Hf 1.1-1.3 en 1.5
Online marketing: Proces waarbij organisaties en klanten via internetwaarden en producten creëren
en met elkaar uitwisselen.
8 soorten websites
1. Corporate: Algemene pagina van een bedrijf
2. Webshop: Site waar je producten kunt kopen
3. Communicatiesite: Informatie over producten en diensten (je kunt hier niks kopen)
4. Lead generation site: gericht op potentiële klanten
5. Merksite: Merkkennis, interactie en vermaak. (Gave filmpjes, je kunt hier niks kopen)
6. Dienstverleningsite: Geven niet alleen informatie, maar spelen ook een rol in productieproces
(NS, 9292)
7. Inhoudssite: Geven de bezoekers informatie
8. Portel:
BOE:
- bought media (Paid media): advertenties
- owned media: media die van het bedrijf zelf zijn (allerhande)
- earned media: Gratis publiciteit
marketing mix: 4c’s
- product costumer solution: oplossing
- prijs cost: kosten
- plaats convenience: gebruiksgemak
- promotie communication: promotie uit twee kanten
Hf 3.2 en 3.4
Barrieres voor aankopen via internet
- Financieel risico: betaald maar bang dat het niet wordt bezorgd
- Functioneel risico: het product is heel anders dan verwacht
- Psychologisch risico: angst dat je gegevens online rond blijven zwefen
- Tijd-gemaks-risico: vele mogelijkheden, je bent lang bezig met het juiste te vinden
Relevante trends
1. Augmented + virtual reality: het samensmelten van het echte leven en internet
2. Verdere ontwikkeling Social Media: verschillende media worden gecombineerd met elkaar
3. Sensoren helpen de gebruiker: bijvoorbeeld een zelfrijdende auto, smart koelkast etc.
4. Advanced machine learning: de computer leert van dingen die ze al eerder hebben gedaan
5. Conversational systems: siri, alexa, google, communiceren via taal
6. Digitalisering van de dienstverlening: toenemend gebruik van apps en robotisering
7. 3D-printen: goedkoper en toegankelijker, een product wordt gebouwd door plastic laag voor laag.
HF 3.6 en 3.8, 4.2 4.4.1, 8.3 t/m 8.3.5, 9.2.2 9.2.4
1. Co-innovatie: producten en diensten worden ontwikkeld samen met potentiële klanten (geheel
nieuw)
2. Co-productie: Klanten nemen deel over van het productieproces (fotoalbum maken)
3. Customization: producten en diensten kunnen “op maat” worden gemaakt (nike)
4. Integratie: producten van verschillende leveranciers worden als 1 geheel aangeboden (reissite)
, Online marketing Funnel
1. Bezoeken:
2. Boeien: klanten erbij houdt, wat vinden andere klanten ervan
3. Beslissen: de klant heeft de juiste informatie om het te kopen
4. Bestellen: het gemak is hierbij belangrijk
5. Betalen: vertrouwen krijgen in een site, door een keurmerk bijvoorbeeld
6. Binden: herhaal aankopen
Customer insight: informatie verzamelen over jouw koopgedrag
3 V’s van big data
- Volume: hoeveelheid data die je verzamelt
- Variety: de verschillende soorten data, gestructureerd of ongestructureerd
- Velocity: snelheid dat informatie wordt verwerkt
Hf 2.32 en 9.2.2 t/m 9.2.4
Prijsbepalen 3 manieren
1. Wat kost het om iets te maken (kosten georiënteerd
2. Concurrentie georiënteerd (Wat doet de concurrentie)
3. Waarde georiënteerd (Wat mensen voor het product overhebben)
Prijsmodellen
1. Persoonsgebonden prijs: zelfde prijs per gebruiker
2. Simultane gebruikersprijs: gelijktijdig gebruik
3. Gelaagde prijs: prijs daalt bij grotere afname
4. Hybride prijs: vast + variabel deel
5. Bundelprijs: samen goedkoper
6. Upgradeprijs: comfort class
7. Dynamische prijsmodellen: gebaseerd op capaciteit (hoe korter hoe duurder)
(In)directe verdienmodellen
1. Abonnement model: kleine abonnementen maar ook grotere
2. Lokaas model: je betaalt voor het ene goedkoop maar moet je iets bijkopen is het duurder
3. Freemium/ instap model: voor onbetaalde tijd gratis gebruiken, wil je zonder reclame luisteren=
betalen
4. Advertentiemodel: draaien op het maken van reclame, nieuwssites bijvoorbeeld
5. Veilingmodel: vraag en aanbod worden bij elkaar gevraagd
6. Makelaarsmodel: het laten zien wat er te koop is (vergelijkingssites)
7. Verkoop gebruik gegevens: cookies, (facebook, snapchat)
Online marketing: Proces waarbij organisaties en klanten via internetwaarden en producten creëren
en met elkaar uitwisselen.
