HC 1 – INLEIDING EN OVERGANGSRECHT
Zelf kijken welke hoofdstukken uit handboek erfrecht relevant zijn per college
NB. In boek staan meerdere auteurs dus ook verschillende meningen naast elkaar
Aan de hand van stuk v/d commissie erfrecht kunnen we toetsen of we de stof begrijpen
(moesten we ook printen) = WPNR artikel
Asser perk mogen we ook uit studeren, zelf weer kijken wat relevant is (2021)
Model conceptversie 7.0 belangrijk om te kijken hoe het in de praktijk allemaal uit ziet
Het overgangsrecht van invoering nieuwe erfrecht:
- Nieuw erfrecht ingevoerd op 1 januari 2003
- Vraag is: ‘Komen we nog in aanraking met dat overgangsrecht? Of is dat een beetje
uitgespeeld?’
in 2002 was het natuurlijk veel spannender…
Destijds had je gevallen dat mensen overleden in 2002 en boedel afgewikkeld werd in
2003.
Nu is het zo dat als je op kantoor werkt en boedels die je gaat afwikkelen zullen
mensen zijn overleden ná 1 januari 2003. hiermee komt overgangsrecht een
beetje op achtergrond want het zijn dan volledig ‘nieuw’ erfrecht zaken.
In welke gevallen zou overgangsrecht wél nog kunnen spelen?
- Testamenten van vóór 1 januari 2003
NB. Meneer Schols was op Aruba, daar is erfrecht ingevoerd in 2021, dus daar zitten we nog
volop in de overgangsrechtelijke perikelen.
Hoe ziet overgangsrecht eruit?
- Waar vinden we het algemeen overgangsrecht? In de overgangswet
- Art. 68a belangrijkste artikel nieuwe recht heeft ‘onmiddellijke werking’. Dat
betekent dat je alle zaken oplost aan de hand van het nieuwe recht. (Dus ook destijds
in 2003
- We kennen ook uitzonderingen:
– Art. 69 – als je eenmaal rechten verkregen hebt en er komt een nieuw recht, dan
nemen ze die rechten niet meer van je af (leerstuk van verkregen rechten).
– Daarnaast ook nog wat bepalingen die zeer belangrijk zijn: overgangsrecht m.b.t.
vernietigbare en nietige rechtshandelingen: art. 79, 80 en 81 jo. 127
Het kan zo zijn dat als je nieuw erfrecht invoert dat opeens dingen mogen die in het verleden
niet mochten (of andersom). Dan zou die regel van onmiddellijke werking wat kort door de
bocht zijn daarom hebben we buiten algemene regels ook uitzonderingen.
,Voorbeeld:
Ouderlijke boedelverdeling (kan niet meer maar kon vroeger wel)
OBV is testamentsvariant waarbij alle goederen worden toegedeeld aan de langstlevende
echtgenoot, en de kinderen ook in de verdeling worden betrokken van de nls. Echtgenoot en
kinderen zijn erfgenamen en kinderen krijgen toegedeeld door de erflater: een vordering. Zie
art. 1167 (oud) BW
Je had 2 soorten:
1. Horizontale: tussen echtgenoten en kinderen. Goederen werden toebedeeld aan
langstlevende en kinderen kregen vordering in geld. Dit was een testamentsvariant
(moest je voor naar de notaris) en hier was de erflater aan het verdelen. 3:182
2. Verticale: stel je had 3 kinderen, alle 3 erfgenamen. En erflater ging in testament al
verdeling maken in verticale zin: waarbij boerderij bijv. naar de oudste dochter ging
en de andere kinderen het moesten doen met een zak met geld.
OBV kan niet meer want gesloten stelsel van uiterste willen ex. 4:42 hierin staat definitie
van uiterste wilsbeschikking (materiële criterium).
Formeel criterium= iets is een uiterste wilsbeschikking als er uiterste wil op staat
Als je uit gaat van onmiddellijke werking zou zijn dat alle obv’s opeens niet meer geldig
zijn/nietig zijn.
