Begrippen Seksuologie
H1 – Wat is seksuologie?
- Essentialisme = Menselijk seksueel gedrag is evolutionair bepaald, over het algemeen stabiel
en niet afhankelijk van sociale verandering.
- Sociaal-constructivisme = Seksueel gedrag wordt vooral beïnvloed door sociale, culturele,
historische en/of economische factoren.
- Biopsychosociale benadering = Bekijkt biologische, psychologische en sociale factoren.
o Incentive theory of motivation = Seksualiteit als resultaat van de drie factoren.
- Seksuologische theorieën = Zien seksuologie als gevaarlijke kracht die gecontroleerd moet
worden.
- Sekspositieve benadering (Harden) = Benadrukt positieve mogelijkheden van seksualiteit
gedurende de levensloop, maar erkent ook risico’s en gevaren.
H2 – Wat is de geschiedenis van de seksuologie?
- Seksuele respons cyclus (Masters en Johnson) = Vier fasen; opwinding, plateau, orgasme en
herstel/ontspanning. Een natuurlijk, fysiologisch proces dat door psychologische inhibities
geblokkeerd kan worden.
o ‘fase van verlangen’ (Helen Kaplan) = Extra fase, gebaseerd op nabije en verre
oorzaken van seksuele disfuncties.
Nabije Binnen seksuele interactie (bv. gebrek aan kennis, faalangst)
Verre psychopathologische verlopen ontwikkeling of problemen met
partner
- Sekstherapie = Doel was om ‘de natuurlijke seks respons’ weer te laten optreden m.b.v.
opdrachten. Drie stappen: 1. Niet-genitaal strelen 2. Strelen met inbegrip van
geslachtsorganen 3. Het aannemen van de coïtushouding en de bijhorende bewegingen.
- …
H3 – Wat is de biologie achter seksualiteit?
- EPOR-model (Masters en Johnson) = Seksuele respons cyclus (zie H2^). Excitation Plateau
Orgasm Resolution.
- Seksuele respons = Fysiologische veranderingen die optreden tijdens seks.
- Diaphragma pelvis = Anatomische grens tussen in- en uitwendige genitaliën.
- Agenesie en andere congenitale afwijkingen = Vagina afwezig of onderontwikkeld.
o Oorzaak: Foetale kanalisatiestoornis van de buizen van Müller.
- …
H4 – Wat zijn de psychologische benaderingen van
seksualiteit?
- Adaptatie = Een responsmechanisme dat is gericht op het oplossen van problemen wat leidt
tot meer reproductief succes.
o Evolved psychological mechanism = Psychologische adaptatie.
o Nevenproduct = Een bijproduct van adaptatie.
- Ruis = Willekeurige effecten van het evolutieproces die geen bijdrage leveren aan genetisch
reproductief succes.
, - Ouderschapsinventeringen = Invloeden van ouders op hun nakomelingen die leiden tot een
hogere overlevingskans en dus meer reproductie.
- Seksuele selectie = Motor van evolutie, evolutionaire electie van kenmerken waardoor een
reproductief voordeel ontstaat.
o Intraseksuele competitie = Leden van dezelfde sekse concurreren met elkaar om
toegang te hebben tot de andere sekse.
o Interseksuele selectie = Leden van een sekse die de aantrekkelijkste eigenschappen
hebben, worden het meest begeerd door leden van de andere sekse.
- Seksuele strategieën (Buss): Langetermijnstrategieën vs. korte-termijnstrategieën.
- Criminogeen traject = Stelt dat seksueel geweld voortkomt uit onpersoonlijke seksuele
promiscuïteit, mits dit voorkomt uit een delinquente levensstijl.
- Gendersocialisatietraject = Hierbinnen geldt dat hoger waarderen van mannelijkheid boven
vrouwelijkheid de kans op seksueel geweld doet toenemen.
- Seksuele stimulus = Stimulus die het seksuele systeem activeert en een seksuele ervaring
teweegbrengt.
- Expliciete geheugen = Geheugen voor gebeurtenissen en feiten. Autobiografische geheugen.
- Impliciete geheugen = niet-declaratief = Gegevens niet bewust op te halen. Vaardigheden en
geconditioneerde emotionele reacties.
