Lijst terminologie en anatomie
Behorend bij hoor-en werkcolleges van week 1
Leerdoelen:
Je kent de betekenis van deze termen
Van de anatomische structuren ken je naast de betekenis ook de locatie in het lichaam
belangrijkste termen in de anatomie
(anatomische vlakken, positionele termen, lichaamsgebieden) 9 buikregio’s mag je overslaan.
Medische terminologie/ Anatomie
Anatomie Leer van de bouw van het menselijk lichaam (ontleding)
Fysiologie Fysiologie is de leer van de activiteiten in het lichaam van levende
organismen. De fysiologie houdt zich bezig met de werking (functie) van
de organen.
Pathologie Ziektenleer. Pathologie of ziekteleer bestudeert het ontstaan en verloop
van ziektes
Sagittaal vlak Een anatomisch vlak dat van voor naar achteren door het lichaam loopt
en dit verdeelt in een linker en rechterhelft
Transversaal vlak Het anatomisch vlak dat dwars op de lichaam-as staat, dit is horizontaal
bij de mens, verdeelt het lichaam in boven en onderkant
Frontaal/coronaal vlak Verdeeld het lichaam in een voor-en achter gedeelte, de voorkant en de
achterkant van het lichaam waar je recht tegenaan kijkt, van voren of van
achteren
Dexter Rechts/rechtsgelegen
Sinister Links/linksgelegen
Lateraal Aan de zijkant (buiten)
Mediaal Aan de binnenzijde/in het midden gelegen (naar binnen)
Craniaal Aan de bovenzijde/met betrekking tot de schedel (hoog) of superior
Caudaal Naar het uiteinde toe, aan de onderzijde (naar beneden) of inferior
Ventraal Aan de buikzijde, aan de voorkant van het lichaam of anterior
Dorsaal Aan de rugkant gelegen of posterior
Proximaal Dichtbijgelegen, het lichaamsonderdeel ligt dus dichter naar het centrum
van het lichaam dan een ander lichaamsonderdeel (bijvoorbeeld
heupgewricht ligt dichterbij het centrum dan het kniegewricht
Distaal Naar het einde van de ledematen toe, tegenovergestelde van proximal
(verder van het centrum van het lichaam)
Anterior Vooraan, aan de voorkant, aan de voorkant liggend
Posterior Aan de achterkant, aan de achterzijde gelegen (de rugzijde)
, MK 1.1 2019-2020
Superior Hoger gelegen, een lichaamsdeel ligt hoger dan de andere
Inferior Onder gelegen, een lichaamsdeel dat lager ligt dan een ander
Internus Binnenkant (binnen)
Externus Buitenkant (buiten)
Flexie Een buiging, een buigbeweging in een gewricht door de buigspieren
Extensie Strekken van de ledematen
Exorotatie De beweging van een ledemaat in het Transversaal vlak, de anatomische
houding, draait naar buiten
Endorotatie Tegenovergestelde van exorotatie, beweging naar binnen vanuit de
neutral uitgangshouding
Adductie Beweging naar elkaar toe, waarbij een ledemaat in het frontale vlak naar
het lichaam toe wordt bewogen (dus zijwaarts)
Abductie Afvoering, beweging opzij in het frontale vlak, van het lichaam af
Supinatie Het buitenwaarts draaien van arm, been of voet, houding van de hand
waarbij de handpalm naar boven wijst
Pronatie houding van de hand, waarbij de handpalm naar beneden wijst, houding
van de voet, waarbij de binnenzijde van de voet naar beneden is gekeerd
Inter- tussen
Sub- onder
Super- boven
Epi- Boven, op of over
Retro- achter
Peri- Om, rondom
Endo- Binnen, in of inwendig
Exo- buiten
Arteria (a.) slagader
Arteriae (aa.) Slagaders
Vena (v.) ader
Venae (vv.) aders
Nervus (n.) zenuw