvorderingen’.  burgerlijke rechten = eigendomsrecht
schuldvordering = schadevergoeding

 Art 112 lid 1 GW burgerlijke rechter  in het boek van rechtsvordering
 art 113 GW = strafrechter  in wetboek van strafvordering
 art 112 lid 2 GW = bestuursrechter = rechterlijke macht
1. de rechtbank treed op als bestuursrechter in eerste aanleg (als je het ergens niet mee
eens bent)

, 2. Daarna kan je in hoger beroep gaan bij rechters die niet bij de rechterlijke macht
horen denk aan; ABRvS, CRvB en CBb.

Iets wat bij de rechterlijke macht hoort, moet een jurist in de rechtbank zetten. Iets wat niet
bij de rechterlijke macht hoort, hoeft dat niet. Dus mag er ook een specialist neerzetten.


 in artkel 116 GW staat; ‘De wet wijst de gerechten aan die behoren tot de rechterlijke
macht.’ De rechtbank bestuursrecht is onderdeel van de rechterlijke macht.
 Rechters die wél tot de rechterlijke macht behoren:
- zijn onafhankelijk volgens de Grondwet (art. 117)
- mogen niet worden ontslagen behalve in bijzondere gevallen
- hun positie is dus extra goed beschermd
 Rechters die níét tot de rechterlijke macht behoren:
- hebben niet dezelfde grondwettelijke waarborgen
- hun onafhankelijkheid moet dan via gewone wetten geregeld worden, wat iets minder sterk
is.
 dus het is relevant omdat rechters binnen de rechterlijke macht beter grondwettelijk
beschermd zijn. Dat versterkt hun onafhankelijkheid en dus het vertrouwen in een eerlijke
rechtspraak.
 Controle vraag; waarom is het juist bij bestuursrecht belangrijk dat een rechter
onafhankelijk is van de overheid?  antwoord; omdat bestuursrechters oordelen over
besluiten van de overheid zelf, dus mogen die rechters niet beïnvloed worden door diezelfde
overheid.

2. Waarom is de kantonrechter van de rechtbank die oordeelt over een verkeerboete een
bestuursrechter? Betrek in uw antwoord de definitie van ‘bestuursrechter’ van art. 1:4 Awb.
 Wat zegt artikel 1:4 Awb; onder bestuursrechter wordt verstaan: een onafhankelijk, bij
de wet ingesteld orgaan dat met bestuursrechtspraak is belast.
 3 voorwaarden;
1. Is de kantonrechter onafhankelijk?
2. Is hij ingesteld bij de wet?
3. Is hij belast met bestuursrechtspraak in dit geval?
 een verkeersboete wordt in principe gezien als een strafrechtelijke zaak; het gaat over
het opleggen van een straf van overtreding van regels. Toch wordt deze kantonrechter
gezien als bestuursrechter. Bij de behandeling van een verkeersboete wordt de
bestuursrechtelijke procedure gevolgd.
1. Kantonrechters zijn onafhankelijk, ze zijn onderdeel van de rechtbank en die behoort
tot de rechterlijke macht en is grondwettelijk onafhankelijk.
2. De rechtbank, waar kantontrechters onderdeel van zijn, is ingesteld op de grond van
de wet (Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Verkeersboetes zijn officieel bestuursrechtelijke boetes die door bestuursorganen
worden opgelegd (denk aan CJIB of politie). Ben je het niet eens met zo’n boete, dan
moet je naar de kantonrechter stappen voor bezwaar. De kantonrechter behandelt dan
niet de strafrechtelijke kant, maar beoordeelt of de boete volgens de juiste regels is
opgelegd. Dus om deze 3 redenen is de kantonrechter een bestuursrechter.

,De rechtbank valt onder art 1:4 Awb en art 1:4 lid 3 Awb.

Wahv = gaat over verkeersboetes. Dat staat in art 1:4 lid 3 Awb dus daarom is een kantonrechter van
de rechtbank over een verkeersboete een bestuursrechter.

B. Beginselen en kenmerken

Bestuursprocesrecht heeft een aantal specifieke kenmerken:
- Het uitgangspunt van een actieve, niet lijdelijke rechter (die bijv. zelf feiten onderzoekt)
- Het beginsel van ongelijkheidscompensatie = bestuursprocesrechtelijk beginsel dat een
tegemoetkoming biedt aan de burger in zijn ongelijke positie t.o.v. een overheidsorgaan.
- Het verbod van ultra petita (= een beslissing mag niet verder gaan dan waar expliciet om wordt
gevraagd de bestuursrechter moet geen extra gronden gaan zoeken dan wat de burger vraagt,
want anders gaat de rechter maar door met feiten onderzoeken. Ergens moet een grens
getrokken worden.)
- Het verbod van reformatio in peius = het principe dat iemand niet slechter mag uitkomen na
het instellen van een bezwaar of beroep. Dit hangt samen met het ongelijkheidsbeginsel. Je kan
er alleen op achteruitgaan als het maatschappelijke/algemene belang van derden voor gaan op
die van een individu. Denk aan een afgegeven vergunning voor het bouwen van een huis, maar
dit huis is eigenlijk helemaal niet brandveilig, dus de vergunning wordt weer ingetrokken.
- Het beginsel van rechterlijke toetsing ex tunc = de bestuursrechter kijkt terug naar de
omstandigheden zoals die bestonden op het moment dat het besluit werd genomen, en niet de
situatie bekijkt zoals die op het huidige moment is. Want anders klopt het niet meer met het
besluit. De aard van de handeling draait mee. Besluiten door het bestuursorgaan (bv vergunning
afgeven, dan kijk je naar huidige omstandigheden) is ex nunc (vanaf nu), toetsen door de
bestuursrechter is ex tunc.
- Korte termijnen  art 6:7 Awb = indieningstermijn = termijn voor indienen van een bezwaar- of
beroepschrift is 6 weken. Is redelijk kort. Dit is zo, omdat anders duurt het heel lang voordat er
ooit windmolens of rotondes etc. Gebouwd kunnen worden. Ook voor de burger zelf kan een
langer termijn (denk aan je eigen huis verbouwen) vervelend zijn.
- Voorprocedures  eerst bezwaar maken voordat je naar een rechter toe kan gaan. Bijna 80%
van de geschillen worden in de bezwaar fase al opgelost. Dus was deze voorwaarde er niet, dan
zouden er heel veel geschillen bij de bestuursrechter komen die daar eigenlijk niet horen.