8 soorten websites
1. Corporate: Algemene pagina van een bedrijf
2. Webshop: Site waar je producten kunt kopen
3. Communicatiesite: Informatie over producten en diensten (je kunt hier niks kopen)
4. Lead generation site: gericht op potentiële klanten
5. Merksite: Merkkennis, interactie en vermaak. (Gave filmpjes, je kunt hier niks kopen)
6. Dienstverleningsite: Geven niet alleen informatie, maar spelen ook een rol in productieproces
(NS, 9292)
7. Inhoudssite: Geven de bezoekers informatie
8. Portel:
BOE:
- bought media (Paid media): advertenties
- owned media: media die van het bedrijf zelf zijn (allerhande)
- earned media: Gratis publiciteit
marketing mix: 4c’s
- product costumer solution: oplossing
- prijs cost: kosten
- plaats convenience: gebruiksgemak
- promotie communication: promotie uit twee kanten
Hf 3.2 en 3.4
Barrieres voor aankopen via internet
- Financieel risico: betaald maar bang dat het niet wordt bezorgd
- Functioneel risico: het product is heel anders dan verwacht
- Psychologisch risico: angst dat je gegevens online rond blijven zwefen
- Tijd-gemaks-risico: vele mogelijkheden, je bent lang bezig met het juiste te vinden
Relevante trends
1. Augmented + virtual reality: het samensmelten van het echte leven en internet
2. Verdere ontwikkeling Social Media: verschillende media worden gecombineerd met elkaar
3. Sensoren helpen de gebruiker: bijvoorbeeld een zelfrijdende auto, smart koelkast etc.
4. Advanced machine learning: de computer leert van dingen die ze al eerder hebben gedaan
5. Conversational systems: siri, alexa, google, communiceren via taal
6. Digitalisering van de dienstverlening: toenemend gebruik van apps en robotisering
7. 3D-printen: goedkoper en toegankelijker, een product wordt gebouwd door plastic laag voor laag.
HF 3.6 en 3.8, 4.2 4.4.1, 8.3 t/m 8.3.5, 9.2.2 9.2.4
1. Co-innovatie: producten en diensten worden ontwikkeld samen met potentiële klanten (geheel
nieuw)
2. Co-productie: Klanten nemen deel over van het productieproces (fotoalbum maken)
3. Customization: producten en diensten kunnen “op maat” worden gemaakt (nike)
4. Integratie: producten van verschillende leveranciers worden als 1 geheel aangeboden (reissite)
, Online marketing Funnel
1. Bezoeken:
2. Boeien: klanten erbij houdt, wat vinden andere klanten ervan
3. Beslissen: de klant heeft de juiste informatie om het te kopen
4. Bestellen: het gemak is hierbij belangrijk
5. Betalen: vertrouwen krijgen in een site, door een keurmerk bijvoorbeeld
6. Binden: herhaal aankopen
Customer insight: informatie verzamelen over jouw koopgedrag
3 V’s van big data
- Volume: hoeveelheid data die je verzamelt
- Variety: de verschillende soorten data, gestructureerd of ongestructureerd
- Velocity: snelheid dat informatie wordt verwerkt
Hf 2.32 en 9.2.2 t/m 9.2.4
Prijsbepalen 3 manieren
1. Wat kost het om iets te maken (kosten georiënteerd
2. Concurrentie georiënteerd (Wat doet de concurrentie)
3. Waarde georiënteerd (Wat mensen voor het product overhebben)
Prijsmodellen
1. Persoonsgebonden prijs: zelfde prijs per gebruiker
2. Simultane gebruikersprijs: gelijktijdig gebruik
3. Gelaagde prijs: prijs daalt bij grotere afname
4. Hybride prijs: vast + variabel deel
5. Bundelprijs: samen goedkoper
6. Upgradeprijs: comfort class
7. Dynamische prijsmodellen: gebaseerd op capaciteit (hoe korter hoe duurder)
(In)directe verdienmodellen
1. Abonnement model: kleine abonnementen maar ook grotere
2. Lokaas model: je betaalt voor het ene goedkoop maar moet je iets bijkopen is het duurder
3. Freemium/ instap model: voor onbetaalde tijd gratis gebruiken, wil je zonder reclame luisteren=
betalen
4. Advertentiemodel: draaien op het maken van reclame, nieuwssites bijvoorbeeld
5. Veilingmodel: vraag en aanbod worden bij elkaar gevraagd
6. Makelaarsmodel: het laten zien wat er te koop is (vergelijkingssites)
7. Verkoop gebruik gegevens: cookies, (facebook, snapchat)