SAMENVATTING ECONOMIE HOOFDSTUK 26 + 27
HOOFDSTUK 26 -
Hoofdstuk 26.1 - Veranderingen in de reële productie
Economische groei is geen tijdelijk proces. Er zijn perioden van relatief snelle groei, die
worden afgewisseld door perioden van stagnatie.
Het BBP is een maatstaf voor de economische prestaties van een land. Het geeft de
waarde weer van alle goederen en diensten die door een land in een bepaald jaar zijn
voortgebracht. Het reëel BBP is het BBP gecorrigeerd met veranderingen in het
algemeen prijspeil. Dit is de volumemutatie van het BBP.
Index reëel BBP: index nominaal BBP / index algemeen prijspeil x 100
(RIC:NIC/PICx100)
Conjunctuur: de min of meer regelmatige schommeling in de groei van het reëel BBP
rond de trendlijn als gevolg van veranderingen in de vraag naar goederen en diensten.
Hoogconjunctuur: de periode dat de groei van het reële BBP meer dan gemiddeld is,
dus boven de trendlijn. In een dergelijke periode is de werkgelegenheid hoog en kan
er makkelijk inflatie ontstaan.
Laagconjunctuur: de periode dat de groei van het reële BBP minder dan gemiddeld is,
dus onder de trendlijn. In een dergelijke periode is de werkloosheid relatief hoog.
Recessie: een daling van de groei van het reële BBP gedurende minstens 2 kwartalen.
Depressie: een lang aangehouden recessie
Hoofdstuk 26.2 - Werkloosheid en vacatures
Veranderingen in het BBP hebben invloed op werkloosheid en het aantal vacatures.
Beroepsbevolking: iedereen tussen de 15 en 65 jaar, die minstens 12 uur per week
werkt of wil werken.
Werkloosheid:
- Geen betaald werk hebben
- Actief zoeken naar een baan van minimaal 12 uur per week
- Direct beschikbaar zijn
Werkgelegenheid: werkenden + vacatures. Deze kan worden gemeten in arbeidsjaren
en in personen.
Werkloosheidspercentage: werkloze beroepsbevolking / beroepsbevolking x 100%
Bij een geringe economische groei kan de werkloosheid toch al oplopen. Elk jaar is er
een stijging van de arbeidsproductiviteit, waardoor dezelfde productie bereikt kan
worden met minder mensen. Er is dus economische groei nodig om de
werkgelegenheid in stand te houden.
De p/a-ratio geeft aan hoeveel personen gemiddeld in 1 arbeidsjaar werken.
P/a-ratio: aantal werkenden / arbeidsjaren
Hoe hoger het getal is wat hieruit komt, hoe meer mensen er in een arbeidsjaar
werken, oftewel hoe meer mensen in deeltijd werken.
HOOFDSTUK 26 -
Hoofdstuk 26.1 - Veranderingen in de reële productie
Economische groei is geen tijdelijk proces. Er zijn perioden van relatief snelle groei, die
worden afgewisseld door perioden van stagnatie.
Het BBP is een maatstaf voor de economische prestaties van een land. Het geeft de
waarde weer van alle goederen en diensten die door een land in een bepaald jaar zijn
voortgebracht. Het reëel BBP is het BBP gecorrigeerd met veranderingen in het
algemeen prijspeil. Dit is de volumemutatie van het BBP.
Index reëel BBP: index nominaal BBP / index algemeen prijspeil x 100
(RIC:NIC/PICx100)
Conjunctuur: de min of meer regelmatige schommeling in de groei van het reëel BBP
rond de trendlijn als gevolg van veranderingen in de vraag naar goederen en diensten.
Hoogconjunctuur: de periode dat de groei van het reële BBP meer dan gemiddeld is,
dus boven de trendlijn. In een dergelijke periode is de werkgelegenheid hoog en kan
er makkelijk inflatie ontstaan.
Laagconjunctuur: de periode dat de groei van het reële BBP minder dan gemiddeld is,
dus onder de trendlijn. In een dergelijke periode is de werkloosheid relatief hoog.
Recessie: een daling van de groei van het reële BBP gedurende minstens 2 kwartalen.
Depressie: een lang aangehouden recessie
Hoofdstuk 26.2 - Werkloosheid en vacatures
Veranderingen in het BBP hebben invloed op werkloosheid en het aantal vacatures.
Beroepsbevolking: iedereen tussen de 15 en 65 jaar, die minstens 12 uur per week
werkt of wil werken.
Werkloosheid:
- Geen betaald werk hebben
- Actief zoeken naar een baan van minimaal 12 uur per week
- Direct beschikbaar zijn
Werkgelegenheid: werkenden + vacatures. Deze kan worden gemeten in arbeidsjaren
en in personen.
Werkloosheidspercentage: werkloze beroepsbevolking / beroepsbevolking x 100%
Bij een geringe economische groei kan de werkloosheid toch al oplopen. Elk jaar is er
een stijging van de arbeidsproductiviteit, waardoor dezelfde productie bereikt kan
worden met minder mensen. Er is dus economische groei nodig om de
werkgelegenheid in stand te houden.
De p/a-ratio geeft aan hoeveel personen gemiddeld in 1 arbeidsjaar werken.
P/a-ratio: aantal werkenden / arbeidsjaren
Hoe hoger het getal is wat hieruit komt, hoe meer mensen er in een arbeidsjaar
werken, oftewel hoe meer mensen in deeltijd werken.