1.1 – lineaire verbanden
Een constante toename/afname heet een lineair verband.
Hierbij horen lineaire formules. Bijvoorbeeld een formule
met de vorm Y = ax + b, x is de lineaire functie. Voor deze
lijn geld:
- Snijpunt met de y-as geeft b
- A is de richtingscoëfficiënt
- 1 naar rechts, ga je a omhoog.
Lijnen met dezelfde RC zijn evenwijdig
Om een lijn te tekenen, maak je een tabel met daarin
coördinaten van twee punten.
Wanneer je zelf de formule op moet stellen, kan dat op 4
verschillende manieren:
1. De formule volgt uit de tekst. Op t=0 is de waterhoogte
120cm, per minuut daalt het 5cm.
h= -5t + 120
2. uit de grafiek zijn het snijpunt met de verticale as en de
RC af te lezen.
Snijpunt verticale as geeft B
verticaal
RC = (50/5)
horizontaal
N = 10t + 100
3. Een punt en de richtingscoëfficiënt zijn gegeven.
Lijn k gaat door (12,7) en rck = 1/3. (1/3e invullen in formule)
1
x 12 + … = 7 …=3
3
1
K: y = x + 3
3
4. Twee punten zijn gegeven.
1.2 – een lijn door twee gegeven punten
Δy
van de lijn y= ax + b door de punten A en B, is de richtingscoëfficiënt a =
Δx
Bijv. stel een vergelijking op van lijn l door de punten A (2, -1) en B (6,5)
Δy 5−−1
= = 1,5
Δx 6−2
Y = 1,5x + b (formule invullen)
1,5 x 2 + b = -1
B = -4
y= 1,5x – 4