HC1: GESCHIEDENIS (KLINISCHE) SEKSUOLOGIE & ONDERZOEK
Klinische psychologie & seksuologie
Klinische psychologie = houdt zich bezig met al het menselijk gedrag dat
afwijkt van de norm.
Positieve psychologie = veerkracht, positieve krachten, gezond, positieve
aspecten bereiken.
DSM-5-TR = recente versie classificatiesysteem voor psychische stoornissen,
obv wetenschappelijke en klinische inzichten.
Stoornis = significant klinisch lijden
Seksuologie = houdt zich bezig met de wetenschappelijke benadering van
biologische, psychologische en sociale grondslagen van seksualiteit.
Seksuele disfunctie = seksueel probleem dat vaak/altijd voorkomt en waar
men behoorlijk/erg veel last van heeft (man 8%, vrouw 11% trans/non-binair
18%)
Klinische psychologie x seksuologie:
Wetenschappelijke benadering van seksualiteit vanuit een biopsychosociaal
perspectief. Speciale aandacht voor seksuele stoornissen/problemen, maar ook
voor positieve seksualiteit.
+/- 1900: ontstaan van de moderne seksuologie
- 1900: EU en VS wetenschappelijke belangstelling voor seksualiteit.
o Focus: verschuiving religieuze/juridische (goed VS slecht) naar
medisch-psychiatrische (gezond VS ongezond) blik op seksueel
gedrag
- 1886: Psychopathia Sexualis – Krafft-Ebing: eerste handboek over
seksuele psychopathie, classificatie van seksuele afwijkingen, casestudies
- Psychoanalyse (driftpsychologie) – Freud
o Driften = oerkrachten waar mensen niet van bewust zijn en
bepalend zijn voor gedrag, aangeboren menselijke behoefte,
biologisch instinct, seksueel (= libido)
Seksueel object = (deel van) persoon, nodig voor ontlading
van drift
Seksueel doel = seksuele handelingen gedreven door drift
- Psychoanalytische theorie = persoonlijkheidsontwikkeling bepaald door
seksuele ontwikkeling, met diverse fases:
o Pregenitale fasen (2-5 jaar)
Orale fase: mond
Anale fase: anus (poep & plas) & zindelijk worden
Fallische fase met genitaliën (man/vrouw verschillen)
o Latentiefase (5-12 jaar): seksuele ontwikkeling staat stil &
cognitieve functies
o Genitale fase (12+ jaar) met intieme relaties, mits andere fasen
goed doorlopen
- Psychoanalytische therapie = behandeling psychologische/seksuele
problemen, onderbewuste, vergeten ervaringen en onopgeloste conflicten
1900-1940: eerste bloeiperiode van de seksuologie
,De seksuologie ontwikkelt zich interdisciplinair (geneeskunde, psychologie,
sociologie, recht, ethiek) met artsen en psychiaters als dominante figuren.
Belangrijke stappen:
- Oprichting van seksuologische verenigingen en tijdschriften
- 1919: Institut für Sexualwissenschaft – Hirschfeld: onderzoek,
preventie, hulpverlening
- Debat over maatschappelijke rol van seksualiteit:
o Hirschfeld: emancipatie bevorderend, gelijkheid, vrijheid, tolerantie
o Moll: aanpassend aan de heersende maatschappelijke orde
- 1933: Hirschfelds instituut vernietigd door nazi’s, stop bloeiperiode
Na WOII: wederopbouw en Amerikaanse dominantie
Na 1945 verschuift het zwaartepunt naar de VS en wordt de seksuologie
interdisciplinairer.
- 1948-1953: Kinsey reports – Kinsey onderzoekt seksueel gedrag van
medisch naar meerdere disciplines (biologie, sociologie, cultureel/sociaal,
biologisch)
o Taxonomie van menselijk seksueel gedrag, zonder morele oordelen
goed/fout
o Controversieel: onthullingen over masturbatie, orgasme, seks voor
huwelijk, vrouwen, prostitutie, homoseksualiteit (Kinsey-schaal van
homo tot hetero)
- Biologische en endocrinologische benaderingen
o Beach: hoe hormonen (seksueel) gedrag beïnvloeden,
gedragsendocrinologie, menselijke seksualiteit: cultuur, leren,
sociale normen
o John Money: onderscheid seks & gender, theorieën over
genderidentiteit
- 1966-1970: Human Sexual Response – Masters & Johnson:
observatiestudie fysiologie
o Seksuele responscyclus = opwinding, plateau, orgasme,
ontspanning/herstel
o Sekstherapie met sensate focus (= (seks)aanrakingsoefeningen
voor koppels)
o Controversiële methode: observeren tijdens seks/prostituees
(generalisatie?)
- 1970: Human Sexual Inadequacy – Masters & Johnson
o Spectatoring = overmatig aandacht op eigen lichaamsdelen en/of
geschiktheid van zichzelf als seksuele partner, kan zorgen voor:
o Seksuele vermijding en disfuncties = verstoring van fase
responscyclus
o Legden basis voor gedragstherapie bij seksuele disfuncties
(koppels):
Doel: door gedragsoefeningen de natuurlijke seksuele respons
opnieuw doen laten optreden/herstellen
Nadruk op coïtus verbod (= seksverbod) en sensate focus
Therapie voor koppels: geen vrouw kreeg een vrouw
Stappen: niet-genitaal strelen, strelen met genitalia en
coïtushouding
Anticonceptie: seks niet alleen huwelijk en voortplanting,
vrouwgericht
- 1974: Kaplan voegt fase van verlangen toe aan seksuele responscyclus
(cognitief)
- 1974: homoseksualiteit geschrapt uit classificatiesysteem (DSM) –
normalisatie
,1973-2000: medicalisering VS social constructionism
Er ontstaat een schommeling tussen biologische en sociale verklaringen. Biologie
en fysiologie worden minder door opkomt van sociaal-constructivisme =
sociaalmaatschappelijke factoren: maatschappij bepaalt wat mensen als
(normale) seksualiteit ervaren, welke betekenis het heeft en in welke mate
mensen vrijheid & recht hebben om eigen seksualiteit vorm te geven
- 1973: Sexual Script Theory – Gagnon & Simon = seksualiteit wordt
sociaal gevormd door aangeleerde scripts, die gevormd worden door
opvoeding, cultuur, omgeving, alledaagse invloeden en eerdere seksuele
ervaringen
- Feministische en sociologische auteurs benadrukken macht, genderrollen
en culturele normvorming & groeit de aandacht voor seksueel geweld en
seksuele gelijkheid (m/v)
- 1973: International Academy of Sex Research (IASR) die zorgde voor
academische erkenning en hoge wetenschappelijke standaarden
- Tijdschriften zoals Journal of Sex Research en Archives of Sexual
Behavior maakten seksuologie een herkenbaar en serieus
wetenschapsgebied
- Wereldcongressen via de World Association for Sexual Health (WAS)
gaf seksuologie internationale zichtbaarheid en maatschappelijke impact
- 1998: Viagra (disfuncties van een man biologisch benaderd), toename
biologische benaderingen van seksualiteit
Na 2000: verdere professionalisering van de seksuologie
- Toename wetenschappelijk onderzoek
- Formalisering van specialistische opleidingen
- Integratie seksuologie in gezondheidszorg: kennis seksuologische
hulpverlening
- Erkenning van seksuele rechten (WHO, 2006): door brede definitie
seksuele gezondheid
- Digitale technologie en online interventies
- Verandering in seksuele voorlichting: verplicht op scholen, brede kijk,
consent, genderdiversiteit, sexting
- Internationale samenwerking en richtlijnen voor behandeling:
wetenschappelijk onderzoek, standaardisering behandeling, vertaalslag
naar de praktijk
- Niet alleen fysiologie: multidisciplinaire samenwerking medisch en
psychologisch
- Door betere methodologie en bredere acceptatie in samenleving
- Interventies online: laagdrempelig & toegankelijker
Belangrijke jaartallen:
- 1998-2005: O’Connell clitoris intern gelegen en grootte als een penis
- 1962-2021: Ellen Laan
o Oprichter: Seksueel Welzijn Nederland
o Focus: seksueel plezier als belangrijk onderdeel van seksuele
gezondheid & gelijkheid tussen mannen en vrouwen in het ervaren
daarvan
o Baanbrekend onderzoek: determinanten van seksuele opwinding bij
vrouwen
Mannen en vrouwen vergelijkbaar in vermogen seksueel
genot ervaren: responsiviteit op seksuele prikkels, seksueel
verlangen, seksdrive/hormonen
, Verschil: gendergebonden seksuele scripts (verwachtingen)
wat de seksuele respons kan belemmeren en zorgt voor
pleasure gap
Coïtale imperatief (= seks is penetratie) beperkt vrouwen in
ervaren plezier
Waar staan we nu
Biopsychosociale benadering van seksualiteit en
seksuele problemen. Onderzoek naar predictoren en
onderliggende mechanismen (in stand houdende
factoren) van seksuele problemen en positieve
seksualiteit.
- Wat beschouwen we als stoornis (abnormaal)?
- Welke stoornissen onderscheid je?
- Welke behandelingen worden er gegeven?
Nadelen DSM: stigmatisering, categorisering, veel
stoornissen
Toekomst van de seksuologie
- Spanningen tussen biologische en sociale benaderingen
- Discussies over (ab)normaliteit
- Taboes: kinderlijke seksualiteit en vrouwelijke genitale verminking
- Erosie academische posities, maar recente nieuwe leerstoelen bieden hoop
Seksuologie blijft streven naar biopsychosociale, empirisch onderbouwde en
maatschappelijk verantwoorde benadering van seksualiteit.
Laan: biopsychosociaal perspectief op seksueel plezier en gender
Veel publicaties gaan uit van evolutionair-psychologisch kader = mannen
zouden biologisch geprogrammeerd zijn voor seks en reproductie en daardoor
hogere drive(-ervaring) hebben.
Narrative view = auteurs verzamelen en analyseren bestaand wetenschappelijk
bewijs (biologisch, psychologisch, sociologisch) over seksueel plezier, genitale
responsiviteit, seksuele ervaringen en verschillen tussen genders.
Belangrijkste bevindingen:
1) Vermogen tot seksueel plezier (pleasure gap): geen verschil tussen
mannen en vrouwen
2) Pleasure gap en ongelijke kansen: maatschappelijke, relationele en
culturele verklaringen: culturele opvattingen, niet gericht op plezier,
gebrek aan kennis, stereotype
HC2: PSYCHOBIOLOGISCHE PERSPECTIEF
Gender en sekse
Biologische man = iemand die geboren is met testikels
Biologische vrouw = iemand die geboren is met baarmoeder & eierstokken
Op biologisch vlak is sekse ook een spectrum.
Biologisch – evolutionair perspectief
Psychobiologie = de evolutie naar hormonen.
Evolutionaire biologie = elke aanpassing van de mens is functioneel voor
voortbestaan.
Reproductief gedrag = gedrag dat te maken heeft met voortplanting/krijgen
van nakomelingen. Evolutionaire perspectief: gedrag dat de kans vergtoot dat je
genen worden doorgegeven.
- Verschil in reproductieve investering: m/v verschillen