Rechterlijke activiteiten:
- Feitenvaststelling = het proces van het onpartijdig vaststellen van objectieve gebeurtenissen en
omstandigheden (feiten) die relevent zijn voor een zaak of beslissing.
- Rechtstoepassing = het proces van het daadwerkelijk toepassen van een rechtsregel op een
concreet geval, wat leidt tot een uitspraak van de rechter in een rechtszaak.

1. Waaruit blijkt dat de bestuursrechter een actieve rechter is (of kan zijn)? Geef aan of de
actieve houding van de bestuursrechter ziet op rechtstoepassing of op feitenvaststelling (of
op beide activiteiten). Geef enkele voorbeelden.
 art. 8:69 lid 2 en 3 Awb
Bestuursrechters hebben vaak een andere rol dan gewone strafrechters of civiele rechters.
Bestuursrechters moeten vaak zelf feiten onderzoeken omdat bestuurszaken gaan over
ingewikkelde overheidsbesluiten. Soms wordt er door de bestuursrechter dus zelf extra

, bewijs verzameld, getuigen gehoord of ze vragen nadere stukken op.
 de actieve houding van een bestuursrechter ziet op zowel rechtstoepassing als op
feitenvaststelling. Ze zijn actief in het vaststellen van feiten (bv door zelf bewijs op te vragen)
en ze zijn actief in de rechtstoepassing (bv door zelf te beoordelen welke regels gelden).
 voorbeeld = Een bestuursrechter past de wet toe, ook als de partijen het niet over de
juiste uitleg eens zijn. (rechtstoepassing)
 waarom is een bestuursrechter actief? Omdat de zaken vaak een maatschappelijke
waarde hebben en veel mensen kan bereiken. Dus daarom wil de rechter wel weten wat de
feiten; materiële waarde, is/zijn.

2. Hoe kan de bestuursrechter in een geding ongelijkheidscompensatie bieden en waarom zou
hij dat (soms) ook moeten doen?
Een bestuursrechter neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat een burger die het
opneemt tegen een machtig bestuursorgaan een eerlijke kans krijgt in het proces. De burger
staat vaak zwakker. Voorbeelden om compenstatie te bieden zijn:
- De bestuursrechter kan de burger meer tijd geven om stukken aan te leveren;
- Zelf actief bewijs opvragen als de burger dat niet (goed) kan;
- De procedures soepeler/laagdrempelig toepassen, zodat de burger niet door ingewikkelde
regels struikelt. En hoef je ook geen advocaat te hebben = art 8:69 lid 2 Awb.
 art 1 GW = gelijkheidsbeginsel

 waarom zou een bestuursrechter dit doen?
= omdat bestuursrecht vaak gaat over conflicten tussen de overheid (die veel kennis,
middelen en ervaring hebben) en burgers (die vaak minder sterk staan). Zonder
ongelijkheidscompensatie zou het proces voor de burgers oneerlijk zijn.
 burgers onderling kunnen elkaar niet eenzijdig dingen opleggen. Wel afspraken maken,
maar dat is vrijwillig.
 unieke van de overheid is dat zij eenzijdig dingen kunnen opleggen. Dat is ook een
achterstand van de burger. Dus als burger moet je eerste de gevolgen van het feit ondergaan
en daarna, achteraf, kan je er bezwaar tegen maken. Dus daarom sta je ook al achter.

3. In de literatuur wordt wel beweerd dat de bestuursrechter los van partijstandpunten de
‘materiële waarheid’ onderzoekt (‘uitzoeken hoe het werkelijk zit’). Zou dit beeld realistisch
zijn?
 ‘de materiële waarheid’ onderzoeken = dat de rechter niet alleen kijkt naar wat partijen
aanleveren, maar probeert te achterhalen hoe het écht zit, ook als dat verder gaat dan wat
partijen zelf aanvoeren. Dus wat hieboven wordt beschreven = de rechter gaat geen
beslissing nemen op basis van stukken, maar gaat zelf actief achter de feiten aan.
 Maar is het realistisch dat de rechter altijd de materiële waarheid onderzoekt?
– Nee, want de rechter moet werken met stukken en informatie die de partijen aanleveren.
Hij mag niet zomaar zelf een ‘onderzoeker’ worden.
– Te veel zelf op onderzoek uitgaan kan botsen met het principe dat ‘beide partijen eerlijk en
gelijk behandeld moeten worden’.
- Het is ook afhankelijk van de rechter en de rechtbank. Sommige rechtbanken hebben een
grotere achterstand dan anderen en dan is er de tijd ook niet voor.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
9 december 2025
Aantal pagina's
44
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Bob assink
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$10.30
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
daniekvanrijswijk

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
daniekvanrijswijk Maastricht University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
5 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
2 maanden geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen