Dit artikel beschrijft de verschillende actoren en instituties die betrokken zijn bij
beleidsvorming.
Introductie
Drie elementen van instituties: 1. formele regels, 2. informele beperkingen (normen en
waarden, conventies), 3. de manieren waarop deze regels en beperkingen worden
gehandhaafd.
Actoren: individuen, corporaties of collectieve entiteiten met policy preferences die zij willen
realiseren door deel te nemen aan beleidsvorming. Instituties bepalen in welke mate actoren
dit kunnen doen.
Het onderscheid tussen actoren en instituties is niet altijd duidelijk, omdat collectieve
actoren vaak ook formele organisaties zijn. Bijvoorbeeld de overheid: dit is een collectieve
instantie met actoren die policy preferences hebben en deze willen omzetten in beleid. Maar
de overheid is ook een institutie met formele functies die bepaalt hoe beleidsvorming wordt
vormgegeven, die bepaalt in welke mate bestuurders hun policy preferences kunnen
realiseren.
National institutions: Defining the rules of the political game
Constitutions and constitutional courts
Constitutie: formele en fundamentele principes en regels die bepalen hoe een staat wordt
bestuurd. Een constitutie kan flexibel (met een reguliere meerderheid aanpasbaar) of rigide
(alleen aanpasbaar met super majority) zijn.
Eigenschappen van constituties:
● Het vastleggen van de “rules of the game” van het politieke systeem, door de
uitoefening van overheidsmacht te structureren en beperken. De constitutie bepaalt
bv in welke mate de macht gecentraliseerd of niet is.
● Het vastleggen van de drie takken van de overheid en hun formele rechten/taken.
● Het bepalen van de procedurele regels van het politieke systeem. Bv hoe
verkiezingen worden vormgegeven.
● Het beperken van de overheidsmacht en het beschermen van individuele rechten.
● Publieke rechten expliciet definiëren.
,Constituties worden meestal beschermd door een supreme of constitutioneel gerechtshof,
soms gewoon door een gewoon gerechtshof. Het opspeuren van constitutionele
schendingen gebeurt dmv rechterlijke toetsing, op 3 manieren:
● Abstract reviews: wetgeving wordt constitutioneel getoetst voordat die wordt
ingevoerd.
● Concrete reviews: wetgeving of een zaak wordt getoetst in concrete rechtzaken, er
bestaat een “constitutional question” die bepaalt wie de zaak wint en verliest.
● Constitutional complaint: individuen die willen aangeven dat hun constitutionele
rechten zijn aangetast door een publieke autoriteit.
Division of powers
Twee vormen van verdeling van macht, horizontaal en verticaal.
● Horizontaal = trias politica.
○ Uitvoerende macht: public policy implementeren.
“De overheid”, de bureaucratie, die een actieve rol heeft in het formuleren van
beleid.
○ Wetgevende macht: parlement, heeft de macht om wetgeving op te stellen.
○ Rechtsprekende macht: verschillende gerechtshoven die de wet interpreteren
en toepassen en daarmee conflicten oplossen. Een rechter kan invloed
hebben op beleid dmv zijn uitspraken (bepaalt hoe beleid on the ground
werkt).
● Verticaal = federalisme/devolutie. Meerdere bestuursniveaus, dient om controle en
checks en balances te creëren.
● Bestaat in federale staten, maar ook in unitaire staten an devolutie/decentralisatie
bestaan. (De)centralisatie is dus een spectrum.
○ Aspecten van federalisme/decentralisatie:
■ Er is wederzijdse controle tussen verschillende bestuursniveaus →
kan leiden tot beter beleid, omdat beleidsmakers op lagere
bestuursniveaus meer kennis hebben over regionale problemen.
■ Er zijn meer en diverse politieke arena’s → kan goed zijn voor policy
innovation en learning, omdat succesvol beleid uit de ene arena kan
worden gebruikt in de andere.
■ Beleid kan echter ook vertraagd worden doordat er meer niveaus zijn
die met elkaar moeten coördineren → het veto van één niveau kan veel
vertragen.
, ■ Federalisme is duur, want meer bestuursniveaus met meer actoren en
resources.
