Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Forensische Psychiatrie alle literatuur

Beoordeling
-
Verkocht
5
Pagina's
43
Geüpload op
14-12-2025
Geschreven in
2025/2026

Dit is een samenvatting van alle literatuur (boek + artikelen) voor het vak Forensische Psychiatrie (Universiteit Leiden) per week voor het leerjaar .

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

1


Week 1: Introductie vak, Psychische stoornissen, diagnostiek en behandeling #1

Hoofdstuk 1: Psychiatrische stoornis en diagnostiek

Psychiatrische ziekten worden gekenmerkt door psychische klachten en verschijnselen, zoals
verwardheid, geheugenproblemen, hallucinaties en wanen, somberheid, angst, impulsief gedrag of
verslaving. Er zijn ook psychiatrische ziekten met lichamelijke klachten of verschijnselen.

Voor psychische ziekten geldt in principe dat er sprake moet zijn van lijdensdruk en/of sociaal
disfunctioneren. Maar psychische klachten en verschijnselen komen veel voor, horen bij het leven.
De vraag is wanneer dergelijke psychische klachten en verschijnselen ernstig genoeg zijn om van een
psychiatrische ziekte te spreken.

Ook is bij diagnose belangrijk het waardeaspect te onthouden Of psychische klachten en
verschijnselen beschouwd kunnen worden als tekenen van psychiatrische ziekten wordt namelijk ook
bepaald door sociale en culturele normen. Het definiëren van de grens tussen psychiatrische ziekte
en gezondheid is gekleurd door tijd en plaats. De samenleving bepaalt mede hoe de psychische
klachten en verschijnselen worden gedefinieerd, en de cultuur en de persoonlijke opvattingen
bepalen mede of er sprake is van lijden en/of maatschappelijk disfunctioneren.

Gangbare definitie van psychiatrische ziekte: een psychiatrische ziekte is een ziekte met psychische
klachten en/of verschijnselen die gepaard gaat met significante lijdensdruk of beperkingen in het
sociaal functioneren.

Psychiaters beschouwen psychische klachten en verschijnselen als symptomen van stoornissen van
de psychische functies (deze functies zijn waarschijnlijk gebonden aan sterk wisselende neuronale
netwerken. In de Europese filosofische traditie worden de psychische functies in drie hoofdgroepen
ingedeeld: denken (‘opnemen, verwerken en reproduceren van informatie’), voelen (‘gevoelsleven’)
en willen (‘motivatie en gedrag’). De psychiatrie gebruikt voor deze drie psychische hoofdfuncties wel
de termen cognitieve, affectieve en conatieve functies (de trias psychica). Op grond van deze
driedeling van de psychische functies van de hersenen is de uiteindelijke definitie van een
psychiatrische stoornis: een stoornis in de cognitieve, affectieve en/of conatieve functies. Die
gepaard gaat met significante lijdensdruk of beperkingen in het sociaal functioneren.

Cognitieve functies: Affectieve functies: Conatieve functies:
Bewustzijn Stemming Executieve functies
Aandacht Affect Psychomotoriek
Oriëntatie Motivatie
Geheugen Gedrag
Oordeelsvermogen
Realiteitsbesef
Ziektebesef en -inzicht
Intelligentie
Waarneming
Denken

Wanneer er sprake is van abnormaal functioneren van de hersenen, waardoor de opname en
verwerking van informatie en de invloed daarvan op het uiteindelijke gedrag ernstig verstoord wordt,
is het gerechtvaardigd om van ziekte te spreken. Het probleem is wel dat het (nog) niet mogelijk is
om deze veranderingen en de oorzaken hiervan objectief vast te stellen. En bij minder ernstige
psychiatrische stoornissen is het nog moeilijker om aan te tonen dat er ziekelijke hersenprocessen

, 2


aan ten grondslag liggen. Voor het diagnosticeren van deze ziektebeelden zijn subjectieve ervaringen
en het sociale disfunctioneren van de betrokkene dan ook belangrijk.