Stel notaris heeft 1 januari 2003 een OBV gepasseerd die al in december 2002 was
opgestuurd maar nog niet getekend: dan is in principe sprake van nietigheid
3:42 conversie. Vraag of je nietige rechtshandeling niet kan converteren in een
rechtshandeling die wel geldig is.
Stel ik had obv gemaakt in 2003 en stel het is nietig. Dan staat er in het testament: ik deel
alles toe aan mijn echtgenoot en de kinderen gaan de erfrechtelijke wachtkamer in met een
niet-opeisbare vordering. Stel het is nietig, wat komt dan terug? De wettelijke verdeling
en dan zou ik als ik rechter was toch even naar de obv kijken, want als daar
opeisbaarheidsgronden in staan bij die OBV dan ben ik bereid om dat stukje tekst mee te
nemen in de wettelijke verdeling.
Als onder het oude recht iets kon wat onder het nieuwe recht niet meer kan, dan wil je
misschien dat oude in de lucht houden.
OBV+ = je houdt onderdelen van OBV maar je gaat hem ‘finetunen’ als het ware
‘ALLES WAT GELDIG WAS BLIJFT GELDIG!!!’
moet je kunnen beredeneren met voorbeelden.
,Voorbeeld
Ander voorbeeld waar iets nietig was en nu opeens geldig/vernietigbaar is
(andersom):
‘Verboden beschikkingen’ 4:57 – Deze zijn of geldig of vernietigbaar. Vóór 1 januari 2003
waren deze nietig.
NB. Zelf nog even lezen over verboden beschikkingen
Hierboven ging het allemaal over algemene regels van overgangsrecht, maar we moeten ook
kijken naar bijzondere regels.
Art. 125 e.v. Overgangswet hierin staan bijzondere regels van overgangsrecht
Is er iets veranderd op het terrein van de executele?
Een executeur benoemen we bij testament. Qua vorm hebben we de depot (4:94), notarieel
testament en codicil (4:97).
Executeur benoem je bij uiterste wilsbeschikking bij notarieel testament en niet bij codicil.
Vóór 1 januari 2003 kon het ook bij codicil
Hoe zit het nu met die oude codicillen waarin executeurs zijn benoemd?
ALLES WAT GELDIG WAS BLIJFT GELDIG!
Voorbeeld casus:
Hierna krijgen we vervolgvraag: stel ik benoem piet als executeur in dat toen rechtsgeldige
codicil. Maar wat zijn dan de bevoegdheden van piet?
Normaal zou je denken wat hij vóór 2003 mocht, mag hij ook na 2003. Art. 4:144/147
MAAR nu gaan we lijstje langslopen van bijzondere bepalingen overgangswet: art. 133
bevoegdheden Piet worden bepaald conform boek 4, art. 144/147 bijvoorbeeld. En daarmee
zou Piet een beheersexecuteur worden (2 sterren), MAAR in codicil moet dan staan dat aan
Piet het bezit van de nls is toegekend.
Dus bezit betekent beheer.
Als niet het bezit is toegekend heb ik een executeur met 1 ster, oftewel zonder
beheersbevoegdheid.
Bij codicillen in de hobbysfeer is dat bezit van de nls meestal niet toegekend, maar bij
benoeming van executeur bij de notaris is dat bezit meestal wél toegekend want anders heb
je niet zoveel aan de benoeming.
NA DE PAUZE
A maakt testament in 1990. Noemt B en C tot zijn erfgenamen en neemt op dat regel van plv
van overeenkomstige van toepassing zijn. A komt te overlijden in 2024, B en C leven en C
denkt: wat jammer nu, ik ga weer erven. Ik wil eigenlijk niet erven, ik heb al een groot
vermogen, ben druk bezig geweest met overhevelen van vermogen aan mijn kinderen D en E
en nu als ik erf van A kan ik weer van voor beginnen.
C denkt had A me maar overgeslagen want voordeel daarvan is dat we niet 2x belasting
betalen, maar slechts 1x. Plus waardestijging van het vermogen als A, C had overgeslagen al
bij de kleinkinderen zit.
