Begrippenlijst DT2 H&G
Hoofdstuk 8, slapen
BEGRIP BETEKENIS
Endogeen circadiaans Biologisch ritme waarvan de cyclus 24,2 uur duurt. Beïnvloed slaap-waak en eten,
ritme drinken, urineren, secretie van hormonen, stemming en lichaamstemperatuur
Endogeen circannual Biologisch ritme dat ongeveer één jaar duurt, vaak seizoensgebonden. Wordt
ritme aangestuurd door interne klokken en vaak gesynchroniseerd met de omgeving
Biologische klok Aangeboren mechanisme dat een ritme van alertheid en lichaamschemie reguleert
zonder licht
Zeitgeber Stimulus die het circadiaanse ritme reset
Insomnia Slapeloosheid
Jetlag Verstoring van circadiane ritme door het kruisen van tijdzones. Verschillen tussen
externe en biologische klok
Fase-delay Naar het westen reizen, makkelijker. Tijd achteruit -> langer wakker, later op
Fase-advance Naar het oosten reizen, moeilijker. Tijd vooruit -> eerder slapen en eerder wakker
Ochtendmensen Mensen die in de ochtend alert zijn
Avondmensen Mensen die in de avond alert zijn
Suprachiasmatische Hypothalamus, controleert circadiaanse ritmes voor slaap en lichaamstemperatuur
nucleus (SCN)
Retina hypothalamische Bestaat uit neuronen, de axonen hierin reguleren de werking van SCN
pad
Melanopsine Fotopigment van retinale ganglioncellen, ontvangen input van de kegeltjes en staafjes
en licht
Period Gen dat betrokken is bij het circadiaans ritme. Codeert voor het PER-eiwit, dat zich
ophoopt in de cel en de klok beïnvloedt
Timeless Gen dat samenwerkt met Period om de 24-uurscyclus van de biologische klok te
regelen. Codeert het voor TIM-eiwit, dat bindt aan het PER-eiwit
PER Dit eiwit wordt overdag aangemaakt en hoopt zich ‘s nachts op in de cel. Een hoog
niveau remt het samen met TIM zijn eigen productie
TIM Eiwit dat aan de PER bindt en zorgt voor stabiliteit. Licht breekt TIM af
, Hypofyse Klier in de hersenen die de hormoonafgifte in het lichaam reguleert
Melatonine Hormoon dat de circadiaanse en circannulaire ritmes beïnvloedt. Hierdoor worden we
slaperig. Afgifte hiervan begint meestal 2-3 uur voor bedtijd
Pijnappelklier Klier dat melatonine afgeeft
Slaap Staat waarin de hersenen een verminderde respons hebben op stimuli
Coma Langdurige periode waarin iemand onbewust is, lage hersenactiviteit. Deze patiënt is
niet wekbaar en reageert niet op stimuli
Een vegetatieve staat Staat waarin iemand wisselt tussen periodes van slaap en gematigde opwinding.
Onbewust en geen doelgericht gedrag,
Autonome respons
Staat van minimale Lijkt op vegetatieve, maar kortere periodes van doelgerichte acties en spraakbegrip
bewustzijn
Hersendood Conditie waarin geen er geen hersenactiviteit of respons is gemeten
Polysomnograaf Onderzoek dat slaappatronen en slaapstoornissen meet. Combinatie van EEG en
observaties van oogbeweging
EEG
Alpha golven Staan voor ontspanning van het lichaam tijdens de slaap
NREM 1. Sluimerfase
2. Lichte slaap
3. Diepe slaap
REM Droomslaap
Sluimerfase Onregelmatige, lage voltage golven. Hersenactiviteit zit tussen ontspannen bewust zijn
en de andere slaapfases. Overgangsfase waken en slapen
Lichte slaap Heel licht lichte slaap
Slaapspoel 12-14 Hz, activiteit dit wordt geassocieerd met consolatie van geheugen
K-complex scherpe golf met tijdelijke inhibitie van neuronen die vuren
Diepe slaap (NREM) Ademhaling en hartslag dalen. Lagere hersenactiviteit. Belangrijk voor fysiek herstel
Slow-wave slaap Neuronactiviteit is grotendeels gesynchroniseerd -> neuronen geven gelijktijdig
signalen af ipv door elkaar
Paradoxale slaap
Droomslaap REM -> Rapid Eye Movement ook wel paradoxale slaap
- Snelle oogbewegingen, veel hersenactiviteit, ontspannen spieren (motorische
Hoofdstuk 8, slapen
BEGRIP BETEKENIS
Endogeen circadiaans Biologisch ritme waarvan de cyclus 24,2 uur duurt. Beïnvloed slaap-waak en eten,
ritme drinken, urineren, secretie van hormonen, stemming en lichaamstemperatuur
Endogeen circannual Biologisch ritme dat ongeveer één jaar duurt, vaak seizoensgebonden. Wordt
ritme aangestuurd door interne klokken en vaak gesynchroniseerd met de omgeving
Biologische klok Aangeboren mechanisme dat een ritme van alertheid en lichaamschemie reguleert
zonder licht
Zeitgeber Stimulus die het circadiaanse ritme reset
Insomnia Slapeloosheid
Jetlag Verstoring van circadiane ritme door het kruisen van tijdzones. Verschillen tussen
externe en biologische klok
Fase-delay Naar het westen reizen, makkelijker. Tijd achteruit -> langer wakker, later op
Fase-advance Naar het oosten reizen, moeilijker. Tijd vooruit -> eerder slapen en eerder wakker
Ochtendmensen Mensen die in de ochtend alert zijn
Avondmensen Mensen die in de avond alert zijn
Suprachiasmatische Hypothalamus, controleert circadiaanse ritmes voor slaap en lichaamstemperatuur
nucleus (SCN)
Retina hypothalamische Bestaat uit neuronen, de axonen hierin reguleren de werking van SCN
pad
Melanopsine Fotopigment van retinale ganglioncellen, ontvangen input van de kegeltjes en staafjes
en licht
Period Gen dat betrokken is bij het circadiaans ritme. Codeert voor het PER-eiwit, dat zich
ophoopt in de cel en de klok beïnvloedt
Timeless Gen dat samenwerkt met Period om de 24-uurscyclus van de biologische klok te
regelen. Codeert het voor TIM-eiwit, dat bindt aan het PER-eiwit
PER Dit eiwit wordt overdag aangemaakt en hoopt zich ‘s nachts op in de cel. Een hoog
niveau remt het samen met TIM zijn eigen productie
TIM Eiwit dat aan de PER bindt en zorgt voor stabiliteit. Licht breekt TIM af
, Hypofyse Klier in de hersenen die de hormoonafgifte in het lichaam reguleert
Melatonine Hormoon dat de circadiaanse en circannulaire ritmes beïnvloedt. Hierdoor worden we
slaperig. Afgifte hiervan begint meestal 2-3 uur voor bedtijd
Pijnappelklier Klier dat melatonine afgeeft
Slaap Staat waarin de hersenen een verminderde respons hebben op stimuli
Coma Langdurige periode waarin iemand onbewust is, lage hersenactiviteit. Deze patiënt is
niet wekbaar en reageert niet op stimuli
Een vegetatieve staat Staat waarin iemand wisselt tussen periodes van slaap en gematigde opwinding.
Onbewust en geen doelgericht gedrag,
Autonome respons
Staat van minimale Lijkt op vegetatieve, maar kortere periodes van doelgerichte acties en spraakbegrip
bewustzijn
Hersendood Conditie waarin geen er geen hersenactiviteit of respons is gemeten
Polysomnograaf Onderzoek dat slaappatronen en slaapstoornissen meet. Combinatie van EEG en
observaties van oogbeweging
EEG
Alpha golven Staan voor ontspanning van het lichaam tijdens de slaap
NREM 1. Sluimerfase
2. Lichte slaap
3. Diepe slaap
REM Droomslaap
Sluimerfase Onregelmatige, lage voltage golven. Hersenactiviteit zit tussen ontspannen bewust zijn
en de andere slaapfases. Overgangsfase waken en slapen
Lichte slaap Heel licht lichte slaap
Slaapspoel 12-14 Hz, activiteit dit wordt geassocieerd met consolatie van geheugen
K-complex scherpe golf met tijdelijke inhibitie van neuronen die vuren
Diepe slaap (NREM) Ademhaling en hartslag dalen. Lagere hersenactiviteit. Belangrijk voor fysiek herstel
Slow-wave slaap Neuronactiviteit is grotendeels gesynchroniseerd -> neuronen geven gelijktijdig
signalen af ipv door elkaar
Paradoxale slaap
Droomslaap REM -> Rapid Eye Movement ook wel paradoxale slaap
- Snelle oogbewegingen, veel hersenactiviteit, ontspannen spieren (motorische