Het doel van psychiatrische diagnostiek is (1) het vaststellen of er sprake is van een stoornis; (2) zo ja,
welke stoornis; (3) wat de mogelijke oorzaken zijn; en (4) wat de aangewezen behandeling is. De
psychiater probeert te achterhalen welke psychische klachten en verschijnselen er zijn, en beschrijft
die als symptomen van stoornissen in de verschillende psychische functies. Aan de hand van het
geheel van psychiatrische symptomen kan de psychiater beoordelen of er sprake is van een
psychiatrische stoornis, en zo ja welke.

In grote lijnen is de psychiatrische diagnostiek in tweeën te delen: de anamnese (het vragen naar
psychiatrische klachten en mogelijke oorzaken) en het eigenlijke onderzoek (het vaststellen van
psychiatrische symptomen). Tijdens het opnemen van de anamnese observeert de psychiater de
betrokkene, om de eventuele objectieve symptomen van een psychiatrische stoornis waar te nemen.
Tot slot kan de psychiater testvragen aan de betrokkene voorleggen, met als doel het vaststellen van
de specifieke functiestoornissen.

In de psychiatrie wordt toenemend gebruikt gemaakt van gestructureerde interviews en
vragenlijsten om symptomen van psychiatrische stoornissen in maat en getal vast te leggen. Voor
wetenschappelijk onderzoek en voor opleidingen zijn deze interviews essentieel, maar voor de
dagelijkse klinische praktijk vaak te tijdrovend en te weinig flexibel. Vragenlijsten of korte interviews
past men daarentegen zowel bij wetenschappelijk onderzoek als in de klinische praktijk toe om de
ernst van de symptomen van specifieke ziektebeelden vast te stellen. Met deze ‘ernstinstrumenten’
kan het beloop of het effect van een behandeling van de psychiatrische stoornis worden vastgelegd.
Tegenwoordig wordt dit dikwijls standaard gedaan en spreekt men van ROM: routine outcome
monitoring.

Een psychiatrische diagnose heeft als doel het verklaren en begrijpen van de toestand van de
betrokkene om een doeltreffende behandeling te kunnen kiezen. Er worden twee typen diagnoses
onderscheiden: (1) de syndroomdiagnose oftewel descriptieve diagnose: deze diagnose is alleen
beschrijvend en geeft geen informatie over de redenen en mechanismen van ontstaan; (2) de
structuurdiagnose of diagnostische formulering: deze diagnose beschrijft behalve de symptomen
ook waardeer het syndroom ontstaan is. In een syndroomdiagnose worden symptomen geordend tot
groepen van samen optredende symptomen (bijv. een matig ernstig depressief syndroom met
suïcidaliteit). Een structuurdiagnose beschrijft daarnaast ook nog door welke (vermoedelijke)
oorzaken en factoren het beschreven syndroom ontstaan is (de etiologie). De structuurdiagnose gaat
in op de somatische, de psychologische en de sociale oorzaken. Daarom spreekt men wel van het
biopsychosociale model. Hierbij wordt aandacht geschonken aan: (1) factoren die iemand kwetsbaar
maken (predisponerende factoren); (2) factoren die de stoornis uitlokken (precipiterende factoren);
en (3) factoren die de stoornis onderhouden of versterken (onderhoudende factoren).

Een voorbeeld van een structuurdiagnose is: een matig ernstig depressief syndroom met suïcidaliteit
bij een lichamelijk gezonde man met een belastende psychiatrische familieamnese, met narcistische
persoonlijkheidstrekken, die werkloos is. Dit beeld is reactief ontstaan na een griep, kritiek door zijn
partner en beslaglegging op zijn huis door financiële problemen. Als gevolg hiervan zijn problemen
ontstaan in de relatie en heeft hij geen geld meer voor sociale activiteiten. Deze structuurdiagnose
kan als volgt worden uitgewerkt in een tabel:

, 3


Oorzaak Factor
Predisponerend Precipiterend Onderhoudend
Somatisch Depressies in de Griep Geen
familie
Psychisch Narcistische trekken Kritiek door partner Relatieproblemen
Sociaal Werkloosheid Beslag op huis Wegvallen sociale
activiteiten

De huidige psychiatrische classificatiesystemen berusten grotendeels op syndroomdiagnoses. Men
spreekt dan van een descriptieve classificatie, die voornamelijk gebaseerd is op het beschrijven van
de symptomen. Een categoriale classificatie gaat uit van een kwalitatief onderscheid tussen
gezondheid en ziekte. Het bestaat uit duidelijk onderscheiden categorieën die elkaar niet
overlappen, elke categorie heeft kenmerkende symptomen. Bij een dimensionale classificatie
beschouwt men ziekte als een uitsluitend kwantitatief afwijkende variant van gezondheid. De
aandoening wordt geplaatst op een continuüm: onder of boven een afgesproken grenswaarde
spreken we van een stoornis.

Naast een eventuele aanwezige stoornis kunnen ook contextuele factoren medebepalend zijn bij het
gedrag van een betrokkene. Zo kan een gestructureerde omgeving de manifestatie van psychotische
symptomen doen afnemen. Ook de eigenschappen van de betrokkene zelf hebben invloed op de
manifestatie van een stoornis. Intacte psychische functies zoals een goede intelligentie of een
vermogen tot het beheersen van impulsen kunnen bijvoorbeeld een compenserende rol spelen bij
het niet over gaan tot delictgedrag, doordat de betrokkene respectievelijk de gevolgen van zijn
voorgenomen gedrag kan overzien of een zich opdringende agressieve impuls kan weerstaan. Gedrag
wordt nooit door één enkele factor bepaald. Binnen de psychiatrie wordt gedrag dan ook
geanalyseerd vanuit een zogeheten multifactorieel perspectief. Gedrag wordt bepaald door een
complex proces van wederzijdse beïnvloeding tussen gestoorde en intacte psychische functies en de
context. Al deze factoren werken onderling op elkaar in.

Hoofdstuk 2: Behandelmethoden

Wanneer een individu zich aanmeldt bij een helpverlener, spreken we van een cliënt of patiënt. Na
psychiatrisch onderzoek wordt een diagnose gesteld die het best past bij de klachten en de
uitkomsten van het onderzoek, de waarschijnlijkheidsdiagnose genoemd. Daarnaast worden bij een
zogeheten differentiële diagnose nog andere diagnoses vermeld die kunnen worden overwogen. Het
belang van het werken met een differentiële diagnose is dat de diagnosticus zichzelf ertoe dwingt
een alternatieve hypothese op te stellen over welke stoornis de betrokkene heeft, om zo te
voorkomen dat een tunnelvisie optreedt in het diagnostische beslisproces (en confirmation bias
wordt tegengegaan).

Nadat een diagnose is gesteld, zal de hulpverlener de betrokkene en zijn naasten voorlichten over
wat bekend is over de vastgestelde aandoening wat betreft mogelijke oorzakelijke factoren, het
beloop en de verschillende behandelmogelijkheden. Deze voorlichting wordt psycho-educatie
genoemd. Een behandeling kan pas plaatsvinden wanneer een betrokkene is voorgelicht over de
diagnose en over de implicaties en risico’s, zowel op de korte als op de langere termijn, van een
voorgestelde behandeling. Deze informatie heeft een betrokkene nodig om een afgewogen beslissing
te nemen over de voorgestelde behandeling. Men spreekt van informed consent wanneer een
betrokkene na deze informatie akkoord gaat met de geadviseerde behandeling.