, Vraag: nls valt dus open in 2024, hoe loopt dit af?
Antwoord:
A heeft niet overgeslagen, maar wat zou C kunnen overwegen? C zou kunnen verwerpen
bijvoorbeeld, dan slaat hij als het ware zichzelf over/onterfd zichzelf. Maar de vraag is dan
als C verwerpt, of D en E wel opkomen?
Hoe kom je op het idee om bij verwerpen te denken aan plv? Plv staat in artikel 4:12 BW
plv is iets uit het versterferfrecht!!! Maar we zitten niet in het versterferfrecht omdat er
een testament is gemaakt in casu!!
Plv clausule is een subisdiaire erfstelling, is er een beetje buur gepeeld?? Bij het begrip plv
uit het versterferfrecht. MAAR Testament in casu was opgemaakt in 1990, daarin is het
begrip plv gebruikt. Maar gaan we dit uitleggen met art. 4:12 BW (huidig) of met het artikel
uit 1990 van plv?
In 1990 stond in de wet over plv alleen plv bij vooroverlijden. Dus als we hier de code
gaan kraken doen we dat niet met huidig art. 4:12 maar met artikel van 1990
In testament staat dan: ‘Ik benoem B en C tot mijn erfgenamen en als C vooroverlijdt, dan
benoem ik D en E. En NIET als C verwerpt.
In casu is dus een begrip gebruikt in testament dat is gemaakt onder oud recht, wat onder
het oud recht een andere lading had dan in het nieuwe recht.
LET OP: wil van A is door invoering van nieuw erfrecht niet mee gewijzigd.
We zijn hier ex. 4:46 de uiterste willen aan het uitleggen
Art. 4:46
Je mag niet zomaar in het wilde weg uitleggen. Krijgen we nog jurisprudentie over van Schols
HR 2023
NB. Zelf lezen over ‘uitleg van uiterste wilsbeschikkingen’
NB. In NL hoeft er niet aan de lopende band iets uitgelegd te worden, komt omdat notaris
ertussen zit.
Zelf kijken welke hoofdstukken uit handboek erfrecht relevant zijn per college
NB. In boek staan meerdere auteurs dus ook verschillende meningen naast elkaar
Aan de hand van stuk v/d commissie erfrecht kunnen we toetsen of we de stof begrijpen
(moesten we ook printen) = WPNR artikel
Asser perk mogen we ook uit studeren, zelf weer kijken wat relevant is (2021)
Model conceptversie 7.0 belangrijk om te kijken hoe het in de praktijk allemaal uit ziet
Het overgangsrecht van invoering nieuwe erfrecht:
- Nieuw erfrecht ingevoerd op 1 januari 2003
- Vraag is: ‘Komen we nog in aanraking met dat overgangsrecht? Of is dat een beetje
uitgespeeld?’
in 2002 was het natuurlijk veel spannender…
Destijds had je gevallen dat mensen overleden in 2002 en boedel afgewikkeld werd in
2003.
Nu is het zo dat als je op kantoor werkt en boedels die je gaat afwikkelen zullen
mensen zijn overleden ná 1 januari 2003. hiermee komt overgangsrecht een
beetje op achtergrond want het zijn dan volledig ‘nieuw’ erfrecht zaken.
In welke gevallen zou overgangsrecht wél nog kunnen spelen?
- Testamenten van vóór 1 januari 2003
NB. Meneer Schols was op Aruba, daar is erfrecht ingevoerd in 2021, dus daar zitten we nog
volop in de overgangsrechtelijke perikelen.
Hoe ziet overgangsrecht eruit?
- Waar vinden we het algemeen overgangsrecht? In de overgangswet
- Art. 68a belangrijkste artikel nieuwe recht heeft ‘onmiddellijke werking’. Dat
betekent dat je alle zaken oplost aan de hand van het nieuwe recht. (Dus ook destijds
in 2003
- We kennen ook uitzonderingen:
– Art. 69 – als je eenmaal rechten verkregen hebt en er komt een nieuw recht, dan
nemen ze die rechten niet meer van je af (leerstuk van verkregen rechten).
