BIOLOGIE SAMENVATTING
3 vmbo
van der Veen, Daphne
,Inhoud
Organen en cellen.........................................................................................................................................................2
Erfelijkheid.................................................................................................................................................................... 1
Ordening en evolutie.....................................................................................................................................................5
Regeling......................................................................................................................................................................11
Zintuigen en waarnemen............................................................................................................................................15
stevigheid en beweging...............................................................................................................................................19
Gedrag........................................................................................................................................................................22
1
, Organen en cellen
7 levensverschijnselen:
• Bewegen
• Ademhalen
• Voeden
• Voortplanten (“hebben levenscyclus”)
• Uitscheiden (= stoffen afgeven aan de omgeving)
• Groeien
• Waarnemen (zien/horen/ruiken/voelen)
Van groot naar klein:
• Organisme = levend wezen
• Orgaanstelsel = groep van samenwerkende organen (bijv.
ademhalingsstelsel, verteringsstelsel, skelet, bloedvatenstelsel, spierstelsel, zenuwstelsel)
• Orgaan = deel van een organisme met een of meerdere functies
• Weefsel = groep cellen met dezelfde vorm en functie (bijv. beenweefsel,
spierweefsel, zenuwweefsel)
• Cel
Torso = model van de romp van een mens
Middenrif = spierwand die borstholte en buikholte scheidt
Bij veel weefsels zoals beenweefsel ligt tussen de cellen de tussencelstof; dit is dood materiaal
Orgaanstelsel: Functie:
Skelet = beenderstelsel Stevigheid, vorm, bescherming en
beweging mogelijk maken
Spierstelsel Bewegen
Verteringsstelsel Voedsel kleiner maken en opnemen in
het bloed
Ademhalingsstelsel Zuurstof opnemen en koolstofdioxide
afgeven aan de lucht
Bloedvatenstelsel Vervoeren van zuurstof en
voedingsstoffen naar de
spieren/organen. Afvoeren van
koolstofdioxide en afvalstoffen
Zenuwstelsel Informatie van je zintuigen naar je
hersenen sturen en van je hersenen
informatie naar je spieren sturen
Preparaat = voorwerp dat je bekijkt onder de microscoop Microscoop
onderdelen:
• Oculair = bovenste lens waar je doorheen kijkt
• Tubus = buis die het licht doorlaat naar het oculair
• Revolver = draaischijf waaraan de objectieven zitten
• Objectief =lens aan de revolver
• Tafel = hier leg je het preparaat op
• Preparaatklem
• Diafragma = draaischijf die de hoeveelheid licht regelt
• Grote (stel)schroef = hiermee kun je grof scherpstellen
2
3 vmbo
van der Veen, Daphne
,Inhoud
Organen en cellen.........................................................................................................................................................2
Erfelijkheid.................................................................................................................................................................... 1
Ordening en evolutie.....................................................................................................................................................5
Regeling......................................................................................................................................................................11
Zintuigen en waarnemen............................................................................................................................................15
stevigheid en beweging...............................................................................................................................................19
Gedrag........................................................................................................................................................................22
1
, Organen en cellen
7 levensverschijnselen:
• Bewegen
• Ademhalen
• Voeden
• Voortplanten (“hebben levenscyclus”)
• Uitscheiden (= stoffen afgeven aan de omgeving)
• Groeien
• Waarnemen (zien/horen/ruiken/voelen)
Van groot naar klein:
• Organisme = levend wezen
• Orgaanstelsel = groep van samenwerkende organen (bijv.
ademhalingsstelsel, verteringsstelsel, skelet, bloedvatenstelsel, spierstelsel, zenuwstelsel)
• Orgaan = deel van een organisme met een of meerdere functies
• Weefsel = groep cellen met dezelfde vorm en functie (bijv. beenweefsel,
spierweefsel, zenuwweefsel)
• Cel
Torso = model van de romp van een mens
Middenrif = spierwand die borstholte en buikholte scheidt
Bij veel weefsels zoals beenweefsel ligt tussen de cellen de tussencelstof; dit is dood materiaal
Orgaanstelsel: Functie:
Skelet = beenderstelsel Stevigheid, vorm, bescherming en
beweging mogelijk maken
Spierstelsel Bewegen
Verteringsstelsel Voedsel kleiner maken en opnemen in
het bloed
Ademhalingsstelsel Zuurstof opnemen en koolstofdioxide
afgeven aan de lucht
Bloedvatenstelsel Vervoeren van zuurstof en
voedingsstoffen naar de
spieren/organen. Afvoeren van
koolstofdioxide en afvalstoffen
Zenuwstelsel Informatie van je zintuigen naar je
hersenen sturen en van je hersenen
informatie naar je spieren sturen
Preparaat = voorwerp dat je bekijkt onder de microscoop Microscoop
onderdelen:
• Oculair = bovenste lens waar je doorheen kijkt
• Tubus = buis die het licht doorlaat naar het oculair
• Revolver = draaischijf waaraan de objectieven zitten
• Objectief =lens aan de revolver
• Tafel = hier leg je het preparaat op
• Preparaatklem
• Diafragma = draaischijf die de hoeveelheid licht regelt
• Grote (stel)schroef = hiermee kun je grof scherpstellen
2