○ Aspecten van unitarisme/centralisatie:
■ In unitaire staten verandert beleid vaker sneller en grootschaliger. Er
zijn immers minder actoren wiens consent nodig is.
Electoral institutions and party systems
Verkiezingen zijn belangrijk voor beleid omdat ze legitimiteit geven aan beleidsmakers en
bepalen wie de meeste politieke invloed heeft over beleid.
Verschillende soorten partijsystemen:
● Meerderheidssystemen: first past the post → grootste partij krijgt disproportioneel
aantal stemmen → leidt vaak tot tweepartijenstelsel.
● Proportionele systemen: percentage zetels correspondeert met percentage stemmen
→ leidt vaak tot meerpartijenstelsel.
Het partijsysteem heeft invloed op beleid: in een stelsel waarin één partij regeert kan beleid
sneller worden opgesteld, dit duurt langer in meerpartijenstelsel omdat meer actoren hun
consent moeten geven. Bij bestuur door één partij kan dit wel leiden tot radicale
veranderingen als de besturende partij wisselt, terwijl beleid in meerpartijenstelsels
consistenter is.
Intergovernmental organizations: Global public policy
Verschil tussen intergouvernementeel en supranationaal: bij een supranationale organisatie
dragen lidstaten een deel van hun soevereiniteit over aan de organisatie, bij een
intergouvernementele organisatie is dit niet zo. Een supranationale organisatie kan dus
wetgeving doorvoeren die bindend is voor de lidstaten en de nationale wetgeving overstijgt.
Bij een intergouvernementele organisatie blijven lidstaten onafhankelijk en is alleen sprake
van samenwerking en coördinatie.
Zowel de VN als WTO leggen beperkingen op aan nationaal beleid voor lidstaten die
instemmen met verdragen.
The United Nations System
Een multifunctionele organisatie met als doel het bevorderen van vrede, veiligheid,
mensenrechten en samenwerking. Kan collectieve veiligheidsacties ondernemen.
Invloed van VN op public policy:
, ● De VN heeft gespecialiseerde agencies, fondsen en programma’s → deze kunnen
informatie verzamelen en verspreiden, benchmarks en goede praktijken
voorschrijven, en (financiële) hulp verstrekken → kan impact hebben op beleid in
lidstaten.
● De VN heeft invloed op het staatsbestel van lidstaten en dat heeft weer invloed op
policy making.
● De VN-conventies zijn vormend voor publiek beleid in de lidstaten, omdat ze een
framework zetten voor internationaal beleid. Deelname aan de conventies en
afspraken dwingt tot overname van bepaald beleid.
Maar de impact van de VN varieert per organisatie en issue.
The World Trade Organization
Speelt een essentiële rol in het bevorderen van vrije handel. Hiervoor kunnen
overeenkomsten worden gesloten met lidstaten, die wettelijk bindende regels voorschrijven
voor lidstaten.
Link met beleid:
● De WTO monitort en reviewt het nationale handelsbeleid van lidstaten, lidstaten
moeten de WTO ook op de hoogte stellen van nieuw beleid → hierdoor kan de WTO
impact hebben op nationaal beleid.
● De WTO heeft formele juridische instrumenten om conflicten tussen lidstaten op te
lossen. Conflicten gaan vaak over of bepaald beleid wettelijk is en of het aansluit bij
de WTO-verdragen. Als dit niet het geval is kan de lidstaat gevraagd worden om het
beleid aan te passen zodat het wel aansluit bij de verdragen.
Key actors
Policy actors: actoren (collectief of individueel) die hun policy preferences in beleid proberen
om te zetten dmv deelname aan het proces van beleidsvorming. Policy actors zijn meestal
collectieve organisaties (samenwerking, sociale bewegingen) of corporate organisaties
(top-down, hiërarchisch).
Om te begrijpen welke invloed actoren hebben op beleid moeten we naar drie kenmerken
kijken:
● Hun capabilities. Welke resources hebben ze tot hun beschikking om invloed uit te
oefenen op beleid?
● Hun percepties. Hoe kijken ze naar een sociaal probleem? Welke ideologie speelt
hierin een rol? Welke oplossing sluit hier het beste bij aan?