– Daarnaast ook nog wat bepalingen die zeer belangrijk zijn: overgangsrecht m.b.t.
vernietigbare en nietige rechtshandelingen: art. 79, 80 en 81 jo. 127
Het kan zo zijn dat als je nieuw erfrecht invoert dat opeens dingen mogen die in het verleden
niet mochten (of andersom). Dan zou die regel van onmiddellijke werking wat kort door de
bocht zijn daarom hebben we buiten algemene regels ook uitzonderingen.
,Voorbeeld:
Ouderlijke boedelverdeling (kan niet meer maar kon vroeger wel)
OBV is testamentsvariant waarbij alle goederen worden toegedeeld aan de langstlevende
echtgenoot, en de kinderen ook in de verdeling worden betrokken van de nls. Echtgenoot en
kinderen zijn erfgenamen en kinderen krijgen toegedeeld door de erflater: een vordering. Zie
art. 1167 (oud) BW
Je had 2 soorten:
1. Horizontale: tussen echtgenoten en kinderen. Goederen werden toebedeeld aan
langstlevende en kinderen kregen vordering in geld. Dit was een testamentsvariant
(moest je voor naar de notaris) en hier was de erflater aan het verdelen. 3:182
2. Verticale: stel je had 3 kinderen, alle 3 erfgenamen. En erflater ging in testament al
verdeling maken in verticale zin: waarbij boerderij bijv. naar de oudste dochter ging
en de andere kinderen het moesten doen met een zak met geld.
OBV kan niet meer want gesloten stelsel van uiterste willen ex. 4:42 hierin staat definitie
van uiterste wilsbeschikking (materiële criterium).
Formeel criterium= iets is een uiterste wilsbeschikking als er uiterste wil op staat
Als je uit gaat van onmiddellijke werking zou zijn dat alle obv’s opeens niet meer geldig
zijn/nietig zijn.
Stel notaris heeft 1 januari 2003 een OBV gepasseerd die al in december 2002 was
opgestuurd maar nog niet getekend: dan is in principe sprake van nietigheid
3:42 conversie. Vraag of je nietige rechtshandeling niet kan converteren in een
rechtshandeling die wel geldig is.
Stel ik had obv gemaakt in 2003 en stel het is nietig. Dan staat er in het testament: ik deel
alles toe aan mijn echtgenoot en de kinderen gaan de erfrechtelijke wachtkamer in met een
niet-opeisbare vordering. Stel het is nietig, wat komt dan terug? De wettelijke verdeling
en dan zou ik als ik rechter was toch even naar de obv kijken, want als daar
opeisbaarheidsgronden in staan bij die OBV dan ben ik bereid om dat stukje tekst mee te
nemen in de wettelijke verdeling.
Als onder het oude recht iets kon wat onder het nieuwe recht niet meer kan, dan wil je
misschien dat oude in de lucht houden.
OBV+ = je houdt onderdelen van OBV maar je gaat hem ‘finetunen’ als het ware
‘ALLES WAT GELDIG WAS BLIJFT GELDIG!!!’
moet je kunnen beredeneren met voorbeelden.
,Voorbeeld
Ander voorbeeld waar iets nietig was en nu opeens geldig/vernietigbaar is
(andersom):
‘Verboden beschikkingen’ 4:57 – Deze zijn of geldig of vernietigbaar. Vóór 1 januari 2003
waren deze nietig.
NB. Zelf nog even lezen over verboden beschikkingen
Hierboven ging het allemaal over algemene regels van overgangsrecht, maar we moeten ook
kijken naar bijzondere regels.
Art. 125 e.v. Overgangswet hierin staan bijzondere regels van overgangsrecht
Is er iets veranderd op het terrein van de executele?
Een executeur benoemen we bij testament. Qua vorm hebben we de depot (4:94), notarieel
testament en codicil (4:97).
Executeur benoem je bij uiterste wilsbeschikking bij notarieel testament en niet bij codicil.
