Inzend opgave 2:
1. 12P
A)
- De hoeveelheid melktanden en permanente elementen. Bij jonge dieren.
- De bedekking van het permanente gebit met tandplak en/of tandsteen.
- Het melkgebit, welke melktanden zijn doorgebroken.
B)
- De leeftijd schatten aan de hand van de hoeveelheid melktanden en permanente elementen.
Deze schatting is niet erg nauwkeurig, omdat het doorkomen en wisselen van de elementen
sterk varieert per ras.
- De bedekking van het permanente gebit met tandplak en/of tandsteen. Deze schatting is een
zeer grove schatting, omdat de hoeveelheid tandplak en/of tandsteen afhankelijk is van de
voeding en het eventuele poetsen van de tanden door de eigenaar en het al dan niet behandelt
zijn van het dier (gebitsreiniging).
- Welke melktanden zijn doorgebroken. De schatting is niet erg nauwkeurig, omdat het soort
specifiek is.
2. 10P
A)
- Moeilijk eten of drinken
- Speekselen
- Afwijkende geur uit de bek
- Zwellingen
- Roodheid van het slijmvlies
B)
Voor een grondige gebitsinspectie is sedatie noodzakelijk, omdat een gebitsonderzoek vaak in
enkele oogopslagen gebeurt. De meeste dieren vinden het namelijk erg vervelend als de bek
geopend word. Als het dier onder narcose is, kan er uitgebreid naar het gebit gekeken worden,
nadat er uitgebreid gekeken is naar het gebit kan pas een goed besluit genomen worden over de
benodigde behandeling.
3. 12P
A)
De dierenarts ziet aan het gebit dat de jonge hond op de plek van de hoektanden één hoektand
heeft en één melkhoektand.
B)
Het advies van de dierenarts is om de melkhoektand operatief te verwijderen. Dit adviseert de
dierenarts, omdat de melkhoektand ervoor kan zorgen dat het blijvende gebit een afwijkende stand
heeft. Daarnaast is er sprake van een vergrote kans op aantasting van de blijvende tand.
4. 12P
A)
Een uitgebreide gebitsinspectie is nodig, omdat FORL’s niet altijd direct zichtbaar zijn door
bijvoorbeeld overliggen tandvlees of door de aanwezigheid van tandplak/tandsteen.
B)
De dierenarts zal een röntgenfoto laten maken van het gebit, omdat sommige FORL’s optreden in
de wortel, deze FORL’s zijn met het blote oog dus niet zichtbaar en kunnen alleen gezien worden
door middel van een röntgenfoto.
C)
De behandeling van een FORL bestaat uit het trekken van de aangedane tand. Dit kan erg lastig
zijn, omdat de tand door de ondermijning van het tandbeen bros is geworden. Er moet voorkomen
1. 12P
A)
- De hoeveelheid melktanden en permanente elementen. Bij jonge dieren.
- De bedekking van het permanente gebit met tandplak en/of tandsteen.
- Het melkgebit, welke melktanden zijn doorgebroken.
B)
- De leeftijd schatten aan de hand van de hoeveelheid melktanden en permanente elementen.
Deze schatting is niet erg nauwkeurig, omdat het doorkomen en wisselen van de elementen
sterk varieert per ras.
- De bedekking van het permanente gebit met tandplak en/of tandsteen. Deze schatting is een
zeer grove schatting, omdat de hoeveelheid tandplak en/of tandsteen afhankelijk is van de
voeding en het eventuele poetsen van de tanden door de eigenaar en het al dan niet behandelt
zijn van het dier (gebitsreiniging).
- Welke melktanden zijn doorgebroken. De schatting is niet erg nauwkeurig, omdat het soort
specifiek is.
2. 10P
A)
- Moeilijk eten of drinken
- Speekselen
- Afwijkende geur uit de bek
- Zwellingen
- Roodheid van het slijmvlies
B)
Voor een grondige gebitsinspectie is sedatie noodzakelijk, omdat een gebitsonderzoek vaak in
enkele oogopslagen gebeurt. De meeste dieren vinden het namelijk erg vervelend als de bek
geopend word. Als het dier onder narcose is, kan er uitgebreid naar het gebit gekeken worden,
nadat er uitgebreid gekeken is naar het gebit kan pas een goed besluit genomen worden over de
benodigde behandeling.
3. 12P
A)
De dierenarts ziet aan het gebit dat de jonge hond op de plek van de hoektanden één hoektand
heeft en één melkhoektand.
B)
Het advies van de dierenarts is om de melkhoektand operatief te verwijderen. Dit adviseert de
dierenarts, omdat de melkhoektand ervoor kan zorgen dat het blijvende gebit een afwijkende stand
heeft. Daarnaast is er sprake van een vergrote kans op aantasting van de blijvende tand.
4. 12P
A)
Een uitgebreide gebitsinspectie is nodig, omdat FORL’s niet altijd direct zichtbaar zijn door
bijvoorbeeld overliggen tandvlees of door de aanwezigheid van tandplak/tandsteen.
B)
De dierenarts zal een röntgenfoto laten maken van het gebit, omdat sommige FORL’s optreden in
de wortel, deze FORL’s zijn met het blote oog dus niet zichtbaar en kunnen alleen gezien worden
door middel van een röntgenfoto.
C)
De behandeling van een FORL bestaat uit het trekken van de aangedane tand. Dit kan erg lastig
zijn, omdat de tand door de ondermijning van het tandbeen bros is geworden. Er moet voorkomen