, 4


Verschillende behandelsettings:

- Instelling voor geestelijke gezondheidszorg (ggz)
- Algemeen psychiatrische ziekenhuizen (apz) (voorloper van ggz)
- Psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (paaz)
- Psychiatrische universitaire kliniek (puk)
- Deels thuis, deels behandelcentrum
- Ambulant: thuis, alleen voor afspraken naar kliniek

Hersengebieden die de motoriek aansturen, zijn rijk aan dopaminereceptoren. Antipsychotica
blokkeren deze receptoren en kunnen hierdoor als onbedoeld effect ook een beïnvloeding geven van
de motoriek (zoals Parkinson, acute krampen, motorische onrust, bewegingsstoornissen).
Antipsychotica kunnen ook hormonale bijwerkingen, gewichtstoename, of suikerziekte ten gevolge
hebben. Antidepressiva hebben ook gevolgen van dien. Stemmingsstabilisatoren kunnen erg
gevaarlijk zijn, omdat het kan leiden tot lithiumvergifitiging. De concentratie lithium
(stemmingsstabilisator) dient in het bloed niet te hoog te zijn, maar ook niet te laag, want dat treedt
het therapeutisch effect niet op. Het bloed moet dus (zeker in het begin) regelmatig gecontroleerd
worden. Benzodiazepinen zijn kalmerings- en slaapmiddelen. Negatieve gevolgen van
benzodiazepinen zijn o.a. verminderde alertheid, vermoeidheid, spierverslapping en anterograde
amnesie (gebeurtenissen na inname worden vergeten). Voor mensen met ADHD worden
psychostimulantia (zoals Ritalin en Concerta) voorgeschreven.

Bij elektroconvulsieve therapie (ECT)/elektroshokbehandeling wordt door het toedienen van
elektrische stroom via twee elektroden op het hoofd een epileptische aanval (insult) opgewekt. De
betrokkene wordt onder lichte narcose gebracht en er wordt een spierverslappend middel gegeven,
zodat er geen verkramping van de spieren optreedt door het insult. Er zijn strikte protocollen voor
het gebruik van ECT. Elektroconvulsieve therapie wordt gebruikt als laatste redmiddel bij depressies,
suïcidaliteit, en zeer ernstige psychoses.

Psychotherapie is het door een therapeut behandelen van psychische klachten en psychiatrische
symptomen met op een psychologische theorie gebaseerde interventies. Dergelijke interventies
kunnen gericht zijn op beïnvloeding van gevoelens, gedrag of denkpatronen en richten zich op het
verbeteren van het functioneren van de betrokkene. Er worden drie psychotherapeutische
hoofdstromingen onderscheiden:

- Psychoanalytische psychotherapie heeft als uitgangspunt dat gedachten, emoties en gedrag
voor een belangrijk deel bepaald worden door onbewuste psychische processen. Wanneer
een betrokkene gevoelens of gedachten heeft die angst teweegbrengen, dan kunnen er
psychische processen actief worden waardoor deze gevoelens of gedachten onbewust
worden. Deze processen worden afweermechanismen genoemd; deze mechanismen treden
automatisch op en de betrokkene is zich niet bewust dat dit gebeurt. Afweer betekent
binnen het psychoanalytische model dat een gevoel of gedachte wordt weggehouden van
het bewustzijn en zo wordt voorkomen dat er angst optreedt. Door het afweren van
gevoelens en gedachten kan een betrokkene zich niet aanpassen aan de eisen die een
omgeving stelt. In een psychoanalytische psychotherapie wordt getracht de betrokkene zich
de afgeweerde gevoelens weer bewust te laten worden. Er is veel aandacht voor het zich
herhalen van interactiepatronen uit de jeugd in het heden. Wanneer deze patronen zich
herhalen in de re relatie met de therapeut, spreekt men van overdracht. Hiermee wordt
bedoeld dat verlangens, fantasieën of gedragingen die de betrokkene in de kindertijd
beleefde aan een ouder of verzorger, zich herhalen in de relatie met de therapeut.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
14 december 2025
Aantal pagina's
43
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$11.35
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
simonestuvia Universiteit Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
31
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
7
Documenten
42
Laatst verkocht
1 week geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen