Geen gesloten aanpak in de gesloten jeugdzorg
Sinds 1 januari 2008 bestaat de vernieuwde Wet op de Jeugdzorg, waardoor binnen de
gesloten jeugdzorg onderscheid wordt gemaakt tussen instellingen voor civielrechtelijke- en
strafrechtelijke jongeren. Voor deze eerste groep bestaan er justitiële jeugdinrichtingen,
oftewel JJI’s. De tweede groep wordt ondergebracht bij Jeugdzorg Plus (Nijhof, van Dam,
Veerman, Engels & Scholte, 2010). De vraag is, 4 jaar na het instellen van deze nieuwe
regeling, of dit bewezen effectiviteit van de gesloten jeugdzorg tot gevolg heeft. In dit betoog
zal blijken van niet: zowel van de JJI’s, als van de Jeugdzorg Plus, als van de gesloten
jeugdzorg in zijn geheel is dit niet eenduidig aangetoond. Daarom zal worden geconcludeerd:
de gesloten jeugdzorg is niet effectief.
Allereerst de resultaten over JJI’s, waarin aan veroordeelde jongeren opvoeding en
verzorging wordt geboden, met daarnaast een gepaste behandeling (Boendermaker, van
Rooijen & Berg, 2010). Doel is voorkomen van recidive en het succesvol terugkeren in de
maatschappij (Leyten, 2008). Het blijkt dat JJI’s hier lang niet altijd effectief in zijn, onder
andere doordat de effectiviteit van toegepaste interventies lang niet altijd bekend is
(Doreleijers, 2005; Lodewijks, 2007; Veerman & van Yperen, 2008a, zoals beschreven in
Veerman, Wilschut, Ooms & Roosma, 2010; Stams, 2011) en interventies niet altijd aansluiten
op de betreffende jongere (van der Put, 2011, zoals beschreven in Ceelen, 2011). Ook bestaat
gebrek aan professionalisering onder groepsleiders (de Swart, 2011). Deze tekorten in
effectiviteit komen ook tot uiting in recidivecijfers: van 1997 tot 2003 werd 54 tot 60 procent
van de jeugdigen binnen 2 jaar na vertrek uit de inrichting opnieuw vervolgd (Wartna,
Kalidien, Tollenaar & Essers, 2006). Wat betreft de JJI’s kan daarom worden gesteld dat zij
niet met eenduidige cijfers effectief zijn gebleken, waardoor een deel van het standpunt kan
worden gerechtvaardigd.
Om de tekorten in effectiviteit van gesloten jeugdzorg aan te tonen, zal ook moeten
Sinds 1 januari 2008 bestaat de vernieuwde Wet op de Jeugdzorg, waardoor binnen de
gesloten jeugdzorg onderscheid wordt gemaakt tussen instellingen voor civielrechtelijke- en
strafrechtelijke jongeren. Voor deze eerste groep bestaan er justitiële jeugdinrichtingen,
oftewel JJI’s. De tweede groep wordt ondergebracht bij Jeugdzorg Plus (Nijhof, van Dam,
Veerman, Engels & Scholte, 2010). De vraag is, 4 jaar na het instellen van deze nieuwe
regeling, of dit bewezen effectiviteit van de gesloten jeugdzorg tot gevolg heeft. In dit betoog
zal blijken van niet: zowel van de JJI’s, als van de Jeugdzorg Plus, als van de gesloten
jeugdzorg in zijn geheel is dit niet eenduidig aangetoond. Daarom zal worden geconcludeerd:
de gesloten jeugdzorg is niet effectief.
Allereerst de resultaten over JJI’s, waarin aan veroordeelde jongeren opvoeding en
verzorging wordt geboden, met daarnaast een gepaste behandeling (Boendermaker, van
Rooijen & Berg, 2010). Doel is voorkomen van recidive en het succesvol terugkeren in de
maatschappij (Leyten, 2008). Het blijkt dat JJI’s hier lang niet altijd effectief in zijn, onder
andere doordat de effectiviteit van toegepaste interventies lang niet altijd bekend is
(Doreleijers, 2005; Lodewijks, 2007; Veerman & van Yperen, 2008a, zoals beschreven in
Veerman, Wilschut, Ooms & Roosma, 2010; Stams, 2011) en interventies niet altijd aansluiten
op de betreffende jongere (van der Put, 2011, zoals beschreven in Ceelen, 2011). Ook bestaat
gebrek aan professionalisering onder groepsleiders (de Swart, 2011). Deze tekorten in
effectiviteit komen ook tot uiting in recidivecijfers: van 1997 tot 2003 werd 54 tot 60 procent
van de jeugdigen binnen 2 jaar na vertrek uit de inrichting opnieuw vervolgd (Wartna,
Kalidien, Tollenaar & Essers, 2006). Wat betreft de JJI’s kan daarom worden gesteld dat zij
niet met eenduidige cijfers effectief zijn gebleken, waardoor een deel van het standpunt kan
worden gerechtvaardigd.
Om de tekorten in effectiviteit van gesloten jeugdzorg aan te tonen, zal ook moeten