Vóór 1 januari 2003 kon het ook bij codicil
Hoe zit het nu met die oude codicillen waarin executeurs zijn benoemd?
ALLES WAT GELDIG WAS BLIJFT GELDIG!
Voorbeeld casus:
Hierna krijgen we vervolgvraag: stel ik benoem piet als executeur in dat toen rechtsgeldige
codicil. Maar wat zijn dan de bevoegdheden van piet?
Normaal zou je denken wat hij vóór 2003 mocht, mag hij ook na 2003. Art. 4:144/147
MAAR nu gaan we lijstje langslopen van bijzondere bepalingen overgangswet: art. 133
bevoegdheden Piet worden bepaald conform boek 4, art. 144/147 bijvoorbeeld. En daarmee
zou Piet een beheersexecuteur worden (2 sterren), MAAR in codicil moet dan staan dat aan
Piet het bezit van de nls is toegekend.
Dus bezit betekent beheer.
Als niet het bezit is toegekend heb ik een executeur met 1 ster, oftewel zonder
beheersbevoegdheid.
Bij codicillen in de hobbysfeer is dat bezit van de nls meestal niet toegekend, maar bij
benoeming van executeur bij de notaris is dat bezit meestal wél toegekend want anders heb
je niet zoveel aan de benoeming.
NA DE PAUZE
A maakt testament in 1990. Noemt B en C tot zijn erfgenamen en neemt op dat regel van plv
van overeenkomstige van toepassing zijn. A komt te overlijden in 2024, B en C leven en C
denkt: wat jammer nu, ik ga weer erven. Ik wil eigenlijk niet erven, ik heb al een groot
vermogen, ben druk bezig geweest met overhevelen van vermogen aan mijn kinderen D en E
en nu als ik erf van A kan ik weer van voor beginnen.
C denkt had A me maar overgeslagen want voordeel daarvan is dat we niet 2x belasting
betalen, maar slechts 1x. Plus waardestijging van het vermogen als A, C had overgeslagen al
bij de kleinkinderen zit.
, Vraag: nls valt dus open in 2024, hoe loopt dit af?
Antwoord:
A heeft niet overgeslagen, maar wat zou C kunnen overwegen? C zou kunnen verwerpen
bijvoorbeeld, dan slaat hij als het ware zichzelf over/onterfd zichzelf. Maar de vraag is dan
als C verwerpt, of D en E wel opkomen?
Hoe kom je op het idee om bij verwerpen te denken aan plv? Plv staat in artikel 4:12 BW
plv is iets uit het versterferfrecht!!! Maar we zitten niet in het versterferfrecht omdat er
een testament is gemaakt in casu!!
Plv clausule is een subisdiaire erfstelling, is er een beetje buur gepeeld?? Bij het begrip plv
uit het versterferfrecht. MAAR Testament in casu was opgemaakt in 1990, daarin is het
begrip plv gebruikt. Maar gaan we dit uitleggen met art. 4:12 BW (huidig) of met het artikel
uit 1990 van plv?
In 1990 stond in de wet over plv alleen plv bij vooroverlijden. Dus als we hier de code
gaan kraken doen we dat niet met huidig art. 4:12 maar met artikel van 1990
In testament staat dan: ‘Ik benoem B en C tot mijn erfgenamen en als C vooroverlijdt, dan
benoem ik D en E. En NIET als C verwerpt.
In casu is dus een begrip gebruikt in testament dat is gemaakt onder oud recht, wat onder
het oud recht een andere lading had dan in het nieuwe recht.
LET OP: wil van A is door invoering van nieuw erfrecht niet mee gewijzigd.
We zijn hier ex. 4:46 de uiterste willen aan het uitleggen
Art. 4:46
Je mag niet zomaar in het wilde weg uitleggen. Krijgen we nog jurisprudentie over van Schols
HR 2023
NB. Zelf lezen over ‘uitleg van uiterste wilsbeschikkingen’
NB. In NL hoeft er niet aan de lopende band iets uitgelegd te worden, komt omdat notaris
ertussen zit.