- Seksuele ervaring = Seksuele stimulus Seksuele systeem richt aandacht via werkgeheugen
op stimulus Toegankelijke herinnering helpt betekenis stimulus tot stand te brengen in
expliciete geheugen Emotionele opwinding toegankelijk in impliciete geheugen, onbewust
o Seksuele opwinding tegenwoordig een emotie.
- Incentive-motive theorieën = Zien seksuele motivatie als resultaat van een voldoende
activatie van het seksuele systeem door interne of externe stimuli.
o Incentivemotivation model (Toates) = Algemeen model dat specificeert hoe het
seksuele systeem werkt, geen interindividuele verschillen meegenomen.
- Somatische motorische systeem (SMS) = Reguleert willekeurige bewegingen, aangestuurd
vanuit motor cortex en hersenstam.
- Emotionele motorische systeem (EMS) = Reguleert onwillekeurige emotionele
gedragspatronen, aangestuurd vanuit het limbische systeem.
- Dual-control model (Cancroft en Janssen) = Blz 34 joho, activatie van het seksuele systeem
gebeurt niet willekeurig, maar heeft wsl een evolutionaire achtergrond waarbij seksuele
excitatie en inhibitie een grote rol spelen.
- Procesbenadering = De algemene processen die persoonlijkheid aansturen.
- Trekbenadering = Interindividuele verschillen en persoonlijkheid.
- Byrnes’ model = Integratief sociaal-psychologisch model, neemt aan dat seksuele verschillen
tussen mensen worden bepaald door persoonlijkheidstrekken die zijn ontstaan d.m.v.
leerervaringen in de kindertijd.
- Type-A-gedrag = Gekenmerkt door gevoelens van vijandigheid, tijdsdruk en een competitief
georiënteerd prestatiestreven.
- Erotofobie vs. erotofilie = Negatieve en positieve reacties op seksualiteit ontwikkeld door
conditionering in de kindertijd of adolescentie.
- Trektheoristen = Vinden de sociale omgeving niet zo belangrijk in seksueel gedrag, vooral de
persoonlijkheid is belangrijk.
H1 – Wat is seksuologie?
- Essentialisme = Menselijk seksueel gedrag is evolutionair bepaald, over het algemeen stabiel
en niet afhankelijk van sociale verandering.
- Sociaal-constructivisme = Seksueel gedrag wordt vooral beïnvloed door sociale, culturele,
historische en/of economische factoren.
- Biopsychosociale benadering = Bekijkt biologische, psychologische en sociale factoren.
o Incentive theory of motivation = Seksualiteit als resultaat van de drie factoren.
- Seksuologische theorieën = Zien seksuologie als gevaarlijke kracht die gecontroleerd moet
worden.
- Sekspositieve benadering (Harden) = Benadrukt positieve mogelijkheden van seksualiteit
gedurende de levensloop, maar erkent ook risico’s en gevaren.
H2 – Wat is de geschiedenis van de seksuologie?
- Seksuele respons cyclus (Masters en Johnson) = Vier fasen; opwinding, plateau, orgasme en
herstel/ontspanning. Een natuurlijk, fysiologisch proces dat door psychologische inhibities
geblokkeerd kan worden.
o ‘fase van verlangen’ (Helen Kaplan) = Extra fase, gebaseerd op nabije en verre
oorzaken van seksuele disfuncties.
Nabije Binnen seksuele interactie (bv. gebrek aan kennis, faalangst)
Verre psychopathologische verlopen ontwikkeling of problemen met
partner
- Sekstherapie = Doel was om ‘de natuurlijke seks respons’ weer te laten optreden m.b.v.
opdrachten. Drie stappen: 1. Niet-genitaal strelen 2. Strelen met inbegrip van
geslachtsorganen 3. Het aannemen van de coïtushouding en de bijhorende bewegingen.
- …
H3 – Wat is de biologie achter seksualiteit?
- EPOR-model (Masters en Johnson) = Seksuele respons cyclus (zie H2^). Excitation Plateau
Orgasm Resolution.
- Seksuele respons = Fysiologische veranderingen die optreden tijdens seks.
- Diaphragma pelvis = Anatomische grens tussen in- en uitwendige genitaliën.
- Agenesie en andere congenitale afwijkingen = Vagina afwezig of onderontwikkeld.
o Oorzaak: Foetale kanalisatiestoornis van de buizen van Müller.
- …
H4 – Wat zijn de psychologische benaderingen van
seksualiteit?
- Adaptatie = Een responsmechanisme dat is gericht op het oplossen van problemen wat leidt
tot meer reproductief succes.
o Evolved psychological mechanism = Psychologische adaptatie.
o Nevenproduct = Een bijproduct van adaptatie.
- Ruis = Willekeurige effecten van het evolutieproces die geen bijdrage leveren aan genetisch
reproductief succes.
, - Ouderschapsinventeringen = Invloeden van ouders op hun nakomelingen die leiden tot een
hogere overlevingskans en dus meer reproductie.
- Seksuele selectie = Motor van evolutie, evolutionaire electie van kenmerken waardoor een
reproductief voordeel ontstaat.
o Intraseksuele competitie = Leden van dezelfde sekse concurreren met elkaar om
toegang te hebben tot de andere sekse.
o Interseksuele selectie = Leden van een sekse die de aantrekkelijkste eigenschappen
hebben, worden het meest begeerd door leden van de andere sekse.
- Seksuele strategieën (Buss): Langetermijnstrategieën vs. korte-termijnstrategieën.
- Criminogeen traject = Stelt dat seksueel geweld voortkomt uit onpersoonlijke seksuele
promiscuïteit, mits dit voorkomt uit een delinquente levensstijl.
- Gendersocialisatietraject = Hierbinnen geldt dat hoger waarderen van mannelijkheid boven
vrouwelijkheid de kans op seksueel geweld doet toenemen.
- Seksuele stimulus = Stimulus die het seksuele systeem activeert en een seksuele ervaring
teweegbrengt.
- Expliciete geheugen = Geheugen voor gebeurtenissen en feiten. Autobiografische geheugen.
- Impliciete geheugen = niet-declaratief = Gegevens niet bewust op te halen. Vaardigheden en
geconditioneerde emotionele reacties.
- Seksuele ervaring = Seksuele stimulus Seksuele systeem richt aandacht via werkgeheugen
op stimulus Toegankelijke herinnering helpt betekenis stimulus tot stand te brengen in
expliciete geheugen Emotionele opwinding toegankelijk in impliciete geheugen, onbewust
o Seksuele opwinding tegenwoordig een emotie.
- Incentive-motive theorieën = Zien seksuele motivatie als resultaat van een voldoende
activatie van het seksuele systeem door interne of externe stimuli.
o Incentivemotivation model (Toates) = Algemeen model dat specificeert hoe het
seksuele systeem werkt, geen interindividuele verschillen meegenomen.
- Somatische motorische systeem (SMS) = Reguleert willekeurige bewegingen, aangestuurd
vanuit motor cortex en hersenstam.
- Emotionele motorische systeem (EMS) = Reguleert onwillekeurige emotionele
gedragspatronen, aangestuurd vanuit het limbische systeem.
- Dual-control model (Cancroft en Janssen) = Blz 34 joho, activatie van het seksuele systeem
gebeurt niet willekeurig, maar heeft wsl een evolutionaire achtergrond waarbij seksuele
excitatie en inhibitie een grote rol spelen.
- Procesbenadering = De algemene processen die persoonlijkheid aansturen.
- Trekbenadering = Interindividuele verschillen en persoonlijkheid.
- Byrnes’ model = Integratief sociaal-psychologisch model, neemt aan dat seksuele verschillen
tussen mensen worden bepaald door persoonlijkheidstrekken die zijn ontstaan d.m.v.
leerervaringen in de kindertijd.
- Type-A-gedrag = Gekenmerkt door gevoelens van vijandigheid, tijdsdruk en een competitief
georiënteerd prestatiestreven.
- Erotofobie vs. erotofilie = Negatieve en positieve reacties op seksualiteit ontwikkeld door
conditionering in de kindertijd of adolescentie.
- Trektheoristen = Vinden de sociale omgeving niet zo belangrijk in seksueel gedrag, vooral de
persoonlijkheid is belangrijk.